zondag 29 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Taai ongerief

28 april 2015 (door Geert-Jan Laan)

In de vrolijke column van Corry Gryn over het verschijnsel dat steeds meer stellen zich in identieke kleding hullen stipt zij een verschijnsel aan dat eerst sinds kort in Nederland te zien is.

Bijna twintig jaar geleden zag ik die stellen al in Duitsland. Ik had toen verkering met een eveneens vrolijke Duitse dame net over de Duits-Nederlandse grens in Oost-Friesland. Het kan dus goed zijn dat het stel in Veere, dat Corry zag lopen, ook de Duitse nationaliteit bezat. Mijn Duitse vriendin vond het helemaal niks. ,,We noemen dat ‘partnerlook’ sneerde ze. ,,Als het niet goed gaat in een relatie dan is dit zo ongeveer het laatste redmiddel.”


Ik vond dat een wat snelle conclusie. ,,Wat kan mij het schelen als ze allebei maar redelijk gekleed zijn. En zich niet in vervuilde, afgedragen lompen presenteren.”

Het onderwerp kleding houdt de mensheid al eeuwen bezig. Misschien wekte de eerste man in de oertijd al jaloezie toen hij zich als eerste in een berenvel hees. Aan het begin van de vorige eeuw schreef Theo Thijssen, de schrijver ook van Kees de jongen, een vermakelijk boek onder de titel ‘Het taaie ongerief’. De kledingperikelen van een jonge, arme onderwijzer. Boordjes die elke dag schoon moesten zijn. Goedkope broeken die ook na een regenbui hun zwarte kleur behielden.

In de tweede helft van de 20ste eeuw rukte, zeker op de redacties, een nieuwe losse kledingmoraal op. Korte broeken, sandalen, los gedragen uitwaaierende overhemden en zeker geen stropdassen.

Dat viel niet altijd even goed. In 1968 interviewde ik nog voor het Rotterdamsch Parool de president-directeur van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) ir. K. van der Pols. Hij was ook voorzitter van het bestuur van de VVD. De jonge freelance fotograaf de mij vergezelde zag er niet uit. Een smerige, rafelige broek en dito T-shirt. Van der Pols bekeek de jongeman en vatte zijn verschijning diplomatiek, maar duidelijk samen: ,,Zo jongeman. Ik zie dat jij vanmorgen niet lang hebt geaarzeld bij je keuze uit de klerenkast.”

Later toen ik zelf wat te zeggen kreeg op redacties heb ik die zin vaak geleend. Zeker in mijn periode als onderzoeksjournalist had ik al snel geleerd dat je je als een kameleon moest aanpassen aan je omgeving. Dus in een pak met stropdas naar een ondernemerscongres, maar niet in donker pak naar een kraakpand.

Journalisten die niet buiten de deur kwamen mochten wat mij betreft zo informeel mogelijk rondlopen. Op pad evenwel gelden andere eisen. Verkeerde kleding betekent geen vertrouwen en dus ook geen vertrouwelijke verhalen. Zo heb ik heel wat journalisten moeten leren hoe ze een stropdas moesten strikken.

Wanneer ik nu jonge studenten journalistiek zie dan kleden zij zich weer wat beter. Alleen geen stropdas meer maar dat geldt ook voor vele hooggeplaatsten. Maar als ik ze zie in een aardig donker pak met daaronder soms die vreselijk gekleurde sportschoenen dan denk ik ,,een vlag op een modderschuit.”

Maar misschien ligt dat nu echt alleen aan mij.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!