zondag 5 april 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

SCP-rapport bevestigt: Marokkanen en Antillianen oververtegenwoordigd in criminaliteit

22 december 2016 (door Hans Roodenburg)

Het zinnetje in het uitgebreide rapport van get Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is veelzeggend: ,,In Rotterdam staan niet-westerse migranten wat betreft verdachtencijfers het verst af van een evenredige positie ten opzichte van autochtone Nederlanders.’’ 

Iedereen, en zeker in de grote steden, roept dat licht getinte mensen, vooral Marokkanen, de hoogste score hebben in de criminaliteitscijfers. Dat blijkt dus niet helemaal het geval want de Antilliaanse Nederlanders, meestal donkerder van kleur, kunnen er in Rotterdam ook wat van.

In de rest van de regio Rotterdam is het een stuk minder gesteld met de criminaliteit en zeker op het platteland. Dat komt omdat Marokkanen en Antilianen daar veel minder wonen. Zij verblijven vooral in zogenoemde achterstandswijken in de grote steden. Dat geldt zeker voor Rotterdam.

Het SCP besteedt in het 308 pagina tellende rapport ‘De integratie van migranten in Nederland op acht terreinen nader bekeken’ aan de criminaliteit ongeveer 36 pagina’s. Willem Huijnk (SCP) en Rob Kessels (CBS) stellen in hun hoofdstuk dat ‘de oververtegenwoordiging van migranten(jongeren) in de criminaliteit onderwerp is van een verhit maatschappelijk debat’. Er wordt daarin vaak een link gelegd met de gebrekkige integratie.

Zonder in politieke discussies verzeild te raken of het daarin ligt, hebben SCP en CBS een aantal cijfers op een rijtje gezet. Van alle Nederlanders zijn niet-westerse migranten ongeveer vier keer zo vaak verdacht van een misdrijf in 2014 als autochtone Nederlanders. Een uitsplitsing naar de gemeente Rotterdam is er niet bij. Van de niet-westerse migranten in Nederland was 2,7 procent van de bevolking verdacht. Van de autochtone Nederlanders ‘slechts’ 0,7 procent.

De Antillianen scoren het hoogst: 4,7 procent van de bevolking is in 2014 verdacht van een misdrijf. Daarna volgen de Marokkanen met 3,9 procent en de Surinamers met 2,9 procent. Vervolgens de Turken met 2,2 procent. En zoals gesteld, de autochtone bevolking met 0,7 procent. Toch blijft de meerderheid van de verdachten autochtoon (58 procent van het totaal) en ongeveer een derde (32 procent) van niet-westerse herkomst. De resterende 10 procent van de verdachten is van westerse migratie.

Mannen en vooral jongeren (vanaf 12 jaar) zijn sterk oververtegenwoordigd in de criminaliteit. Opvallend is dat onder Turkse vrouwen de criminaliteit juist erg laag is. Bij Antilliaanse vrouwen is het verdachtenpercentage relatief hoog. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat dit komt door de Antilliaanse familiestructuur waarbij veel vrouwen alleenstaanden zijn mét kinderen. De mannen geloven het wel en laten de vrouwen achter met de door hen verwekte kinderen. Daarnaast hebben de vrouwen en meisjes vaak erg weinig opleiding genoten.

Foto links: Arrestaties in Rotterdam zijn er genoeg.

Onder alle migrantengroepen is een lichtpuntje dat in de tweede generatie de criminaliteit afneemt. Dus als het om de toekomst gaat, moeten op den duur (vele decennia later?) vooral de jongere verdachten veel minder crimineel worden. Hoe ouder migranten worden, hoe minder zij op het verkeerde pad komen. Zeker boven de 45 jaar. Dat geldt trouwens ook voor de autochtone Nederlanders hoewel er bij hen op oudere leeftijd veel minder misdaden worden gepleegd dan bij de niet-westerse allochtonen.

Er bestaan verschillen in het type misdrijf. Autochtone Nederlanders scoren hoog in verkeersmisdrijven en niet-westerse migranten in verhouding méér in vermogensdelicten, waarbij de Marokkanen en de Antillianen de koplopers zijn. Iedereen denkt bij drugs vooral aan Marokkanen maar van Turkse herkomst zijn er méér verdacht van drugs- of geweldsdelicten. Overigens zijn de verschillen tussen Marfokkanen en Turken maar klein.

Van de 12-jarige niet-westerse migranten uit 1996 is ruim een derde (37 procent) ten minste eenmaal verdachte geweest voor of op het dertigste levensjaar. Of anders geformuleerd: van de 30-jarige niet-westerse migranten is ruim een derde ooit verdacht geweest van een misdrijf. Tussen migrantengroepen verschilt dit percentage van 29 procent bij de overig niet-westerse migranten tot 47 procent bij de Marokkaanse Nederlanders. Het gaat dus om mensen tot 30 jaar. Bij autochtone Nederlanders uit deze categorie is dit bijna een vijfde (18 procent).

Foto links: Op de opleidingen lopen er genoeg niet-westerse migranten rond.

In achterstandswijken in Rotterdam is het verband met het aantal incidenten, zoals vernielingen, geweld, verstoringen van de openbare orde en diefstallen, gemiddeld hoger dan in andere (betere) buurten. Dat komt door de status van de bewoners: minder opgeleid, lager niveau en slordiger. Daarop slaat ook het zinnetje in het begin van deze analyse.

In het persbericht van het rapport en waarop vele media zich hebben gebaseerd, wordt vooral voortgeborduurd op het stijgende opleidingsniveau, de verbeterde onderwijsprestaties en de betere beheersing van de Nederlandse taal onder migrantengroepen. Vele media hebben zich gericht op de ‘blijvende grote (kansen)achterstand op de arbeidsmarkt en een stijgend onbehagen van migranten over hun leven en mogelijkheden in dit land’.

Wij van Vandaag & Morgen hebben zich in deze analyse gefocust op de problematiek nummer 1 in Rotterdam: de criminaliteit.

De gehele publicatie is gratis te downloaden bij www.scp.nl of in een mooi exemplaar te koop bij de boekhandel.

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road