zaterdag 31 oktober 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Tussen Rotterdam en Londen

31 oktober 2012 (door Geert-Jan Laan)

Op een zeer ontspannen, zeg maar ouderwetse manier, ben ik onlangs naar Londen gereisd. Dus met de trein naar Hoek van Holland. Met een mooi en comfortabel schip van de Stena Line naar Harwich en dan weer met de trein naar Liverpoolstreet Station. Vooral op de heenreis was het rustig. Er kunnen zo’n 1200 passagiers mee, maar het waren er – inclusief de vrachtwagenchauffeurs- nog geen honderd. Dus hadden wij zo ongeveer onze eigen ober, die precies om half twee ’s middags terwijl wij de Waterweg uitvoeren mijn traditionele biertje serveerde. Hij hield ook scherp in de gaten wanneer het glas leeg was.


In deze hectische tijden hoor je toch vaker dat voor overspannen managers, zakenlieden, politici en soortgelijk volk het wel eens goed zou zijn om gewoon op een bijna negentiende-eeuwse manier te reizen.
Ik heb een speciale band met Londen. In 1960 werd mijn vader benoemd in een vrij hoge functie als vakbondsbestuurder bij de International Federation of Transportworkers. (ITF) Hij was verantwoordelijk voor de havenarbeiders in Nederland bij de toenmalige Centrale Bond van Transportarbeiders met een prachtig hoofdkantoor aan de Heemraadsingel in Rotterdam. Wij zouden verhuizen naar Londen.

In Rotterdam was ik net gepromoveerd van de MULO naar het Libanon lyceum in Kralingen. Omdat de eerste oproep voor militaire dienst er zat aan te komen ging ik het gezin vooruit. Ook toen ging ik met de Harwichboot. De Britse ‘immigrationofficer’ vertrouwde het niet.
,,What are you coming to do in this country?’’ vroeg hij.
In mijn beste MULO-Engels antwoordde ik: ,,I am here to look for a school.”
Hij vroeg mij waar ik zou verblijven. Ik noemde het adres van een toekomstige collega van mijn vader in het centrum van Londen. ,,Is dat een kantooradres of een woning?’’ vroeg hij. Ik zei: ,,Ik denk een woning, maar ik ben er nog nooit geweest.’’

Zijn volgende vraag was: ,,Hoeveel geld heeft u bij zich?’’ Trots zei ik wel drie pond.
Nu kreeg ik met een klap een stempel in mijn paspoort. Het stempel zei: ‘Permission to enter the United King Kingdom for the period of’ … Met de hand vulde hij die periode in. ‘Three days’
Wat aardiger zei hij vervolgens: ,,Wanneer die man waar u logeert een Engelsman is neem hem dan morgen mee naar een afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken, vlakbij uw adres, en laat hem het uitleggen. Dan komt het wel goed.’’

Het kwam ook goed.


Deel dit bericht met je vrienden!