vrijdag 10 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Tijd dat aseksuele mens uit de kast komt

25 maart 2012 (door Hans Roodenburg)

Landelijk is naar schatting 3 procent van de mannen en 1,4 procent van de vrouwen van 16 jaar en ouder ‘uit de kast’ gekomen. Evenredig doorberekend naar Rotterdam zou het in deze gemeente om circa 7500 mannen en 3500 vrouwen kunnen gaan die er voor uit komen zich seksueel aangetrokken te voelen tot de eigen sekse.

Dus de roep onder de bevolking – bij vooral voetbalsupporters en onopgevoede jongeren - dat de ander ‘homo’ of ‘lesbo’ is, klopt natuurlijk van geen kant. Het is dan ook vooral bedoeld als stopwoordje zoals tegenwoordig ook te pas en te onpas wordt gebruikt om iemand ‘lul’ of ‘muts’ te noemen. Vroeger was een ieder van buiten de stad ‘een boer’.

Trek
Van de mannen heeft ruim 90 procent en 82 procent van de vrouwen uitsluitend voorkeur voor de andere sekse. Biseksueel, voor zover dat is na te gaan, is 5,5 procent van de mannen en maar liefst 15,5 procent van de vrouwen waarbij wel aangetekend moet worden dat het merendeel vooral ‘trek’ heeft in de andere sekse. De ware biseksuele mensen, die het met mannen én vrouwen doen, is onder de mannen maar 1,4 procent en onder de vrouwen 3,6 procent. Vertaald naar Rotterdam naar boven de 15 jaar circa 10.000 mensen.
Homoseksualiteit wordt in Nederland breed geaccepteerd, constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een recent onderzoek ‘Niet te ver uit de kast’. Dat was vroeger wel anders. In tegenstelling tot toen zijn nu verreweg de meeste homoseksuele mannen en lesbische vrouwen open over hun seksuele voorkeur. Van de moeders accepteert 92 procent en van de vaders 86 procent de seksuele voorkeur van hun kind. De uitkomsten zijn gebaseerd op onderzoek in 2010 en 2011.

Openheid
De openheid hierover is heel groot geworden. Zo komt 97 procent van de homoseksuele mannen en 89 procent van de lesbische vrouwen ten minste bij één andere persoon ervoor uit dat zij als zodanig zijn. Voor biseksuelen is de acceptatie merkwaardig genoeg lager.
Ook blijkt dat een aanzienlijk deel van de homoseksuele mannen en lesbische vrouwen het niet gemakkelijk vindt om naar anderen open over hun seksuele geaardheid te zijn. Zo voelt ruim een derde zich niet op z’n gemak om met familie over de seksuele voorkeur te praten.
De homoseksuele mannen en lesbische vrouwen passen hun gedrag ook aan om negatieve reacties te voorkomen. Meer dan de helft van hen die een partner van de eigen sekse hebben, raakt die in het openbaar (soms) om die reden niet aan.
In de openbare ruimte zijn ‘homo’s’ en ‘lesbo’s’ niet altijd veilig. Ongeveer een derde van de mannen en een kwart van de vrouwen krijgt negatieve reacties. Van de mannen wordt 3 procent zelfs bedreigd en 1 procent van de mannen en vrouwen bespuugd. Ernstiger fysiek geweld komt ook voor: in 2011 bij 0,5 procent van de homoseksuele mensen. Zelfs op de werkvloer komen nog negatieve reacties voor.

‘Gewoon’
De onderzoekers Saskia Keuzenkamp, Niels Kooiman en Jantine van Lisdonk van het SCP: ,,Het is dus niet voor alle homoseksuele mannen en vrouwen vanzelfsprekend en probleemloos om ‘gewoon homo te zijn’, zoals in het overheidsbeleid wordt nagestreefd. Homoseksuelen zijn een minderheid en de norm van heteroseksualiteit zal vermoedelijk altijd dominant blijven.’’
Het is jammer dat de onderzoekers in hun rapport niet meteen de ‘aseksualiteit’ hebben meegenomen. Aseksueel betekent ongevoelig zijn of geworden zijn voor seksuele prikkels. Er bestaan geen onderbouwde cijfers – ook niet op internet terug te vinden - over de aantallen aseksuele mensen in Nederland van 15 jaar en ouder. Onder deze leeftijd beschouwen we jongeren maar als ‘verkennend’.
Dat bij ouderen op een gegeven moment de seksuele prikkel wegvalt is een bekend gegeven. Dat staat los van de waardering van partners – van welke signatuur dan ook - voor elkaar, Maar er zijn ook (vaak alleenstaande) mensen in alle leeftijdsgroepen die aseksueel zijn, maar daar niet voor durven uit te komen.

Schatting
We kunnen dan ook alleen maar een heel ruwe schatting maken uit ons eigen leefervaringen (in Rotterdam) van het aantal mensen van wie wij al dachten dat die aseksueel zijn. We kwamen hen al tegen op school, op het werk en in de dagelijkse samenleving.
Merkwaardig genoeg waren het vaak ook erudiete mensen. Onder de ‘asocialen’ was het toneelspel altijd heel groot. Of ze alles wat los en vast zat aan elkaar neukten! Door ervaringen wijs geworden, weten wij inmiddels wel beter.
Het wordt tijd dat ook de aseksuele mensen uit de kast komen. Het zou ons niet verbazen als het landelijk om enkele honderdduizenden – van jong tot oud – gaat!

De publicatie ‘Niet te ver uit de kast’ is bij het SCP en in de boekhandel te verkrijgen of te bestellen.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven