donderdag 23 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Rotterdammertjes gast in Stadskanaal

29 januari 2015 (Geert-Jan Laan)

Kinderen in de hongerwinter 1944-1945 - In de vroege ochtend van vrijdag 2 februari 1945 kwamen ze aan in het Groningse Stadskanaal na een verschrikkelijke nachtelijk reis. Zo'n 26 kinderen uit Rotterdam ondergebracht bij gastgezinnen om aan de honger en de bombardementen in Rotterdam te ontkomen. Ze zouden daar ruim vijf maanden blijven gescheiden van hun ouders in een vreemde omgeving met andere gewoontes.

Ze passen zich aan kampen met heimwee hebben het goed en hebben het moeilijk.

 

Omslag van het boek 'Rotterdammertjes in Stadskanaal, kinderen in de hongerwinter 1944-1945.Dat is nu zeventig jaar geleden. De in Stadskanaal geboren Bert Willering heeft honderd-en-tien brieven achterhaald die de Rotterdammertjes in die periode aan hun ouders in Rotterdam schreven en de antwoorden van vooral de vaders. Hij heeft zowel alle brieven als het begeleidende verhaal in eigen beheer uitgegeven onder de titel Rotterdammertjes in Stadskanaal, kinderen in de hongerwinter 1944/1945. Zie voor de gegevens aan het slot van dit verhaal.

Gastvrij
Naar schatting tussen de 40.000 en 50.000 kinderen uit de westelijke grote steden zijn gedurende de hongerwinter of een deel daarvan gastvrij opgenomen in de Noordelijke en Oostelijke provincies van ons land.
Er is tot dusver weinig aandacht voor dat fenomeen geweest waarin Nederland toch heeft bewezen in tijden van nood de helpende hand te kunnen uitsteken. De organisatie was vooral in handen van de (uiteindelijk) gezamenlijke Nederlandse kerken, het Rode Kruis en enkele ambtelijke organisaties.
De reis naar het Noorden was regelmatig een bezoeking. In overvolle vrachtauto's zittend op hun koffers met alleen zeildoek als bescherming tegen regen en wind of op vol gepakte binnenvaartschepen die er vaak tien dagen over deden om vanuit Amsterdam het IJsselmeer over te steken in de richting van de Friese havens.

Correspondentie
In de uitgaven van Bert Willering over de periode in Stadskanaal staat de correspondentie tussen de kinderen Wilschut en hun ouders in Rotterdam centraal. Rob Wilschut was ongeveer even oud als zoon Bert Willering en een diepe vriendschap ontwikkelde zich tussen de jonge Groninger en de jonge Rotterdammer die tot op de dag van vandaag voortduurt.
Vrij kort na de bezetting probeerden de Duitsers en NSB'ers Nederlandse kinderen uit te zenden naar ’de Oostmark’, zeg maar Oostenrijk. Ook de gemeente Onstwedde, waarvan Stadskanaal deel uitmaakt, werd benaderd. De Groningers weigerden beleefd, maar resoluut. Daar kon geen sprake van zijn.

 

 

 

Rob Wilschut was ongeveer even oud als de zoon in het opvanggezin Bert Willering en een diepe vriendschap ontwikkelde zich tussen de jonge Groninger en de jonge Rotterdammer die tot op de dag van vandaag voortduurt. Iets anders was dat de gezamenlijke Nederlandse kerken met de oprichting van het Convent van Kerken al in de zomer van 1940 waren begonnen om tegenover de Duitsers één lijn te kunnen trekken. Vanaf eind 1941 trad ook de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk toe tot dit overleg.

Nauw contact
Zo ontstaat er al in 1942 een nauw contact tussen de Gereformeerde Kerk in Rotterdam-Delfshaven (Tidemanstraat) en de Gereformeerde Kerk in Stadskanaal (Poststraat). De ‘Kanaalsters’ beschikten ook over het gebouw De Eendracht dat gebruikt kon worden voor de eerste opvang van de Rotterdammertjes.
Tijdens de zomervakanties van 1942 en 1943 gaan al veel uit Delfshaven afkomstige kinderen gedurende enkele weken naar Gereformeerde gastouders in Groningen en Drenthe.
In januari 1945, wanneer de situatie in Rotterdam op voedselgebied onhoudbaar dreigt te worden, komt de laatste evacuatie van de grond.

Schieten
De kinderen uit Rotterdam schrijven ook aan hun vriendjes en vriendinnetjes in Stadskanaal. Op 6 november 1944 schrijft Janny Wilschut aan haar vriendin in Stadskanaal: ,,De Duitsers zijn tegenwoordig aan het schieten alsof het niets is. Voor het kleinste dingetje dat je doet, wordt je al neergeschoten. Een paar weken geleden was er een overval op een gevangenis. Op vier na zijn alle gevangenen bevrijd. Dat is fijn. De vier die niet konden worden bevrijd zijn door de Duitsers doodgeschoten en op straat tentoongesteld.”
Dezelfde Janny schrijft op 15 februari 1945, maar nu vanuit Stadskanaal aan ,,Lieve Vader, Moeder en kinderen: Ik ben goed overgekomen maar het is een verschrikkelijke reis geweest. We zaten met ons zesentwintigen als haringen in een ton op onze koffers. De auto is enkele keren aangehouden. Onder meer bij de IJsselbrug. Onderweg werd ik ook nog misselijk.’’

Stil
Op 16 februari 1945 schrijft vader Wilschut aan zijn zoon Rob: ,,Hier is alles goed. Je begrijpt het is nu stil geworden zonder jullie. Het zal toch weer prettig zijn als we weer bij elkaar zijn. En er is nu eenmaal hier niet zo veel eten. De laatste dagen hadden we geen aardappelen meer. Maar gisteren konden we weer 9 kilo kopen, waarmee we weer drie dagen geholpen zijn.’’

 

 

 

 

Bert Willering overhandigt het eerste exemplaar van 'Rotterdammertjes...' aan Rob Wilschut.Janny, die eerst bij enkele andere gastgezinnen verbleef, heeft nu ook haar plek gevonden. Uit haar brieven van februari/maart 1945 het volgende: ,,Vanmiddag heb ik kapucijners gegeten, en daarna een bord vette havermout. Op het ogenblik zit ik bruinenbonensoep te eten met spek. Ik ben in een week zes pond aangekomen. Dus u snapt wel dat ik goed eet. Het eten is hier uitstekend. Mijn oom heeft veel relaties. Zowat elke dag gaat hij drie flessen melk halen. Op alle boterhammen krijg ik boter. En ik mag zo veel eten als ik wil. Ik eet haast altijd elf boterhammen. 's Morgens en 's avonds.’’

Bevrijding
Op 12 april 1945 werd Stadskanaal bevrijd door Canadezen en Polen. De kinderen, van wie er al een aantal de Christelijke MULO bezochten en dus al wat Engels spraken, konden het goed vinden met de Canadezen, maar begrepen helemaal niets van de taal van de overigens uiterst vriendelijke Polen. De Polen maakten dat ook goed door evenals de Canadezen de uitbundige bevolking sigaretten, kauwgum en andere lekkernijen toe te werpen. De kinderen schreven er uitvoerig over aan hun ouders in Rotterdam.
De NSB-burgemeester van Stadskanaal werd opgepakt. Gastvader Willering wordt zelfs even waarnemend burgemeester tot de oorspronkelijke burgemeester is teruggekeerd van zijn onderduikadres.
Het zou nog tot juli 1945 duren voordat de kinderen weer terug konden naar Rotterdam. En ook toen was de reis moeilijk. Soms per boot naar Den Helder en dan per boot naar eerst Amsterdam en dan Rotterdam.

Mooi slot
De Gereformeerde Gemeente Rotterdam-Delfshaven breide een mooi slot aan deze, zeker door religie geïnspireerde, medemenselijkheid. Nog in 1945 werd een bedrag van 2.500 gulden ter beschikking gesteld van de Gereformeerde Kerk in Stadskanaal. Dit om gastouders te compenseren die wellicht financieel in nood waren gekomen door de komst van de Rotterdammertjes. Een nieuwe doopvont in de Gereformeerde Kerk in Stadskanaal werd ook door de Rotterdammers aangeboden.

Het boek Rotterdammertjes in Stadskanaal door Bert Willering kost 18,50 Euro. Binnen Nederland verzendkosten 3,80 euro. De brieven van de familie Wilschut kost 10 Euro.
Te bestellen bij de auteur Bert Willering, alwil@online.nl, telefoon 05922 406722, Fuutmeschen 8, 9403 ZT Assen.

 

 

 

 

* * *

Paul van Vliet in Friesland

 

 

 

 

In februari 1945 kwam de later bekende kleinkunstenaar Paul van Vliet als uitgehongerd negen jaar oud Haags jongetje naar Friesland in het dorp Garijp. Tijdens zijn eerste maaltijd in Friesland (dikke vermicellisoep, vlees, groenten en aardappelen) viel hij flauw.
Zijn maag, gewend aan bloembollen en bietenpulp kon de weelde niet verdragen. Een vriendelijke dorpsdokter hielp hem weer op de been. Hij schrijft over zijn Friese gastouders in een recent nummer van de VARA-gids: ,,Jullie hebben mij vanaf de eerste dag als een zoon omarmd.’’
Op school ging het minder. Het onderwijs was in het Fries en schrijven ging in schuinschrift, terwijl hij in Den Haag blokschrift had geleerd. Ook moest hij – als nieuwe buitenstaander - flink van zich afvechten omdat hij nog geen Fries sprak. Dat veranderde gaandeweg.
Hij burgerde zo goed in dat toen de bevrijding kwam hij eigenlijk niet terug wilde naar Den Haag. Uiteindelijk ging hij toch. Maar met grote warmte denkt hij terug aan die periode in Friesland.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!