zaterdag 11 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Saoedische film publieksfavoriet op IFFR

30 januari 2013 (door Ronald Glasbergen)

In Saoedi-Arabië zijn bioscopen verboden, mogen vrouwen, behalve in een paar enclaves, niet autorijden en gelden eveneens voor vrouwen strenge kledingvoorschriften in het openbaar.

Ze mogen alleen in een ‘Abaja’, van top tot teen alles bedekkende kleding over straat. Nu speelt op het IFFR de eerste geheel in Saoedi-Arabië opgenomen speelfilm. 
De film is bovendien gemaakt door een Saoedische, Haifaa Al Mansour, en is al meerdere dagen de publieksfavoriet van het filmfestival in Rotterdam. Waar gaat de film over en wat maakt de film zo geliefd?

De film gaat over het tienjarige meisje Wadjda (Waad Mohammed). Ze woont als enig kind met haar ouders in een gewone stadsbuitenwijk van de Saoedische hoofdstad Rihad. Zo’n gewone wijk in het Midden-Oosten, stoffig en heet, en, omdat dit Saoedi-Arabië is, van binnen luxueus. Wadjda wil een fiets hebben omdat haar vriendje uit de buurt, Abdul (Abdullah Al Gohani) er ook een heeft. Ze wil met hem kunnen racen. Maar een fiets vindt haar moeder geen goed idee voor een meisje.
Op straat zie je ook geen fietsende meisjes. Wadjda laat zich niet van de wijs brengen en besluit dan zelf de nieuwe fiets te kopen. Ze begint daarom met kleine handeltjes op school maar haar kans komt als er een religieuze wedstrijd op school wordt uitgeschreven.

Wadjda wil een fiets omdat haar vriendje Abdul er ook een heeft. Foto’s: International Film Festival RotterdamDe hoofdprijs is een bedrag waar ze ruimschoots een fiets van kan kopen. De meer in spelen en fietsen dan in religie geïnteresseerde Wadjda ziet haar kans en legt zich, tot verbazing van haar strenge lerares, met grote ijver toe op de geloofsleer.

De hoofdrollen, behalve Wadjda zelf, de moeder van Wadja, de strenge lerares op school, ,,Je gedrag zal je blijven achtervolgen,” mevrouw Hussa (Ahd) en het jongetje Abdul, worden heel behoorlijk neergezet. En Wadjda zelf wordt prachtig en overtuigend gespeeld door Waad Mohammed. Het meisje werd door de filmmaakster op een auditie in Rihad ontdekt en was toen twaalf jaar oud. Ze blijkt geknipt voor de rol.
Ook de bijrollen zijn heel behoorlijk. De fietsenverkoper, de chauffeur, de meisjes op school. Een deel van de kwaliteit van de film zit ook in de nuances, uitwerking en humor in het script. Niet-Saoediërs zal ongetwijfeld iets van de nuances ontgaan, maar dat hoort bij film.
Bovendien is wat je ziet Saoedi-Arabië, cinema uit het land waar cinema in de ban gedaan is. En in dat laatste ligt naast een aantrekkelijk niet al te moeilijk verhaal en een uitstekend spelende kind-actrice een andere sleutel voor het succes van de film.

Omdat weinig film en geen eerdere speelfilm uit het land kwamen, krijgt vrijwel elke scene naast de functie van drager van het verhaal tevens een uniek documentaire kwaliteit. De toeschouwer wordt de wereld van vrouwen in Saoedi-Arabië getoond, binnenskamers.
In ‘Wadjda’ krijg je een kijkje in Saoedische meisjesscholen, in de stille angst van de eerste vrouw voor de andere vrouwen die misschien nog komen als nieuwe echtgenotes voor hun man. Je ziet hoe kinderen van tien in Rihad op straat spelen en proeft hoe jongens en meisjes naarmate ze ouder worden, op het hyperorthodoxe schiereiland, steeds meer gescheiden worden, tot er abrupt een sluier voorgaat als meisjes groter worden. Wanneer precies dat hangt van de omstandigheden af, een lerares, een moeder, er bestaat geen vaste regel voor de leeftijd voor ‘de Abaja’.

Wadjda woont als enig kind met haar ouders in een stoffige en hete stadsbuitenwijk van de Saoedische hoofdstad Rihad. De laatste gedoog-bioscopen in Saoedi-Arabië gingen ergens in de jaren tachtig dicht. Sindsdien zijn er geen bioscopen meer in het land, laat staan dat er speelfilms gemaakt worden. Natuurlijk worden er door mede dankzij de hoge levensstandaard van het land en de overvloed van luxe producten binnenshuis wel DVD’s en satelliet TV gekeken.
Maar buiten de deur is dergelijk werelds vermaak uit den boze. In de openbare ruimte wordt toezicht gehouden door de ‘Mutawa’, de religieuze politie, geholpen door gewone politie. Dat is het klimaat waarin Filmmaakster Haifaa al Mansour (1974). opgroeide. Tot haar geluk in een liberaal gezin. Mansour: ,,Mijn vader nam me mee samen met mijn broers om fietsen voor ons te kopen.” Ze kon gaan studeren. In Cairo literatuur en in Sidney filmregie.

Gevraagd of het niet moeilijk was om in Saoedie Arabie in Rihad te filmen antwoordt ze: ,,Iedere stap was moeilijk, het was een echt avontuur. In de meer conservatieve buurten, waar mensen een vrouwelijke regisseur die zich met al die mannen op de set bemoeit afkeuren, moest ik zo nu en dan het bestelbusje van de productie in vluchten om me te verstoppen. Sommige scenes regisseerde ik dan via walkie talkie maar uit frustratie kwam ik dan toch weer naar buiten om het zelf te doen.”
Het is eigenlijk allemaal zware kost, maar het is toch een lichte, vrolijke film geworden.
Dankzij dat prachtige meisje en dankzij Al Mansour.

Vanaf 16 mei dit jaar draait de film Wadjda ook in de Nederlandse bioscopen.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven