dinsdag 14 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Vele Joden waren ook lid van Feyenoord

19 mei 2017 (door Hans Roodenburg)

Nu het stof van alle feestvreugde rond het kampioenschap van Feyenoord is neergedaald, is het misschien tijd om ook aandacht te besteden aan het feit dat deze voetbalclub deels vele Joodse leden had voor de Tweede Wereldoorlog.

De grote vijand Ajax Amsterdam wordt altijd beschouwd als een ‘jodenclub’. Het enkele gesis dat we de afgelopen dagen hoorden van Feyenoord-supporters moet dan ook met een korreltje zout worden genomen, als een ironisch bedoelde tegenhanger worden gezien of meer nog als dom gelul worden bestempeld.

Voor de oorlog had Feyenoord voor zijn leden de plicht om analoog aan het bevolkingsregister op hun kaart hun kerkgenootschap te zetten. Dat gold ook voor donateurs. De voetbalclub was weliswaar niet religieus, maar de leden voetbalden samen als christenen, joden, katholieken en niet-gelovigen. Dat ging zonder problemen, zoals ook in feite bij Ajax die wel het Amsterdamse stempel had van vele joden uit De Jordaan. Dat wordt ze door haatdragende Feyenoord-supporters nog steeds nagedragen. Na Amsterdam en Den Haag had de gemeente Rotterdam het grootste aantal joden ingeschreven.

Van de enkele honderden leden van Feyenoord voor de oorlog waren er enkele tientallen van joodse afkomst. Bekend is geworden de familie Naarden uit Hillegersberg van wie de meesten in de concentratiekampen van nazi-Duitsland om het leven zijn gekomen. Ongelooflijk triest dus wat sommige haatdragende supporters van Feyenoord, de dommen onder hen, niet beseffen of niet willen beseffen. Hetzelfde geldt voor andere Rotterdamse families die mede ook aanhanger waren van de voetbalclub Feyenoord.

De gemeentelijke bevolkingsadministratie was natuurlijk voor Hitler Duitsland een paradijs om mensen van het niet-Ariërs-ras op te sporen. Daarvan werd dan ook grif gebruik van gemaakt. Met name de Joden moesten het ontzien. Op de persoons- of gezinskaart werd in 1939 nog prominent gezet het kerkgenootschap waartoe men behoorde. De Joden, niet beseffend welke gevolgen dat had voor de bezetters, kwamen daar ook voor uit. De club Feyenoord volgde trouw in hun administratie wat het bevolkingsregister voorschreef.

Pas na de oorlog waren alleen voor clubs voor-, achternamen en adressen voldoende in de ledenadministratie. Een les van de Tweede Wereldoorlog. In de bevolkingsadministratie is pas in 1994 het kerkgenootschap geschrapt. Tot dat jaar werd er in het Nederlandse bevolkingsregister ook een dataveld 'godsdienst' opgenomen. Vanaf dat jaar verdween de vermelding van kerkelijke gezindte uit het bevolkingsregister en konden de lokale kerken geen mutaties meer opvragen bij het gemeentehuis.

Andere gegevens uit het bevolkingsregister van de gemeenten zijn voor derden ook moeilijk op te vragen. Dat heeft alles met privacy te maken. Alleen van tevoren goedgekeurde wetenschappelijke en zorgorganisaties kunnen soms bepaalde gegevens krijgen. Uiteraard ook de belastingdienst. Vaak moeten mensen op grond van hun privacy ook toestemming verlenen. Dus daarom is het maar goed dat clubs niet meer het geloof (of niet-geloven) in hun administratie opnemen. Stel je voor dat een club als Feyenoord precies weet hoeveel leden er zijn die thans het Jodendom of de Islam aanhangen.

De vooraanstaande Brits-Nederlandse journalist Simon Kuper heeft een keer onderzocht waar de naam ‘Ajax Jodenclub’ vandaan kwam. en bleek dat Ajax geen uitgesproken joodse club was. De Amsterdamse club had, net als Feyenoord, joodse leden en supporters, maar bij het uitbreken van de oorlog geen significant joodse spelers in het eerste. Op internet is trouwens genoeg terug te vinden over Feyenoord en zijn Joodse geschiedenis.

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven