zondag 11 april 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Cover van 'De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam' (uitsnede)

'De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam' is historisch, zwaar en actueel tegelijk

5 april 2021 (Han van der Horst)

Het is alweer meer dan dertig jaar geleden dat de bekende criminoloog prof. dr. Cyrille Fijnaut de Erasmus Universiteit verruilde voor die van Leuven. Inmiddels is hij lang en breed met emeritaat. Dat laat hem de tijd over van alles en nog wat te publiceren dat hij in zijn buitengewoon werkzaam leven tegenkwam. Het laatste resultaat daarvan is een lijvige paperback met de titel ¨De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam (1966-1996). Fijnaut schreef het samen met Robby Roks, universitair docent criminologie in onze stad. Ze baseerden zich voornamelijk op onderzoeksresultaten uit de jaren tachtig die waren blijven liggen vanwege Fijnauts verhuizing naar Vlaanderen. 

Herkenning

We hebben dus te maken met een historische studie. De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam hoort thuis op de boekenplank van geschiedenisliefhebbers. Een recensie zou in Roterodamum zeker niet ontstaan. Toch biedt lezing veel herkenningspunten met vandaag de dag . De politie heeft er grote moeite mee de ontwikkeling van de georganiseerde misdaad bij te houden, enerzijds door personeelsgebrek en anderzijds door voortdurende reorganisatieperikelen. Men constateert immers keer op keer dat de verschillende onderdelen van de dienst elkaars informatie niet voldoende delen, dat er langs elkaar heen gewerkt wordt en dat belangrijke zaken door tijdgebrek blijven liggen. Dat is – althans zo interpreteer ik het – de laatste halve eeuw een terugkerend thema.

Eindeloze reorganisatie

Fijnaut en Roks laten zien hoe de politie voortdurend bezig is met reorganisaties omdat die geen van allen het gewenste resultaat opleveren en bovendien leiden tot defaitisme onder de dienders. Het begint allemaal als zo halverwege de jaren zestig wordt geconstateerd dat de tamelijk individualistische aanpak van de rechercheurs niet meer voldoende werkt bij het beteugelen van de misdaad, nu de rol van gewaardeerde traditionele criminelen als de Looie Pijp, de Schollekop en Lange Janus steeds meer leek te zijn uitgespeeld.. In de goede oude tijd hadden speurders hun contacten in het milieu en de stamcafés van de penoze, wat nu en dan tot mooie vangsten leidde.

Komst drugs Junks verpesten het vak van inbreker

Zo halverwege de jaren zestig kwam echter in de misdaad een proces van schaalvergroting en professionalisering tot stand, dat sterk werd aangejaagd door de toenemende vraag naar soft en harddrugs vanuit de maatschappij. Ook voor de prostitutie had dat grote gevolgen: er ontstond een groeiend aanbod door verslaafde vrouwen en meisjes, die vaak ook nog voor hun pooier de dagelijkse spuiten moesten verdienen. Het was in die jaren dat het touwtje uit de brievenbus werd vervangen door pensloten. Ik herinner me nog hoe ik toen eens in café Timmer een gezellig gesprek voerde met een emeritus inbreker, die ongetwijfeld nog in de twintigste eeuw tot zijn vaderen is vergaderd. Hij klaagde steen en been over zijn jeugdige collega´s, die het vak tot een schande maakten. ¨Een echte inbreker laat gewone mensen met rust. Die sluipt naar binnen waar echt wat te halen is. Wapens neem je nooit mee. Als je iets hoort, dan ben je weg. Kom je een dag later misschien terug. Geweld maakt het alleen maar erger voor je zelf¨. Hij koesterde dan ook een grote haat jegens de junks die toen in de binnenstad van Rotterdam steeds zichtbaarder optraden.   

Fijnaut en Roks beschrijven uitputtend hoe de politie daarop voor een  belangrijk deel reageerde door met zichzelf bezig te zijn. Dat maakt hun werk vaak tot taaie en soms ook ontmoedigende leesstof. Toch wordt de aanhouder beloond. Je komt steeds zinnen tegen die boekdelen spreken. Bijvoorbeeld deze op pagina 105. ¨In de beschrijving van dit organogram (zie p. 388-389) wordt geen gewag gemaakt van de talrijke grote en kleine problemen die op kortere of langere termijn moesten worden opgelost om hier en performante, meer geïntegreerde recherche van te maken: sterkte problemen, huisvestingsproblemen, scholingsproblemen, uitrustingsproblemen, problemen met verbindingen en voertuigen¨. 

  Schaalvergroting en professionalisering bij de misdaad Foto Alexandra pixab

Hoe Blaauw het uithield 

Ik ken dat wel. De organisatie waar ik drie decennia voor heb gewerkt, raakte op een gegeven moment in een reorganisatiestemming. Er werden afdelingen gesplitst, bijeen gevoegd, opgeheven. Men voerde teamleiders in die meewerkend voorman waren, zij werden weer afgeschaft. Dit alles ging gepaard met veel geschuif van personen en hinderlijke interne verhuizingen. De mensen bleven echter dezelfde zodat er van grotere efficiency, een beter onderlinge communicatie en de zo verhoopte cultuuromslag weinig terecht kwam. Aan deze persoonlijke ervaring deed De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam steeds weer denken. Je begrijpt niet hoe een man als commissaris Jan Blaauw dit allemaal uithield. Waarschijnlijk omdat hij toch kans zag in redelijke mate zijn eigen gang te gaan. En men moet niet gaan denken dat er tussen al die reorganisaties door geen speurwerk kon worden gedaan.

Eroscentrum

De zware misdaad komt steeds aan de orde tegen de achtergrond van de recherche en zijn reorganisaties. Vooral de bekende gokkoningen Ger van Driel Vis en Henk Smol geven acte de présence, bijvoorbeeld als de bestuurders op de Coolsingel naar hen kijken om een officieus Eroscentrum mede te financieren en te exploiteren. Dit tot verbijstering van de buren op het Haagse Veer. Aan veelzeggende incidenten besteden de auteurs echter weinig aandacht. Ze beschrijven de groei van de zware misdaad en de toename van de handel in hard drugs eerder als een proces. We leren bijvoorbeeld hoe Turken in de jaren zeventig zuiverder heroïne op de markt brengen tegen een lagere prijs dan de vertrouwde Chinese handelaars met hun versneden spul. Bij zulke beschrijvingen komen de auteurs nu en dan met citaten van afzonderlijke rechercheurs, die stuk voor stuk sappig weten te formuleren. Dat contrasteert met de loden taal van de auteurs. Overigens is er weinig expliciete aandacht voor het feit dat Rotterdam in de tweede helft van de twintigste eeuw is veranderd in een veeltalige multiculturele stad. Dat stelt bij de politie bijzondere eisen aan de talenkennis en het gevoel voor uiteenlopende culturele gebruiken. Dat los je maar deels op door het corps tot een afspiegeling van de bevolkingssamenstelling te maken. 

Zware misdaad groot probleem

De conclusie van Fijnaut en Roks aan het eind van het slothoofdstuk is op een andere manier loodzwaar. ¨Het duurde om allerlei redenen tot rond 2010 voordat de bestrijding van de zware misdaad weer op een geloofwaardige manier een zekere prioriteit kreeg. En het is belangrijk om dit hier in alle duidelijkheid op te schrijven, want in deze vaststelling ligt een belangrijk deel van de verklaring besloten voor de zeer grote problemen waarmee Nederland vandaag de dag op het terrein van de zware misdaad worstelt: een wereldwijd vertakte illegale drugsindustrie, bendes waarvan de organisatie en cultuur veel weg hebben van die van Italiaanse maffiagroepen, heuse killer squads en vele liquidaties. complete illegale wapenarsenalen, en zelfs martelkamers, aanslagen met explosieven op bankkantoren, doodsbedreigingen aan het adres van politie- tot justitie-ambtenaren en burgemeesters, en niet te vergeten: gevallen van zware corruptie in de rangen van onder meer politie en douane¨.

Daarom is De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam tegelijkertijd een historisch, een zwaar en zeker ook een actueel boek. 

Cyrille Fijnaut, Robby Roks, De Recherche en de Zware Misdaad in Rotterdam (1996-1996). Amsterdam 2020. Boom, 408 blz. ISBN 9789024439300 NUR 680

 

Zie ook:

Lees meer over:

georganiseerde misdaad finaut
Deel dit bericht met je vrienden!