zondag 29 maart 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Stilleggen Odfjell: Voorkomen altijd beter

28 juli 2012 (door de Redactie)

(Door Hans Roodenburg)

Het is zelden in de Rotterdamse haven gebeurd dat een bedrijf zijn werk-zaamheden heeft moeten stilleggen omdat niet aan de veiligheidseisen van de DCMR Milieudienst Rijnmond is voldaan.


Bij het Noorse tankopslagbedrijf (voor onder meer chemicaliën) Odfjell Terminals Rotterdam in de Botlek is dat het geval. Al herhaaldelijk was Odfjell door de DCMR gewaarschuwd dat de blus- en koelvoorzieningen niet in orde waren.


Weken stil

Het tanksopslagbedrijf is nu genoodzaakt onder meer alle leidingen voor de voorzieningen van meer dan 140 opslagtanks te vernieuwen, een karwei waar waarschijnlijk weken mee is gemoeid. Een forse strop dus voor het Noorse moederconcern. Maar veiligheid gaat boven geldelijk gewin.

De vraag is of de kwestie bij Odfjell op zichzelf staat. Hoewel de DCMR bij het Noorse bedrijf alert heeft gereageerd, kan de dienst niet nauwgezet het hele havengebied controleren op de veiligheidsvoorzieningen. Voor een groot deel moet de inspectiedienst het hebben van vertrouwen in de bedrijven. Pas als die het wel erg bont maken, zoals Odfjell, wordt ‘hard’ ingegrepen.

Uit de gegevens van het Havenbedrijf Rotterdam blijkt dat in de regio Rotterdam bijna 30 miljoen m3 aan tankopslagcapaciteit voor alle typen bulkvloeistoffen staat. Daarmee behoort de haven tot de top van de wereld. Veruit de grootste in Rotterdam zijn de tankparken van ’s werelds grootste tankopslagbedrijf Vopak (ontstaan uit de Rotterdamse bedrijven Pakhoed en Van Ommeren).


Maatregelen

Heel veel van deze voorzieningen stammen nog uit de jaren ’50 en ’60. Weliswaar zijn ze vaak vernieuwd (of gerenoveerd) maar of ze daardoor topveilig zijn geworden is niet met zekerheid vast te stellen. Wel hebben ze alle maatregelen genomen om in geval van calamiteiten de schade – en vooral die voor de omgeving – zoveel mogelijk te beperken. Het allergrootste gevaar van een tankopslagbedrijf is dat bij een brand – of in het allerergste geval bij een ontploffing, waarop de kans heel klein is – andere opslagtanks ook in de hens vliegen en ontploffen. Het zogenoemde cumulatie-effect.

Hoewel dit gevaar bij Odfjell (opslagcapaciteit 1,6 miljoen m3) nog lang niet aan de orde was, heeft de DCMR in samenspraak met de directie van het bedrijf terecht snel ingegrepen. Je kunt beter voorkomen dan genezen. Het gebeurt natuurlijk wel meer dat opslagtanks in Rotterdam worden leeggepompt of stilgelegd voor onderhoudswerkzaamheden of vernieuwingen. Maar op de schaal zoals nu bij Odfjell is niet eerder voorgekomen. Het feit dat de DCMR hard ingreep omdat de veiligheid bij het bedrijf en in de woonomgeving in gevaar zou kunnen komen, maakt het natuurlijk allemaal erg dramatisch en wekt grote media-aandacht op, waarin vaak veel te veel de suggestie wordt gewekt dat ‘Rotterdam aan een ramp is ontsnapt’.


Tankparken

Die mogelijkheid is nu natuurlijk veel en veel kleiner dan in de jaren ’50 en ’60 toen de haven in tankopslag werd opgebouwd. Natuurlijk zijn er nog havens in ontwikkelingslanden waar tankparken staan die bepaald niet aan ‘onze’ veiligheidseisen voldoen. De kans dat daar een ramp gebeurt, is natuurlijk veel groter.

Bij Odfjell is overigens niet het gehele proces stilgelegd. De transporten van producten naar de chemische fabrieken blijven onder verscherpt toezicht van de autoriteiten doorgaan. Anders zouden die ook weer problemen kunnen krijgen, met name op het gebied van de veiligheid. Het toont wel weer aan hoe het hele havengebied met elkaar is verweven.

Het gevaar voor de omgeving van Odfjell – het dichtst bij liggen de woonplaatsen Spijkenisse, Hoogvliet en Geervliet - is nog niet eens in het stadium van ‘risicovol’. Wel is ongerustheid op zijn plaats.


Waarschuwingen

Directeur Jan van den Heuvel van de DCMR stelt dat bij Odfjell pas is ingegrepen toen het tankopslagbedrijf een reeks waarschuwingen niet ter harte nam. Er is aan de bedrijven in het havengebied eigenlijk al lang erg veel vertrouwen gegeven dat zij zich zullen houden aan de veiligheids- en milieuvoorschriften. Voor het allergrootste deel van de bedrijven is dat volgens Van den Heuvel ook het geval. Bij Odfjell was men wat lankmoediger.

De kwestie bij Odfjell is ook niet te vergelijken met de grote brand in januari 2011 bij Chemie-Pak in Moerdijk. Dat was de laatste grote chemieramp, waarbij overigens geen doden zijn gevallen, maar waar voor honderden miljoenen aan schade ontstond bij het bedrijf en in de nabije omgeving.

Chemie-Pak was een heel ander soort bedrijf door opslag en verwerking van chemische stoffen. De ramp is ontstaan door menselijke fouten, nalatig directiebeleid en het niet nauwgezet volgen van de veiligheidsregelgeving.

Later bleek dat er ook gebrekkig toezicht was geweest van overheidsorganen. Na de ramp was de overheidscommunicatie naar de bevolking en naar de pers chaotisch.


Voor het uitoefenen van bestuursdwang in het Rotterdamse havengebied is de provincie Zuid-Holland eindverantwoordelijk. De provincie is het bevoegd gezag voor de milieuvergunning van Odfjell en heeft de DCMR mandaat gegeven voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.



Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road