zaterdag 19 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Sofía Hernández Chong Cuy. Foto Zach Hyman

Van Mexicali naar Witte de With: Sofía Hernández Chong Cuy

5 januari 2020 (door Ronald Glasbergen)

Kunstcentrum Witte de With ondergaat eens in de zoveel tijd, met een nieuwe directeur, een transformatie. Januari 2018 trad de van oorsprong Mexicaanse Sofía Hernández Chong Cuy aan. In de zomer van 2019 interviewden we haar. De directe aanleiding? Er lijkt een frisse wind door het gerenommeerde, maar nogal elitaire kunstcentrum te waaien. Hieronder het volledige interview.

Magia festival in 'Melly' aan de straat in Witte de With   Foto WdW WdW Magia Festival in Melly  Foto WdW  

Al op straatniveau voltrok zich de verandering: op de hoek van de Witte de Withstraat en de Boomgaardstraat was een nieuwe ingang gemaakt en in de ruimte klonk opeens hippe clubmuziek. Buurtkapper, annex schrijver en deejay, Ivan Winter was er neergestreken op uitnodiging van de directeur. En op de bovenste verdieping was Cecilia Vicuña te zien, een weliswaar kunsthistorisch doorwrochte overzichtstentoonstelling - maar tegelijk ook eentje die wel het een en ander aan visueel vuurwerk en plezier opleverde. En rondom het thema van de beoogde naamsverandering, volgens kritische kunstenaars nodig wegens het vermeend foute verleden van zeeheld en naamgever Witte de With, is het al geruime tijd rustig (al zal dit onderwerp in het tweede deel van dit interview redelijk uitvoerig aan de orde komen). Er waren dus redenen genoeg om op onderzoek uit te gaan. Zo kwamen we in gesprek met de relatief - ze zit er nu al bijna twee jaar - nieuwe directeur Sofía Hernández Chong Cuy. Ze is geboren in Mexicali in het noordwesten van Mexico en studeerde in Monterrey en New York. Haar eerste werkervaring deed ze op bij inSITE. Het waren projecten die letterlijk over grenzen gingen, over de Amerikaans-Mexicaanse grens. Daarna werkte ze onder andere bij Americas Society in New York, om uiteindelijk zeven jaar voor Fundacíon / Colección Cisneros te werken, een Amerikaans-Venezolaanse stichting die werkt vanuit New York en Caracas. Voor dat werk reisde ze tussen 2011 en 2017, in voor Venezuela woelige tijden, wel een keer of vijf per jaar heen en weer tussen Caracas en New York. Als ik haar vraag hoe het werk in Venezuela was, aarzelt ze even. 

tijdens Chavez en tijdens Maduro.

'Het zijn moeilijke tijden daar. Heel erg moeilijk. Ik was er dus tijdens Chavez en tijdens Maduro. Erg zorgwekkend. Maar mijn werk in Venezuela ging vooral over de toekenning van beurzen. Met name werkten we aan een subsidieprogramma voor onderzoekers kunstenaars en kunsthistorici uit Venezuela die zo de kans kregen om in verschillende universiteiten, residenties tentoonstellingen en symposia te werken. Ik ontwikkelde het beurzenprogramma en de institutionele uitwisselingen daar. Ten tweede hadden we daar aan de universiteit ook een stevig educatief programma vooral voor Venezolaanse kunststudenten. Toen dat erg moeilijk werd, omdat de universiteit meestal gesloten was, zijn we verhuisd naar een cultureel centrum in Chacao. Dat waren vaak behoorlijk grote evenementen. De deelnemersaantallen varieerden tussen werkgroepen van 10 personen tot seminars waar meer dan 500 mensen waren. Bij die gemeenschap ben ik nog steeds nauw betrokken.

still animatiefilm Cecilia Vicuña Foto WdW 

Hier in Witte de With hebben we volgend jaar een tentoonstelling van een kunstenaar uit Venezuela: Christian Vinck. Venezuela ligt heel dichtbij de Nederlands-Caribische eilanden. Hij komt uit Maracaibo, aan de kust tegenover Aruba. Hij is eigenlijk van Nederlands-Venezolaanse afkomst.'

Kunnen we hier nu veel Zuid-Amerikaanse kunst verwachten?

'Ja. Maar omdat ik voor het eerst in Europa woon, kan ik ook leren van de kunstscene hier. Ik kijk veel naar kunstenaars hier in de regio. Melike Kara bijvoorbeeld, die hier op de tweede verdieping exposeert (van mei tot augustus 2019), leeft in Keulen. Toen ik in 2018 hierheen verhuisde, ging ik op studiobezoek bij haar in Duitsland. En vervolgens werkten we enkele maanden om de show te ontwikkelen. Dat hoort er dus ook bij.

'deel van de schoonheid van de kunst is dat we niet ermee stoppen vanwege het feit dat het een paradox is'

Veel van de meer geëngageerde maatschappelijk betrokken kunst is vrij abstract en conceptueel. Dat is paradoxaal omdat politiek geëngageerde kunstenaars met hun vak een ​​groter publiek willen bereiken. Dus denkt u dat er manieren zijn om met deze paradox om te gaan?

'Het is, denk ik, een paradox, maar het is een deel van de schoonheid van de kunst, dat we niet ermee stoppen, omdat het een paradox is. Er zijn denk ik een aantal manieren om hier mee om te gaan. Ik denk dat politieke kunst je waarneming van de wereld waarin je leeft of de wereld die je kent, doet veranderen. En dat kan op heel verschillende manieren.

'Ik zie mezelf als een zeer politiek betrokken persoon, maar ik ben bepaald geen activist'.

In het verleden waren kunstenaars die dachten dat abstractie het middel moest zijn voor politieke verklaringen. Andere kunstenaars dachten er over in termen van taal, hoe je taal in je werk gebruikt en zij besloten zich te richten op de legitimering van kunst via de kunstinstellingen in plaats van via de beelden die ze maakten. Dan zijn er kunstenaars in de geschiedenis die activistische kunstenaarsgroepen hebben opgericht die - al dan niet - hun weerslag hadden in hun visuele praktijk of beeldtaal, maar ze gingen ook georganiseerd de publieke ruimte in om hun stem te laten te horen. Er zijn dus veel verschillende manieren waarop politiek in de kunst een rol kan spelen of zich kan manifesteren. Ik zie mezelf als een zeer politiek betrokken persoon, maar ik ben bepaald geen activist. De manier waarop ik politieke betrokkenheid voel, manifesteert zich in mijn eigen institutionele werk als directeur, als curator en in educatie. Als je mij zou vragen hoe ik die posities combineer in een culturele instelling, dan zou ik antwoorden dat het vormgeven van de structuur van instellingen mijn politieke werk is. En dat heeft te maken met het betrekken van verschillende gezichtshoeken, het in twijfel trekken van waarden, de erkenning dat er andere vormen van leren zijn, met multiculturaliteit.'  

Cecilia Vicuña 1971 'Janis Joe'  Foto Aad Hoogendoorn

Wat bedoelt u met het vormgeven van de structuur?  De structuur van Witte de With is er toch al?

'Maar je kunt het ook veranderen. Ons bestuur bijvoorbeeld is aanzienlijk anders dan toen ik hier begon. Het bestuur moet als onderdeel van hun werk in staat zijn om te veranderen. Ik heb die verandering geleid en dat heeft ermee te maken dat als we kritisch kijken, we moeten beschikken over verschillende perspectieven, zodat de vragen uit verschillende richtingen komen in plaats van steeds uit dezelfde hoek. Dat is dus een manier om te veranderen.

De andere manier is om te denken aan de staf, de mensen die hier werken, zodat dat niet alleen specialisten in hedendaagse kunst zijn, maar ook mensen met kennis van andere vakgebieden en andere culturen, die niet noodzakelijkerwijs vertegenwoordigd zijn in de geschiedenis van de westerse kunstgeschiedenis. En ik betrek mijzelf daar ook in, als je mensen neemt die niet specifiek denken binnen de structuren van de westerse kunstgeschiedenis, dan is de kans op een andere zienswijze en een andere benadering aanwezig. Alleen al omdat je niet het bekende canon voortzet maar omdat je er ook andere waardestelsels en interpretaties bij betrekt.

Rotterdam staat in Nederland bekend om zijn relatief grote verschillen tussen arm en rijk. De verschillen zijn natuurlijk veel minder zoals in Mexico, waar je veel grotere verschillen tussen inkomens hebt of Venezuela maar het principe is hetzelfde. Denkt u dat een instelling als Witte de With meer kan doen dan alleen ruimte geven aan sommige kunstenaars die een politieke stem hebben, kan helpen om die kloof te overbruggen? Of dat zij mensen kan aantrekken die betrokken zijn bij de polariteiten van de samenleving?

Ja, ik denk dat cultuur, of het nu bij Witte de With is of ergens anders, dat cultuur die taak heeft, nietwaar?  Ik denk dat alle culturele instellingen die kunst presenteren, ongeacht wat voor kunst, letterlijk de  taak hebben  om mensen samen te brengen in waardering voor een (artistieke) productie. We kunnen dat kunst noemen. We kunnen dat muziek noemen. In ons geval zijn het de visuele kunsten toch?  Anders kun je het thuis maken en daar laten en dat is het dan. Maar als je het gaat presenteren, als je het wilt exposeren, dan moet je mensen ertoe brengen het te komen bekijken.

Tentoonstelling Cecilia Vicuña  Foto Aad Hoogendoorn 

En het beste is het wanneer je mensen samenbrengt om het gezamenlijk te zien. Ik denk dat juist dat engagement is en de meeste instellingen bewegen nu in die richting. Dat is de reden waarom musea vroeger gebouwen waren die dingen aan de muur hingen en nu heeft iedereen allerlei activiteiten en ga zo maar door. Betekenis? Ja. Maar ik denk dat het principe en uiteindelijk onze verantwoordelijkheid is om het te presenteren. We willen meer doen en we doen het. Mensen denken dat je gewoon gaat selecteren en ophangen - nee, voor ons is presentatie: je onderzoekt. Dat onderzoek is ons werk, dat is wat we doen. We hangen het werk niet gewoon aan de muur. Om het op te hangen, doen we veel onderzoek. En door ons onderzoek, begrijpen we waarom er hier, nu, vandaag, iets moet worden getoond. Het is onze verantwoordelijkheid om te presenteren.

'Onderzoek is ons werk, dat is wat we doen. We hangen het werk niet gewoon aan de muur'.

Is het niet moeilijk om dat te communiceren, om daarmee een ​​publiek te bereiken?

'Ik denk het wel. Maar het kan op verschillende manieren. We geven interviews aan journalisten, we hebben eigen accounts op de sociale media, we geven brochures uit, we houden ons bezig met onderwijs en met de verschillende manieren om publieksprogramma’s aan te pakken. Er zijn dus veel verschillende manieren waarop we bemiddelen in het maken van presentaties'.

De tentoonstelling van Cecilia Vicuña, vond ik, evenals het initiatief voor de nieuwe publieksruimte Melly beneden. erg boeiend. Cecilia Vicuña maakte enkele schilderijen die sommige mensen naïef noemen, maar die heel direct kunnen communiceren zowel voor leken als voor meer professionele kijkers. Is dat toeval?

'Melly, de ruimte beneden, is vorig jaar geopend, maar het kostte ons een jaar om die ruimte samen met een groep betrokken jongeren te hernoemen naar Melly. En er zullen meer veranderingen komen - niet van de naam, die blijft - maar er zullen meer veranderingen zijn in termen van de intensiteit van de programma's en het soort programmering dat we beneden zullen voortzetten. Dat gaat verbeteren. Dat is de ene kant.  

Wat de tentoonstellingen aangaat, ben ik heel blij dat de tentoonstelling van Cecilia je bevalt. Het is een bijzondere tentoonstelling omdat het de breedte van een kunstenaarschap laat zien. Het is niet één project, het is een levenswerk. Ik denk dat die tentoonstelling noodzakelijk zo moest zijn. Maar ik denk dat een deel van het toeval wel is, dat Melly beneden ook een dergelijke breedte heeft. In de eerste plaats doordat Melly (het kunstwerk Melly Shum hates her job van Ken Lum) uit 1990 stamt, deel uitmaakt van een groter project dat terug gaat in de tijd en laat nadenken over het werk dat eerder gedaan is met kunstenaars in Rotterdam.

Cecilia Vicuña deel van de tentoonstelling  Foto WdW  

'er zullen meer veranderingen komen'  

Werk rond sociaal engagement, rond arbeidskwesties, rond politiek activisme enzovoort. En dat omvat een aantal evenementen en programma's. Het is dus niet één ding, maar vele dingen. Dat complex van verbanden is denk ik uniek. Ook al omdat we in de meeste tentoonstellingen nieuw werk laten zien. Niet een volledig overzicht. Dat zou wel eens de kracht van precies deze periode kunnen zijn. De tentoonstellingen die in september openden, met jongere kunstenaars die één soort werk hebben, zijn veel strakker en conceptueler. Rossella Biscotti werkt erg met het visuele, Alejandro Cesarco baseert zich op taal. Dus het is met opzet weinig in het oog springend. Die twee benaderingen zijn ook conceptueel, maar heel anders dan het conceptuele in het werk van Cecilia Vicuña. Maar de artistieke praktijk van deze twee kunstenaars is wel zeer maatschappelijk betrokken. Soms komt dat tot uiting in de thema’s waarvoor ze kiezen, maar kan je het aan het werk zelf niet zien. Ze hebben dan betrekking op de wereld buiten hun studio. Alejandro Cesarco, toont in de tentoonstelling  vijftig werken met opgehangen tekst. Vijftig werken vullen een hele tentoonstellingsruimte. Zijn werk is zijn intellectuele productie, maar hij werkt ook de afgelopen twintig jaar elke dag in een uitgeverij. Hij leidt een uitgeverij die gedragen wordt door kunstenaars. De uitgeverij  is opgericht door een kunstenaar die aan Aids overleden is. Cesarco nam het toen over en hij werkt er nu al twintig jaar. De uitgeverij verspreidt kunstboeken in gevangenissen en openbare scholen. En hij geeft cursussen over zijn werk. Hij maakt zo zijn werk toegankelijk en begrijpelijk. Zijn kunst is één uitdrukking daarvan, zijn werk als uitgever een ander.'

 WdW MELLY Workshop Foto Sandra Zegarra Patow

'die polarisatie waar je het over hebt, heeft eigenlijk betrekking op eigendom'

Witte de With kreeg de volle aandacht van Rotterdam toen de verandering van naam van Kunstcentrum Witte de With aan de orde kwam. Daarna was Witte de With even heel aanwezig. Het was plotseling ‘onze instelling’ die door ‘ons geld’ werd betaald. U heeft, als directeur van de instelling, denk ik, die discussie op de een of andere manier een neutrale plaats gegeven. Wat denkt u en wat moet er gebeuren?

'Een van de dingen die me opviel, is dat veel van de commentaren over de door jouw genoemde polarisatie gingen. In termen eigenlijk betrekking hebbend op eigendom. Wie bezit er hier iets, nietwaar?  Een groot deel van de discussie ging dus denk ik over eigendom. Maar misschien, vroeg ik me af, dat veel van die discussies iets missen. Ze hebben in feite geen ervaring met de instelling. Ze spreken zonder dat ze betrokken zijn bij het onderwerp dat op het spel staat, bij Witte de With in dit geval. En ik dacht dat het beste zou zijn om eerst meer openheid te betrachten. Om benaderbaar te zijn, zodat mensen kunnen ervaren wat hier gedaan wordt en niet alleen kritiek uitoefenen vanwege geërfde symboliek.  Dat is nummer één is: hoe betrekken we zowel onze supporters als onze critici bij ons om daadwerkelijk ons werk voort te zetten en samen met ons na te denken? Om zo te zien wat we produceren, wat we hier doen, met de ideeën die worden ontwikkeld, met ons onderzoek, om in contact te komen met de kunstenaars die we hier presenteren.

Het was heel duidelijk dat de instelling echt moest nadenken over die betrokkenheid. En dat die betrokkenheid ontbroken heeft vanwege een vraag die grappig genoeg te maken heeft met de ’toren’. Toren in die zin dan dat je meerdere verdiepingen omhoog moest gaan om de kunstgalerieruimten te zien. Omdat je eerst met een lift moest. En nee, het is niet alleen een fysieke belichaming van naar boven moeten gaan, er is ook het vermoeden dat men het niet zou kunnen begrijpen. Maar dat we tegelijk op de begane grond kunstgalerieruimten hadden waar we niet van profiteerden.  

Cecilia Vicuña still animatiefilm met publiek Foto A Hoogendoorn 

Een beetje het gebouw op zijn kop zetten dus?.

Ja. Waarom onderzochten we de directe verbinding niet die daar ligt? Dit is een zeer sociale straat en we hoeven niet nog een expositieruimte daar beneden te hebben. We zouden er in feite een ontmoetingsplek, een sociale plek, een ruimte van samenkomst kunnen hebben.

En we hebben die ruimte. Dus ja, je zegt eigenlijk: hier is het. Wij zijn - weet je, de perceptie van een ivoren toren ingebed in de perceptie van complexiteit en ontoegankelijkheid en - hoe zeg je het? – Zoiets van 'Oh wij zijn beter, enzovoort'. Terwijl het in werkelijkheid in een zeer professionele instelling is die jarenlang lokaal en internationaal heeft samengewerkt. Het is alleen daarom dat het werd bekritiseerd en niet vanwege…

Vanwege die professionaliteit?

Ik denk aan de vraag rond de ivoren toren. Ivoor is aan de ene kant een erg moeilijk verkrijgbaar materiaal en daarom wordt de metafoor van ‘ivoren toren’ gebruikt. Het is ook omdat het niet alleen ontoegankelijk is in termen van zeldzaamheid ervan. Het is zeldzaam om hier Cecilia, een kunstenaar uit Chili te hebben. Waarom? Wie kent haar? Wie is hier naar Chili geweest? Wie heeft daar research gedaan? Dus de zeldzaamheid...

'hoe krijgen we zowel onze supporters als onze critici zover om met ons mee te denken'

Engagement is een handelsmerk van Witte de With. Deelt u eens u gedachten over de 'Melly Shum hates her job' poster die een soort logo voor Witte de With werd?

Als je naar de receptie van het werk kijkt, naar de ontvangst in de media, betekende die denk ik, op verschillende tijdstippen verschillende dingen. Die was toen het voor het eerst werd geïnstalleerd, heel anders dan tegenwoordig. Toen het voor het eerst werd gepresenteerd, was het kunstwerk alomtegenwoordig in de stad. Het billboard hing niet alleen hier, maar het was ook opgehangen in verschillende plekken in de stad en het kunstwerk was ook te zien in de kunstruimten. Die alomtegenwoordigheid had dus te maken met de positionering als reclamebord, als advertentie. En op die manier kreeg het impact in de stad, werd het een afbeelding die veelzijdiger werd naar mate je er vaker mee te maken kreeg. Nieuwsmedia van toen stelden er allerlei vragen bij. Wat is dit? Voor wie is dit? Wat betekent deze afbeelding en tekst? Wie is Melly Shum?

 
Cecilia Vicuña deel van de tentoonstelling foto WdW  

In de afgelopen tijd zijn denk ik dat de vragen veranderd zijn. De afbeelding circuleert op sociale media, wordt gebruikt voor accounts als Twitter of LinkedIn. De alomtegenwoordigheid ligt niet meer in de stad, maar online. Het hoeft niet noodzakelijkerwijs met Rotterdam te maken te hebben, hoewel Rotterdammers er wel mee geassocieerd kunnen worden. Het heeft te maken met de toestand van de vrouw die universeel wordt gevoeld als een werknemer die ongelukkig is.

Melly gaat niet over wie Melly Shum is als een persoon, maar wie Melly Shum is als onderwerp. En dat is denk ik de focus van het werk is en daar ben ik erg blij mee. Dus met die twee, de alomtegenwoordigheid van het beeld in een stad, als een artistieke interventie en met de veelzijdigheid van het kunstwerk als beeld en als een soort sociale duiding. Artistieke interventie wordt als het sociaal wordt geïnterpreteerd iets heel anders. En ik denk dat de positie van dat beeld daarmee te maken heeft.

Wat is het? Wat doe je ermee?

Wat is het? Wat doe je ermee? Dat zijn denk ik twee verschillende vragen die te maken hebben met presentatie. Dat is voor Witte de With een van de dingen die Melly Shum als kunstwerk doet. Voor ons was ook belangrijk dat, bij het laten vallen van Shum, de achternaam, Melly zelf als iemand waar we dichtbij zijn of affiniteit mee hebben, wordt benadrukt. Daarom is de naam (van de kunstruimte op de begane grond op de straat) Melly geworden. Dat drukt een soort empathie met het onderwerp en met de ruimte, waardoor het dichterbij voelt, meer persoonlijker, meer vertrouwd is.

Dat waren, denk ik, de dingen waar de jongeren die de naam Melly aan de ruimte beneden gaven, zich op wilden concentreren. Hoe laat je mensen zich daar op hun gemak voelen? Hoe wordt de ruimte vaker gebruikt? Hoe stimuleer je het denken over herkomst, achtergrond, betekenis en over inhoud en gebruik van die ruimte? Ik denk dat die zaken heel precies voorgesteld worden door de achternaam Shum weg te laten, door het 'Melly' te noemen.

Cecilia Vicuña deel installatie  Foto WdW

En was het uw initiatief om er een openbare ruimte van te maken?

Toen ik hier aankwam was het een expositieruimte. Ik wilde in die ruimte niet alleen kunst exposeren, maar er een ontmoetingsplaats van maken. En die ontmoetingsplaats moest niet alleen gebaseerd zijn op relationele esthetiek, maar zou onder meer met hulp van boeken en catalogi moeten gaan werken als ruimte voor permanente educatie door middel van boeken en de transactie ervan maar ook door de contact dat je met anderen daar kunt hebben.

Het was duidelijk dat de instelling echt moest nadenken over die betrokkenheid.  

Van kunst naar het grotere publiek? Of voor voorbijgangers?

Het hangt er vanaf, mijn eerste benadering van de transformatie van die ruimte, hier met het team, was dat ik zei dat het een boekwinkel moest zijn. Om te beginnen. In de ervaring van mijzelf en die van mijn collega's en vrienden waren boekhandels de plaatsen waar we een relatie met verkopers van boeken opbouwden. En dat je door een dergelijke langdurige relatie een leerplan aan het creëren zou zijn, een school, maar dan een autodidactische school. Wat betekent dat je je curriculum vorm geeft, op basis van je interesses en de interesses van de boekverkoper en zo je leeslijsten en je leesgewoonten vormt. Dus om zo meer te weten te komen over een auteur of over een thema, onderwerp of wat dan ook. En als we dat doen, zei ik, als we dat gevoel van kameraadschap gebruiken, dan creëren we een relatie tussen bezoekers en personeel. Zo kan permanente educatie ontstaan. Op die manier zijn we anderhalf jaar geleden begonnen. Zo dat het behalve een ruimte voor het tonen van kunst, in vitrines en aan de muren ook een ruimte zou zijn voor het verkopen van boeken die we daar uitgestald hebben.

Vorig jaar hadden we hier bijvoorbeeld een grote tentoonstelling over de impact van brievencultuur in de hedendaagse kunst, dus rond de geschiedenis en de cultuur van het uitwisselen van brieven van mensen die zich met kunst bezig houden. Het was een hedendaagse kunsttentoonstelling die ook liet zien hoe dit historisch, in de 17e eeuw ook al van groot belang was. En hoe werkt dat nu, in de populaire cultuur waar het loopt via e-mail, spraakberichten en dergelijke? We hadden een programma waarin we over het onderzoek voor die show spraken en waarvoor we ook een aantal brievenboeken selecteerden en die boeken waren beneden te koop. Hetzelfde hebben we bij verschillende andere onderwerpen gedaan, op het gebied van onderwijs, op het gebied van radicaliteit, specifiek gericht op onderwijs. Dus op radicale pedagogiek, wat eigenlijk een term van Paulo Freire is die binnen dat programma werd onderzocht. Dus het was niet breed maar eigenlijk heel specifiek. radicale pedagogiek van Paulo Freire.

Cecilia Vicuña meer schilderijen Foto WdW

Carte Blanche

Wat trof u aan toen u hier aankwam en welke opdracht kreeg u van het bestuur?

Ik was hier uitgenodigd. Dat betekent dat als je het aanvraagproces achter de rug hebt en geselecteerd bent, de instelling je als curator een soort carte blanche geeft. Dat betekent dat je de instelling op een goede manier beheert en gezond houdt, maar ook dat je vrij spel hebt om datgene te programmeren waarvan je denkt dat het relevant is in de hedendaagse kunst.

In de loop der tijd heeft Witte de With directeuren uit verschillende delen van de wereld gehad. Daardoor kunnen we hier leren van praktijken uit plaatsen die meestal hier minder zichtbaar zijn. Voordat ik hier kwam, heb ik zeven jaar in Latijns-Amerika gewerkt. Zo heeft iedere directeur zijn eigen werkwijze en accenten meegenomen. In mijn geval zei het bestuur: Oké, dat klinkt goed.

Dit interview verscheen in december 2019 op deze site in twee delen. Die  zijn hier samengevoegd 

Lees meer over:

beeldende kunst
Deel dit bericht met je vrienden!