donderdag 2 december 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

‘Undercover’

12 september 2012 (de Redactie)

Een politieman heeft het aan de stok met een boze automobilist. Een dagelijks tafereel in heel Rotterdam. Dit keer staat de agent tegenover de bestuurder in een drukke winkelstraat in het Oude Noorden. Voor de zoveelste keer gaat het om een parkeerprobleem, c.q. een vermeende verkeersovertreding. Een welles/nietes spel tussen twee volwassenen.


Wie er gelijk heeft, Joost mag het weten. De automobilist is nogal grof in zijn mond en bijt de agent toe: ,,Wie denk jij wel die je bent?’’

Als ik agent was geweest, dan had ik dit als een behoorlijke belediging opgevat.

Maar de betrokken politieman was kennelijk nogal wat gewend. In plaats van kwaad te worden wees hij laconiek op het embleem van zijn mouw waarop stond: ‘Politie Rotterdam Rijnmond.’

Petje af voor deze zeer beheerste agent.

Wat mij echter aan dit gehele tafereel irriteerde was dat de bewuste politieman zijn eigen surveillancewagen dubbel had geparkeerd. Of de collega die naast hem stond. Dicht in de buurt was ruimte genoeg om zijn auto veilig en volgens de regels weg te zetten op een ruime vrije parkeerplek. En omdat een van beiden dit niet deed ontstonden er opstoppingen. Andere boze automobilisten toeterden daardoor van jewelste.

Om de zaak nog erger te maken komt er nog een andere politiewagen aangereden, al of niet gevraagd voor de nodige assistentie bij de lastige klant. Ook die surveillancewagen gaat nog eens dubbel geparkeerd staan en deze agenten voeren overleg met de min of meer in het nauw gebrachte collega’s.
Naast mij op straat staat een soort punkmeid. Zij leek zo te zijn weggelopen uit de feestartikelenzaak van Frans Moret. Blonde haren, felblauwe ogen, ondergespoten met oranje en blauwe verf, kledij in alle kleuren van de regenboog, tatoeages al of niet nep.
In haar denk ik een bondgenoot te hebben gevonden. Ik zeg tegen haar: ,,De politie blokkeert nu zelf het verkeer. Waarom zetten zij die wagen niet even weg, hè!’’

Tot mijn stomme verbazing sommeert zij mij, zoals een politieman zou doen: ,,Doorlopen, doorlopen jij!’’
,,Krijg nou de hik,’’ denk ik bij mezelf. ,,Een undercoveragent!’’

Alleen ben ik geenszins van plan mij door zo’n opvallend verkleedt grietje opzij te laten zetten. ,,Ik weet niet wie ú bent,’’ zeg ik nog keurig netjes, ,,maar ík sta hier gewoon mijn werk te doen.’’ Om dit nog eens extra te benadrukken maak ik een notitie van het kentekennummer van de dubbel geparkeerde politiebus.

Even is zij perplex om dan wederom brutaal en uit de hoogte te vragen: ,,Oh ja, wat voor werk is dat dan wel?’’
Adrem zoals ik in dergelijke situaties soms kan zijn wilde ik zeggen: ,,Dat gaat je geen ene reet aan.’’ In plaats daarvan zeg ik met veel bluf: ,,Inspectie der Domeinen.’

Zij kijkt mij nu vol ongeloof aan, of zij water ziet branden. Net op het moment dat de zaak met de inmiddels bekeurde automobilist schijnt te zijn opgelost. Alleen is de man thans niet meer boos, maar woedend. Hij verscheurt de bekeuring met veel misbaar.
Uit de dubbel geparkeerde politiewagen komt plotseling een oproep door. De punkmeid loopt vervolgens snel en geheel vrijwillig naar het arrestantengedeelte achterin en stapt daar vrolijk in.
De twee andere politiemannen zitten inmiddels voorin. Even later rijdt het busje met loeiende sirene de winkelstraat uit. Een chaos van wachtende automobilisten in een file achterlatend.
In het voorbijrijden van de surveillancewagen zie ik de ‘punkmeid’ als undercoveragent het uitgieren van de pret. Haar collega’s lachen net zo hard mee.

Voor mijn undercoverplakboek heb ik er voor de zekerheid maar een foto van gemaakt.


Deel dit bericht met je vrienden!