zondag 5 april 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Rotterdam begraaft referendumidee

2 december 2016 (door Hans Roodenburg)

Het politieke idee om referenda in te voeren heeft in Rotterdam een enorme klap gekregen. Daar heeft de peiling onder de kiezers - om al dan niet akkoord te gaan met de woonvisie 2030 van het college van burgemeester en wethouders - ‘slechts’ een opkomst gehaald van 16,9 procent terwijl minimaal 30 procent was vereist. 

 

Het college, en met name Leefbaar Rotterdam, bracht daar tegenin dat de totale sociale woningbouw verbeterd moest worden en dat men iets beter gesitueerden naar de stad wil trekken. Ook zouden de goedkoopste en verpauperde woningen sommige wijken alleen maar nog onleefbaarder maken en mensen aantrekken (waarschijnlijk van niet-Rotterdamse herkomst) die een heel andere agenda hebben. Eventuele huurverhogingen worden voor de laagste inkomens gedempt door de huurtoeslag.

Van de in totaal 83.828 uitgebrachte stemmen in Rotterdam was volgens de definitieve uitslag 60.547 (72 procent) tégen de woonvisie en 21.411 (25,5 procent) vóór. De rest van de stemmen was ongeldig.Met name de Socialistische Partij Rotterdam (SP Rotterdam) heeft weken actiegevoerd tégen de woonvisie van het college omdat het zou betekenen dat erg veel (héél) goedkope huurwoningen zouden worden gesloopt om daarvoor duurdere huizen te bouwen.

Met name de SP Rotterdam heeft dus een Pyrrusoverwinning behaald. Dat is zeker het geval als de gemeenteraad van Rotterdam de gehele visie van het college overneemt.

Op deze site heeft onze redacteur Rob Timmer op 19 juli al naar aanleiding van het landelijke referendum over het Oekraïne handelsverdrag met de EU al geschreven dat ‘referenda knotsen zijn uit de prehistorie’. ,,Met ‘democratie voor het volk’ heeft het organiseren van een referendum niets van doen. Een zeer kleine groep mensen (10.000), kan een referendum aanvragen. In vergelijking tot het totale aantal kiesgerechten in Nederland, ongeveer 13.000.000, hoeft maar een klein aantal van 300.000 dat verzoek met een handtekening te ondersteunen.

Vervolgens hoeft maar 30 procent (= 4.333.333 stemmers) van de kiesgerechtigden op te komen dagen om een raadgevend referendum geldig te laten zijn.’’ Zijn hele opinie is hier nog te lezen.

Vooral ter rechterzijde kreeg Rob Timmer in de reacties de wind van voren. Twee fervente tegenstanders van referenda hebben een belangrijk rol gespeeld in de meerderheid die toen tégen het Oekraïne-verdrag met de EU stemde. In die maand juli werd in het landelijk referendum net wel de opkomstdrempel van 30 procent gehaald.

Foto: In Rotterdam zijn er vaak al betere huurwoningen. De weg is voor het college nu vrij om in de oude wijken verpauperde huizen te slopen.

Het is opvallend dat die twee, Jan Roos en Thierry Baudet, met respectievelijk Voor Nederland (VNL) en het Forum voor Democratie aan de komende verkiezingen als lijsttrekkers voor Tweede Kamer meedoen. Ze worden trouwens weinig kansen toegedicht op zetels met hun verkiezingsprogramma’s die dicht tegen de PVV aanliggen. Dat zie je vaak: als een politieke partij succes heeft, willen anderen die met een iets ander programma beconcurreren.

In Rotterdam was de opkomst bij het Oekraïne-referendum al erg laag: 24,4 procent maar altijd nog hoger dan deze week met de woonvisie waarover alle Rotterdamse kiesgerechtigden konden stemmen. Dat er méér tegenstanders dan voorstanders uiteindelijk waren heeft minister-president Mark Rutte in een lastige positie gemanoeuvreerd. Hij probeert nu – met het hele kabinet achter zich en de meerderheid van de Tweede Kamer – een oplossing te vinden voor dit EU-verdrag.

Steeds meer deskundigen op politiek gebied beginnen te twijfelen of ‘het volk’ zich wel kan uitspreken over vrij ingewikkelde kwesties. Zoals met de woonvisie in Rotterdam die toch wel iets verder gaat dan de door de SP Rotterdam gehanteerde oppervlakkige leuze dat de goedkoopste huurwoningen zouden worden gesloopt.

De moeilijkheid is dat dat we politici (eenmaal in de vier jaar in de gemeenteraad en voor de Tweede Kamer kiezen als het kabinet valt) aanwijzen om voor ons lastige beslissingen te nemen die een afweging vergen. Dat is toch hun taak? Zijn de kiezers het niet met hen eens dan kunnen ze gewoon een andere partij kiezen die wél in hun richting komt. Van de stemmers kun je ook niet verwachte dat zij alle kanten beoordelen.

Afbeelding: De SP heeft tevergeefs kiezers opgeroepen tégen te stemmen. De partij is er nu trots op dat in de té lage opkomst de meerderheid de woonvisie 2030 afkeurde. Maar de linkse SP zal zich achter de oren krabben of het géén Pyrrusoverwinning was.

De vraag is of politieke partijen, zoals de SP en de PVV, nog steeds staan achter bepaalde vormen van referenda. Vermoedelijk wél. Mijn redactie-collega Rob Timmer suggereerde al om alleen een bindende volksraadpleging te houden als de vraag simpel is en er minimaal 60 procent van de stemgerechtigden opkomen. Ik heb een aversie tegen elke vorm van referenda. Daarvoor kies ik politici.

Wat mij betreft zou het nieuwe kabinet ook eens moeten kijken naar de ‘zetelroof’ (afsplitsingen van partijen) en het leggen van zeteldrempels zoals in Duitsland al lang het geval is in het Bundesparlement.

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road