donderdag 25 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Rotterdam ook duurzaam na Groenjaar

11 december 2008 (de redactie)

Hoewel Rotterdam vergeleken met andere grote steden kwantitatief over veel groen beschikt, is dat te zeer geconcentreerd op te weinig plaatsen. De organisatie van Rotterdam Groenjaar 2008 was vooral bedoeld om de stenige uitstraling van de stad tegen te gaan. Het Rotterdam Climate Initiative richt zich vooral op maatregelen die de duurzaamheid in de stad moeten verhogen. Hierbij zet de gemeente in op een drastische vermindering van de CO2-uitstoot. Mark Harbers, wethouder Haven, Economie en Milieu, vertelt hoe.

In hoeverre is Rotterdam Groenjaar 2008 een extra stimulans geweest om extra in te zetten op duurzaam bouwen?

,,Het Groenjaar zelf is geen stimulans geweest. De laatste anderhalf jaar is de gemeente Rotterdam wel nadrukkelijk klimaatbewust. Het Groenjaar had een hele andere aanleiding: Rotterdam moet meer zichtbaar groen op straat krijgen: parkjes, struiken en bomen. Het groen is nu vooral geconcentreerd aanwezig: in het Zuiderpark en Kralingse Bos bijvoorbeeld. Dat karakter wilden we veranderen. Het leuke is dat er met het Rotterdam Climate Initiative zaken tot het programma van het Groenjaar toetraden die erg klimaatbewust zijn. Bijvoorbeeld het subsidieprogramma voor groene daken. De daken dienen als waterberging. Daarnaast hebben de daken een isolerend effect en dragen dus bij aan de energieprestatie van een gebouw.”

Maar met het aantal groene daken in Rotterdam loopt het nog niet bepaald storm.

,,De subsidieregeling bestaat pas vanaf juni 2008. Dus zo verwonderlijk is dat niet. Met het groene dak op het gebouw van het Gemeentearchief hebben we wel het initiatief genomen. Ik verwacht dat in de toekomst veel meer gebouwen van een groendak worden voorzien.’’

Bent u bang dat Rotterdams duurzame imago na het Groenjaar 2008 verwaterd?

,,Nee. Bij stadsbestuur en gemeenteraad leeft een hoge ambitie om de publieke ruimte beter in te richten: zowel met stadsmeubilair als met groen. Met onze andere duurzaamheidsambities kunnen we niet eens achterover leunen. We hebben als doel gesteld om in 2025 de CO2-uitstoot tot de helft van het niveau uit 1990 te hebben gereduceerd. Dat houdt ook in dat we ieder jaar doelstellingen moeten halen. We kunnen niet in 2020 weer eens kijken hoe ver we nu eigenlijk zijn en vervolgens concluderen dat we de doelstelling niet hebben gehaald.’’

Wat behelst duurzaam bouwen precies?

,,Woningen en utiliteitsgebouwen, zoals kantoren bouwen die minder een beroep doen op energiebronnen. We kijken ook naar waar de bouwmaterialen vandaan komen. Of er bijvoorbeeld duurzaam geproduceerd hout met een zogenoemd FSC-keurmerk wordt gebruikt. Ten tweede is een zo laag mogelijk energieverbruik van een gebouw van belang. Bevat een gebouw techniek waardoor het zelf weer energie kan opwekken? Er bestaat de mogelijkheid koude-warmteopslag toe te passen. Dan is er sprake van een soort natuurlijke kringloop van koeling en verwarming. Is het buiten warm dan betrekt het systeem koel water uit een koudwaterbron in de bodem en andersom’’

Is koude-warmteopslag niet al bijna gemeengoed?

,,In steden is dat vooralsnog lastig. Je moet de diepe grondwaterlagen kunnen bereiken. Je moet dat zien als één groot reservoir, waarin je niet een oneindig aantal putten kunt slaan. Op dit moment is daar ook nog geen wet- en regelgeving voor. Met het ministerie van VROM zijn we daarover momenteel in onderhandeling. De kans bestaat namelijk al snel dat je het aantal putten binnen een stad suboptimaal hebt verdeeld. Degene met het stuk grond boven de put slaat de put en gebruikt daarmee direct de capaciteit van een groot deel van de omgeving. In landelijk gebied, waar de bebouwing minder dicht op elkaar staat, is koude-warmteopslag gemeengoed, omdat je daar veel vaker een individuele put kunt slaan. Daarnaast is het slechts een van de vele technieken. Op de RDM-campus in het project Stadshavens op Heyplaat gaan we gebruikmaken van een koude-warmtepomp die gebruik maakt van het havenbekken. Er komt een kringloop van water tussen het havenbekken en het gebouw. Zo zijn er allerlei technieken mogelijk. Volgens mij staan we pas aan het begin. De techniek van koude-warmteopslag is nu op zich wellicht uitontwikkeld, maar in de stad is het slechts bij de meest recente bouwprojecten toegepast. De komende tijd moet de toepassing een grote vlucht gaan nemen.’’

Jullie zijn als onderdeel van het wereldomvattende Clinton Climate Initiative het Rotterdam Climate Initiative gestart. Ligt de Rotterdam Climate Campus daar in het verlengde van?

De campus maakt deel uit van Stadshavens, een gebied met een oppervlak van 1600 hectare, zo groot als de gemeente Gouda. De Waalhaven, Eemhaven, Rijnhaven, Maashaven en de vier Merwehavens vormen Stadshavens. Dat worden nieuwe woon- en werkomgevingen. Men stelt weleens dat de hele zuidvleugel van de Randstad is volgebouwd. Dus hier ligt een enorme kans, die wel de hoogste ambitie vereist. Verprutsen we dit dan hebben we tegen het midden van deze eeuw echt geen ruimte meer. De ambitie is als volgt: Rijnhaven en Maashaven liggen dichtbij de stad en krijgen vooral stedelijke functies. Er worden woningen gebouwd en we kijken naar bouwen op het water. Het gebied wordt als een verlenging van de Kop van Zuid bij de stad getrokken. Bij de Waal- en Eemhaven blijft het accent op bedrijvigheid liggen. Al moet het karakter er veel moderner worden. Rond de Waalhaven komen hoofdkantoren in de maritieme sfeer. De fruitterminals die nu nog aan de noordzijde van de Nieuwe Waterweg bij de Merwehaven liggen, moeten westelijk langs de Waalhaven worden gevestigd. Op het RDM-terrein op Heyplaat gaan 1500 leerlingen technisch onderwijs volgen. Eromheen komt allerlei innovatieve bedrijvigheid die zich richt op duurzaamheid. Het project Stadshavens beslaat de periode tussen nu en de komende twintig jaar. We vinden dat wij daar de hoogste standaard van duurzaam bouwen moeten toepassen als wij ons met het Clinton Climate Initiative afficheren. De Rotterdam Climate Campus gaat nog een stap verder. Op een andere manier is onze inzet voor duurzaam bouwen daarmee ook verbonden. Rotterdam heeft zich ten doel gesteld in 2025 de CO2-uitstoot tot het gewenste niveau te hebben teruggebracht. We hebben tot op de megaton CO2 becijferd hoe we dat kunnen bereiken. Zestig procent van het terugdringen van CO2-uitstoot moeten we in het havenindustrieel complex zien te bereiken. In de toekomst gaan we bij bedrijven CO2 afvangen, nog voordat die uit de schoorsteen komt. Die slaan we vervolgens op in lege olie- en gasvelden in de Noordzee.

Waar denken jullie het terugdringen van de overige CO2-uitstoot te realiseren?

Voor de overige veertig procent kijken we naar de stad. Dan nemen we ook de mobiliteit in ogenschouw. De gemeente zelf heeft circa 1500 voertuigen rondrijden, die milieubesparender kunnen zijn. De RET is al ver gevorderd met milieuvriendelijke voertuigen en postbezorger TNT bekijkt momenteel de mogelijkheid om in Rotterdam te experimenteren met voertuigen die op elektriciteit rijden. De laaste slag die we moeten maken is de gebouwen in de stad milieuvriendelijker maken. We onderscheiden daar drie groepen: particuliere woningen, woningcorporaties en de utiliteitssector. Alle Nederlandse woningcorporaties hebben zich al verplicht ieder jaar twee procent energie te besparen. Woonbron heeft vorig jaar met de gemeente Rotterdam een convenant getekend om jaarlijks drie procent energiebesparing te bereiken. Wethouder Hamit Karakus, die bouwen en wonen in zijn portefeuille heeft, heeft een convenant afgesloten met alle grote projectontwikkelaars die binnen Rotterdam in de utiliteitsbouw actief zijn. De projectontwikkelaars hebben zich verplicht vijfentwintig procent beter te presteren dan de eisen van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimte Ordening en Milieubeheer voorschrijven. Toen we begonnen met de projectontwikkelaars was slechts de helft vooruitstrevend, maar die andere helft is gaandeweg ook meegegaan. Je ziet tegenwoordig namelijk dat alle grote bedrijven die een nieuw kantoor krijgen een zo energiezuinig en milieuvriendelijk gebouw willen. Het is dus voor projectontwikkelaars belangrijk dat ze kennis over duurzaam bouwen blijven opdoen om op de markt voorop te blijven. Anders lopen ze straks opdrachten mis. Het is momenteel zo dat een duurzaam gebouw in bouwkosten nog circa tien procent duurder is dan een regulier gebouw. Met de huidige energieprijzen is dat in zes à zeven jaar terugverdiend. Aangezien de meeste bedrijven een nieuw kantoor voor minstens twintig jaar willen, is duurzaam bouwen dus ook nog eens lucratief.

Spitst de gemeente Rotterdam zich toe op utiliteitsbouw?

,,Niet alleen. We hebben dus ook de initiatieven met woningcorporaties. De gemeente en woningcorporaties hebben elkaar op alle mogelijke manieren nodig. Denk aan de grote stedenbouwkundige herstructureringen die er volgens het Pact op Zuid in Rotterdam-Zuid gaan plaatsvinden. Dat betreft vele duizenden woningen. Woningen moeten daar bijvoorbeeld verplicht worden aangesloten op het restwarmtenet. De gemeente bouwt als organisatie zelf vrij weinig en kan dus op het gebied van milieuvriendelijke huisvesting niet telkens de meest moderne oplossingen bieden. Bij scholen en sport- en recreatiegebouwen kunnen we wel aan duurzaamheid bijdragen. Die moeten nu ook volgens de hoogste standaard verrijzen. Het nieuwe Stadskantoor, dat achter het stadhuis aan het Rodezand gebouwd gaat worden, moet het paradepaardje van de stad worden op het gebied van duurzaamheid.’’

Deel dit bericht met je vrienden!