zondag 27 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Romer: 'Literatuur is voedsel voor mij'

28 januari 2011 (door Jim Postma)

ROTTERDAM - Herman Romer viert op woensdag 2 februari zijn 80e verjaardag. Dat viert de Rotterdamse schrijver in besloten kring ('ik ben geen feestvarken').

Zijn belangrijkste cadeau is het verschijnen van zijn 44e boek 'Wij eisen geluk'.Tijd voor een rustpauze neemt hij niet. 'Dat zit niet in mijn aard, ik ben al bezig met mijn volgende roman.'

Het is bijna om jaloers op te worden. De vitaliteit van Herman Romer is opmerkelijk. 'Mijn geest hou ik op peil door ontstellend veel te lezen, maar mijn botten worden toch steeds ouder. Pas met die sneeuw, toen voelde ik me op straat bijna een oude man.' Toch is het zijn dagelijks ritme dat nauwelijks verstoord kan worden.
Elke ochtend trekt hij zich terug in zijn imposante werkkamer en laat hij zijn pen de vrije loop. 'Da's maar goed ook', zegt echtgenote Cock - ze zijn getrouwd in 1955 - met lichte ondertoon. 'Als Herman niet schrijft wordt hij onrustig en ongelukkig en dat moeten we niet hebben.'

Onder de eettafel
Herman Romer groeide op in een woning boven het voormalige politiebureau aan de Dirk Smitsplaats in Crooswijk. Op heel jonge leeftijd werd hij gegrepen door boeken. Onder de eettafel las hij als vijfjarige met de handen op de oren zodat hij niet afgeleid werd, zijn eerste boeken. En lezen, dat doet hij nog steeds. 'Literatuur is als voedsel voor me', zegt hij in zijn rustieke woning aan de Walenburgerweg. 'Ik kan heerlijk wegdromen in de boeken van Willem Fredrik Hermans of mij verbazen over de wendingen in de verhalen van Willem Elsschot, maar ook het fantastische werk van Arnon Grunberg boeit me enorm. Zonder boeken stelt het leven niet veel voor.'
Niet zo vreemd dat hij een van de productiefste schrijvers van Rotterdam is geworden. Er van leven, dat kon hij niet ('dat is maar een een paar schrijvers gegund'), daarom was hij blij met een goeie baan als publiciteitschef bij multinationale Nationale Nederlanden. Dat bracht geld in het laatje en gaf hem toch de mogelijkheid te schrijven. Hij debuteerde in 1965 met de novelle De nachtegalen zingen niet meer, er zouden er nog veel meer volgen. Fictie en non-fictie. In 1971 won hij de Anna Blamanprijs, in 1974 ontving hij de Laurenspenning. Recente werken zijn de verhalenbundel De vlammende stad en De fusie.

Dommigheid
De geschiedenis vindt zijn weg in de boeken van Romer. De crisisjaren in zijn prille jeugd, de twee bombardementen in de oorlog, de tijd van de fusie bij zijn werkgever. 'Mijn leven wordt gemarkeerd door mijlpalen. Tuurlijk, de armoe en de oorlog, was verschrikkelijk. Maar de geschiedenis herhaalt zich. Ik herinner de stromingen van toen en die steken nu weer de kop op . Kijk naar de PVV, daar zit toch een hoop dommigheid tussen. Discriminatie, racisme, vreemdelingenhaat. Treurig.'
Een zwarte periode vond plaats bij zijn werkgever Nationale Nederlanden. Na de fusie moest hij werken op het kantoor in Den Haag. 'De mentaliteit van de mensen is daar volstrekt anders. Het was er een wereld van beambten. Ik was in Rotterdam gewend aan schouders eronder en niet zeuren. Ik ben ter toen langzaam uitgewerkt, voelde vreselijk aan. Negen maanden zat ik thuis, depressief, lag hele dagen te slapen. Toen zei een arts tegen me: joh jij moet weer gaan schrijven, dat werkt beter dan te blijven prakkiseren. Hij had gelijk, het schrijven werkte als therapie. En dat is het nu nog steeds.'

 

Deel dit bericht met je vrienden!