zaterdag 31 oktober 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Rotterdam en zijn ‘kleine’ stads-iconen

17 oktober 2014 (door de Redactie)
De Markthal - eigenlijk een soort van Zeppelinhangar zonder Zeppelin - heeft denk ik het verlangen naar ‘grote’ iconen in Rotterdam waarschijnlijk wel voor een poosje ruim bevredigd.
Eerder gingen de Erasmusbrug en de Euromast (1960!) de Markthal daarin voor.

Iconen zijn goed voor de identiteit van een stad en… bovendien trekken zij toeristen. Ook niet onbelangrijk.
Maar hoe is het met de ‘kleine’ iconen gesteld? Ook zij zijn goed voor de identiteit en ook zij kunnen toeristen trekken!
Het is op het gebied van de ‘kleine’ iconen, dat Rotterdam het de laatste tijd nogal laat afweten.

Pijnlijk
Op dat pijnlijke feit werd ik recent geattendeerd toen ik begin oktober een uitnodiging kreeg van Poetry International om de onthulling van het ‘Graf van de Onbekende Dichter’ op de Westersingel bij te wonen.
Het vreemde daaraan was dat dat dertig jaar geleden, zo herinnerde ik mij, ook al een onthulling was geweest.


Het ‘Monster van Lochnesselande’. Ontwerp voor een kunstwerk voor de wijk Nesselande. Aldaar zou bij tijd en wijle een slangvormig wezen uit het water van de plas opduiken.Toen werd de grote plataan die de waterkant van Westersingel siert tot ’Graf van de Onbekende Dichter’ gedoopt door Breyten Breytenbach, de Zuid-Afrikaanse dichter en anti-apartheid activist. Dit alles in afwachting van het echte ’graf’, dat te zijner tijd daar zou worden aangelegd.
Ook ditmaal zou de ceremonie door Breyten Breytenbach verricht worden. En daar stonden we dan met 34 mensen in de regen en luisterden naar Breytenbach gedicht ’34 mensen in de regen’.
Dat gedicht ging over de vorige keer. Ja, dat schiet lekker op.
Want alles wat er nu bleek onthuld, was een minuscuul metalen vierkant met daarop de tekst ‘Het graf van de Onbekende Dichter’. En dat was dat.
De dichter Rien Vroegindeweij werd vervolgens uitgeroepen tot Schatbewaarder van het Graf van de Onbekende Dichter. Een wel heel loze titel. Want er is dus geen graf! En een schat is er ook al niet.


Beeldenman
Maar eens nagevraagd bij Hans Abelman, de (thans gepensioneerde) Beeldenman
van de stad, hoe een ander de vorige keer in elkaar zat.
De vorige ’Graflegging’ was eigenlijk een verkapte vorm van actievoeren geweest tegen de intentie van de gemeente om de plataan te kappen. De boom zou langzaam wegzakken in de veengrond. (Nu dertig jaar later staat hij er nog, niets aan de hand…).
Het is een goed voorbeeld van wie de werkelijke machthebbers in onze havenstad zijn. Twee archetypen. Kapitein Kappie kapt de bomen en kapitein Slopie sloopt de huizen
Maar ook was er toentertijd méér aan de hand. De plaats onder de plataan was door de gemeente tot Vrijplaats verklaard. Er was een zeepkist neergezet en iedereen kon daar dan op zijn zegje zeggen net als in het Hyde Park in Londen.
Maar de enige die kwam, was… Glimmerveen, de voorman van de Nederlandse Volksunie. Dus er moest steevast een cordon agenten om die Glimmerveen heen om hem het Antifascistisch front en het Antiracistisch front, etc., die hem het spreken wilden beletten, van het lijf te houden.

Blij
De architect Hans van Heel, die zijn bureau had aan de Westersingel, en Martin Mooij van Poetry International bedachten toen om de plek onder de plataan om te dopen tot het Graf van de Onbekende dichter. De gemeente blij, want nu konden ze met goed fatsoen de Vrijplaats opheffen en de bewoners blij, want de Plataan zou behouden blijven.

Breyten Breytenbach, de Zuid-Afrikaanse dichter en anti-apartheid activist, doopte dertig jaar geleden al de grote Plataan die de waterkant van Westersingel siert (zie plaatje bij de inleiding) tot ‘Graf van de Onbekende Dichter’.Maar, zo zegt Hans Abelman, er is toentertijd óók wel degelijk afgesproken, dat er een echt graf zou komen. Er is zelfs daartoe aan een kunstenaar een opdracht gegeven. Dertig jaar later is dat kunstwerk er, helaas, dus nog steeds niet. Terwijl zo’n curieus ’graf’ best wel eens culturele toeristen zou kunnen trekken. En die willen we toch zo graag in onze stad, want die toeristen hebben geld te besteden. De backpacker met de Rough Guide in de hand, hoe sympathiek ook, heeft dat ten ene male niet.

En hoe zit dat met het ontwerp ‘Het Erasmushuisje’ in de nabijheid van het Grote Kerkplein? Dat zou zéker culturele toeristen trekken. Het project ligt, helaas, al jaren stil.

Fraaie ontwerpen

En ook de wijken van Rotterdam worden niet naar behoren bedeeld met passende iconen. Terwijl daar ook fraaie ontwerpen voor op de plank liggen.
Ik haal er twee aan.
Een: het Monster van Lochnesselande. Een kunstwerk voor de wijk Nesselande.
Aldaar zou bij tijd en wijle een slangvormig wezen uit het water van de plas opduiken. Een ’duikbootje’ in de vorm van de hals en schouders van het monster, vanaf de wal radiografisch bestuurd! Aan de TU in Delft is er, naar ik mij herinner, zelfs door enthousiaste studenten een ecologisch verantwoord ontwerp voor gemaakt.
Ons Rotterdamse monster zou zeker toeristen trekken. Het Monster in Schotland immers, dat zich nooit laat zien, trekt al hordes toeristen. Kun je nagaan wat voor een trekpleister een monster wordt, dat zich nu en dan wél laat zien…
Helaas, van het Monster van Loch Nesselande is al sinds lange tijd niets meer vernomen.

Lombardijen

Hetzelfde geldt voor het beeld ’de Koningin van Lombardijen’ voor de wijk Lombardijen. Een beeld, ontworpen naar het bekende liedje van Annie M.G. Schmidt. Een kinetisch beeld – en dat zou meteen het eerste in Nederland zijn - want de rechterarm van het beeld zou wuiven, alsmaar wuiven. Net als in het lied.
En, last but bot least, hoe staat het met het Pietje Bell-monument op de Mariniersweg? Wie het weet mag het zeggen.
Kortom, het beleid van Rotterdam inzake nieuwe beelden in de ruimte - nieuwe kleine iconen - die met zijn allen nog niet een ’eenhonderdste Martkhal’ kosten, is ronduit bedroevend.
Al even bedroevend als jegens de beelden die er als zijn.
Een voorbeeld: de haikutegels in de Karel Doormanstraat.

Een van de tegels die plechtig door de toenmalig wethouder buitenruimte, Lucas Bolsius, zijn onthuld.In de Karel Doormanstraat prijkt het borstbeeld van schout-bij-nacht Doorman die ten onderging tegen de Japanners in Slag in de Javazee.


Haikudichters

Dat was het gewelddadige, het oorlogszuchtige Japan. Er bestaat ook een vreedzaam Japan, dat van de haikudichters. De gedachte was: de Karel Doormanstraat tot ’Straat van de Vrede’ te maken door het leggen van zes haikutegels met haiku’s erop, geschreven door Rotterdammers.
Er werd een wedstrijd uitgeschreven. De gemeente vroeg mij voorzitter van de jury zijn. Er is mij toen gebleken hoe populair de haiku - een drieregelige versvorm - in Nederland is. De haiku bloeit in ons land. Het wemelt van de haikuclubs. De Nederlander houdt van poëzie, als het maar niet te veel is… Er kwamen liefst 120 inzendingen binnen.
Die tegels zijn daar toen plechtig door de toenmalig wethouder Buitenruimte Lucas Bolsius en mijzelf (in de Raad indiener van de haikumotie) onthuld.
Wie schetst mijn verbazing, toen ik twee jaar later door de Karel Doomanstraat fietste en …alle haiku’s waren weg!

Opgeslagen
Ik heb toen de gemeentelijke dienst die daar over gaat gebeld. Ja, die haikutegels die waren wegens een vernieuwing van de straat, die overigens inmiddels allang had plaats gevonden, ’ergens’ opgeslagen. Wáár was onduidelijk. Of ze ooit nog zouden terugkeren? Onduidelijk!
Uiteraard de toen fungerende wethouder Buitenruimte gebeld, Alexandra van Huffelen. En het moet gezegd, zij kwam direct in actie.
Door Alexandra van Huffelen en mij gezamenlijk, met enige ondersteuning van professionele stratenmakers, zijn toen de haiku-tegels teruggelegd.

Dus… als u mij ziet, ernstig speurend om mij heen kijkend, langzaam fietsend door de Karel Doormanstraat, dan weet u nu waarom ik dat doe. Ik kijk of de tegels er nog zijn.
Je weet het immers nooit in Rotterdam, de woonplaats van Kappie & Slopie!

Deel dit bericht met je vrienden!