dinsdag 28 september 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Nederlandse Tweede Kamerleden te kort en in te kleine fracties in de Kamer. Afb YT

Kamerleden steeds minder ervaren, maar wel zwaarder belast

27 februari 2021 (een van de redacteuren)

Let op de Kamer

In de afgelopen week verscheen het eindrapport van de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU). Daarin staat dat de samenwerking tussen de Tweede Kamer, de departementen en de uitvoeringsorganisaties meestal behoorlijk functioneert. Maar er staat ook heel zorgwekkende kritiek in. Een van de belangrijkste kritiekpunten, hoewel je daar niemand, behalve de politieke partijen dan, direct op aan kan spreken, is de steeds kortere tijd dat kamerleden in het parlement zitten. Die hebben daardoor minder tijd om broodnodige ervaring op te doen voor de controle van de ingewikkelde interacties tussen uitvoerende, de regerende machten en de ministeriële departementen. Zo konden bijvoorbeeld negatieve consequenties van het strenge toeslagenbeleid onder de radar blijven.

Veel relatief onervaren kamerleden

Het is een voordeel zijn dat er jong bloed in de Kamer komt en dat er een frisse wind waait. Maar, zo laat het rapport zien, het is vaak heel ingewikkeld hoe allerlei wetvoorstellen toegepast moeten worden en wat de consequenties ervan in de uitvoering ervan zijn , in het dagelijks leven dus. De toeslagenaffaire wordt  zijdelings genoemd. De trigger daarvan was de Bulgarenfraude, iedereen, wilde toen strengere maatregelen, ergens in de toepassing ging het fout. Dat ligt misschien daar wel aan uitvoerende instanties, in dat geval de belastingdienst, maar het ligt ook aan de ministeries en aan de kamerleden die de zaak onvoldoende controleerden en doordachten. Dat soort zaken controleren vragen om tijd en kennis die niet altijd aanwezig zijn.

Steeds kleinere partijfracties waardoor de werkdruk toeneemt

Dat laatste heeft te maken met de complexiteit , maar ook met de hoeveelheid kennis en ervaring van kamerleden en de drukte van hun wqerkschema en daar wreekt zich een andere probleem. De versnippering in steeds kleinere fracties in de Tweede Kamer. Als je 12 of 15 kamerleden hebt krijgen die per hpersoon nu eenmal veel meer te doen als dat je dertig kamerleden zou hebben. Dan kan je de taken beter verdelen. Hebben kamerleden meer tijd beschikbaar voor hun dossiers. Stel je voor dat er meer Renske Leijten's en Pieter Omtzigt's zouden zijn. Maar voor wat zij gedaan hebben is tijd een aandacht nodig . Die tijd is er in een grote fractie meer omdat de taken door meer schouders gedragen kunnen worden. OK dat is nog geen borg voor talent, maar dat krijg je ook door ervaring, u weet wel dat spul wat Tweede Kamerleden steeds minder hebben omdat ze korter in de Kamer zitten.    

het probleem is het ontbreken van grote partijen met kennis van de materie

Grafiek laat zien hoe land Kamerleden in het parlement zitten (Bron TCU)

Er is sprake van een toenemende fragmentatie van de samenstelling van de Tweede Kamer. Uit het Nationaal Kiezersonderzoek 2017 blijkt dat de verkiezingsuitslag van dat jaar leidde tot de meest gefragmenteerde Kamer sinds de Tweede Wereldoorlog. Pieter Omtzigt (Kamerlid CDA), zegt hierover: “Het probleem zijn niet de kleine partijen, het probleem is het ontbreken van grote partijen met kennis van de materie. Want het is voorwaar niet gemakkelijk om te begrijpen wat de invloed van een bepaald wetgevingsartikel is op de onderwijspraktijk of op de belastingen en of iets uitvoerbaar is voor het UWV. Daar heb je kennis voor nodig.”

Daarnaast neemt de gemiddelde zittingsduur van Kamerleden af (zie de tabel hierboven). Kamerleden hebben daardoor minder tijd om kennis op te bouwen. Dat geldt zowel voor vakinhoudelijke kennis als voor de kennis en ervaring die nodig is om de regering effectief te kunnen controleren. De afname van de gemiddelde zittingsduur van Kamerleden leidt bovendien tot verlies aan ‘parlementair geheugen’. Kamerlid Visser spreekt zijn zorg uit over deze ontwikkeling: “In 2017 keerden 87 leden niet terug in de Kamer of schoven door naar het kabinet. Daarmee verdween cumulatief 438 jaren aan parlementaire ervaring. Die trend is sinds het begin van deze eeuw stijgende. De vernieuwingsdrang van politieke partijen leidt elke vier jaar tot groeiende afname aan parlementaire kennis en ervaring

Zoveel belangrijks in het rapport dat het haast niet opvalt 

Het bovenstaande is het meest saillante uit het rapport maar dreigt een beetje onder te sneeuwen omdat het rapport over zo veel gaat. Over de Tweede Kamer en haar functioneren dus. Maa ook over de ambtenarij en over de uitvoerders van het beleid zoals de Belastingdienst, het RDW (wegverkeer) en het UWV (werk en uitkeringen). 

Het eindrapport Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties (TCU) gaat over de soms niet geweldig lopende samenwerking tussen de politiek, de ministeries en de uitvoeringsorganisaties. Politie en bureaucratie denk je dan en dat is het, maar wel noodzakelijk spul om de staatsmachien te laten lopen. Elk land heeft zo zijn eigen mores. In Zweden zo wordt in het rapport een beetje jaloersig opgemerkt gaat het met kleinere ministeries zodat de bazen van uitvoeringsorganisaties meer verantwoording dragen en ook beter voor de politiek aanspreekbaar zijn. Zo staan er vele details in het meer dan 200 pagina's tellende rapport maar er springen een paar zaken uit. De eerste is de in de loop der tijd veranderde samenstelling van de Tweede Kamer .

Tweede Kamerleden zijn relatief snel opgeveegd Afb YT      

Dan de ambtenarij  

Voormalig topambtenaar Bekker zegt daarover: “De politiek ergerde zich aan de sterk gegroeide machtspositie van lang op hun functie zittende topambtenaren (‘de vierde macht’). Daarom is in 1995 de Algemene Bestuursdienst (ABD) opgericht, met als doel om topambtenaren systematisch te laten rouleren. Zowel politici als ambtenaren vonden dit een aantrekkelijk idee. Het gevolg was dat hoge ambtenaren minder ervaring op een bepaalde plek opdeden. Leuk voor hun avontuur maar slecht voor diepergaande kennis, zou je kunnen zeggen.

Maar er zou wel uitwisseling op ander niveau plaats moeten vinden. Om kennis uit te wisselen en wederzijds begrip te creëren, zou het volgens diverse gesprekspartners goed zijn als er meer roulatie van personeel in de driehoek Tweede Kamer, departementen en uitvoeringsorganisaties plaatsvindt.

De uitvoerders krijgen de klappen

Een medewerker van de belastingdienst:  Er wordt nog weleens op een bepaalde manier gesproken over medewerkers, in de Tweede Kamer maar ook in de media. Wat je dan ziet, zeker als je kijkt naar de berichtgeving over de Belastingdienst de afgelopen tijd, is dat dat zó negatief is. Dan ben je eigenlijk na de eerste knal al knock-out. Je blijft als dienst en als medewerkers klappen krijgen, maar er is geen scheidsrechter die de wedstrijd stopt. Het gaat gewoon maar door.”

Pechthold die tegenwoordig het CBR leidt:  “Maar we merkten wel dat er intern een soort murwheid was. […] Ik vond het heel symbolisch dat de CBR-paraplu's niet meer veel aftrek hadden. Daar liet je je buiten niet mee zien. Kennelijk was het idee: liever een nat pak dan met een CBR-paraplu lopen. Dat kwalificeer ik wel als: verwaarloosd, intern, maar ook in de relaties extern. De organisatie was erg teruggetrokken en zat erg in de hoek waar de klappen vielen.”

Voor medewerkers van uitvoeringsorganisaties is het van belang dat de politiek erkent ook betrokken te zijn geweest bij de initiële beslissing, zo stelt mevrouw Schueler (projectleider CNV): ”Het zou de medewerkers ontzettend helpen als ook de politiek aangeeft: wij hebben x jaar geleden misschien een verkeerde beslissing genomen.

Het ontbreekt de Tweede Kamer aan interesse, kennis en informatie om haar medewetgevende en controlerende taken ten aanzien van de uitvoering optimaal te vervullen

Twee belangrijke conclusies van het TCU- rapport liegen er dan ook niet om: 'Het ontbreekt de Tweede Kamer aan interesse, kennis en informatie om haar medewetgevende en controlerende taken ten aanzien van de uitvoering optimaal te vervullen. Dit komt onder meer doordat het kabinet de Kamer niet altijd volledig en tijdig informeert. Ook benut de Kamer bestaande mogelijkheden om structureel kennis op te bouwen en informatie te vergaren, onvoldoende.'

'Tweede Kamer, departementen en uitvoeringsorganisaties evalueren niet of niet tijdig of beleid dat mogelijk grote gevolgen heeft voor burgers, het bedoelde effect heeft. Ook benut de Kamer bestaande evaluaties onvoldoende om het beleid of de uitvoering daarvan te verbeteren.'

De TCU ging op 5 maart 2020 van start. De commissie bestond uit de Kamerleden André Bosman (VVD, voorzitter), Nevin Özütok (GL, ondervoorzitter), Evert Jan Slootweg (CDA), Cem Laçin (SP), John Kerstens (PvdA), Maarten Groothuizen (D66) en Corrie van Brenk (50PLUS). De commissie onderzocht de oorzaken van problemen bij uitvoeringsorganisaties en het verlies van de menselijke maat daarbij. Het hele rapport is hier te lezen 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

Politiek Tweede Kamer
Deel dit bericht met je vrienden!