zondag 19 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Rol van gemeente in verzorgingsstaat

21 januari 2016 (Hans Roodenburg)

De WOZ voor onroerend goed in de gemeente Rotterdam lijkt voor 2016 in veel gevallen waarschijnlijk iets lager uit te komen. Toch zal, als de langdurige politieke procedures landelijk zijn beslag krijgen, de gemeente steeds meer een rol hebben in het plaatselijk in stand houden van de verzorgingsstaat. Daarvoor zijn ook inkomsten nodig.

Veruit de meesten komen uit het Gemeentefonds van de nationale overheid. De discussie of dat gemeenten (zoals Rotterdam) ook aan de inkomstenkant meer zeggenschap moeten krijgen mét de controle daarop van de eigen burgers, speelt zich voorlopig vooral af in bestuurskringen.


Leefbaar
De grootste politieke partij in Rotterdam, Leefbaar Rotterdam, gaat er prat op dat zij woord heeft gehouden door de gemeentelijke belastingen (met name de afvalstoffenheffing) vorig jaar te verlagen. Of dat ook in 2016 zal zijn, hangt nog in het verschiet. Enkele Rotterdamse burgers hebben hun WOZ-beschikking voor 2016 al binnen gekregen. Vandaar ook de openingszin in dit verhaal.
Het blijft hoe dan ook een samenhangend probleem of je nu nationaal of regionaal (per gemeente) meer belastingen moet betalen. Dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ideaal zou zijn dat in totaliteit de burger landelijk én per gemeente in de komende jaren minder gaat betalen.
Maar het ideaal is niet altijd haalbaar. Het heeft namelijk ook met het voorzieningenniveau per gemeente (straten, beveiligingen, riolen, lantaarnpalen, parken, enz.) en het al dan niet in stand houden van de verzorgingsstaat, ook ter plaatse, te maken.

 

 

 

Enkele Rotterdamse burgers hebben hun WOZ-beschikking voor 2016 al binnen gekregen.Beslissingen
Tóch komt de rol van de gemeente veel meer te liggen in beslissingen over sociale voorzieningen voor haar burgers. We noemen alleen al de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning) en de bijstand die terecht per gemeente worden bepaald en waarvan veruit het grootste deel van de kosten uit de nationale potten komen.
Er gaan dan ook stemmen op om gemeenten veel meer zeggenschap te geven (gecontroleerd door hun plaatselijke politiek en uiteindelijk hun burgers) over hun inkomsten die al die sociale voorzieningen mogelijk maken.
Dat kan alleen maar door verschuivingen van landelijke belastingheffingen naar gemeentelijke. Rotterdam krijgt eigenlijk ook de landelijke bezuinigingen in de zorg indirect op zijn bord zonder daarover landelijk zeggenschap te hebben. De gemeente beslist over de hulp in thuiszorg, aan kinderen en in de bijzondere bijstand.

Normen
Nu zal dat in het laatste geval wel loslopen omdat de landelijke overheid nog steeds de bijstandsnormen bepaalt. Maar in de meeste andere regionale sociale voorzieningen zijn het gemeentes die uitvoeren én dus ook de bezuinigingen moeten doorvoeren.
Dat kan soms knellen. Nu hebben gemeenten via hun belangenorganisatie Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) wel enig invloed maar lang niet genoeg. Vandaar ook dat zij menen dat zij hierover zelf méér moeten kunnen beslissen. Dat kan echter alleen als er samenhang bestaat tussen wat de burger landelijke én regionaal wil betalen. Kortom een ingewikkelde zaak, waar de politiek niet zomaar mee klaar is. Het kan dan ook nog vele jaren duren voordat het Ei van Columbus is gevonden.
Bestuurskundigen Klaartje Peters (hoogleraar lokaal en regionaal bestuur) en Kirsten Veldhuijzen van de Raad voor de financiële verhoudingen hebben wel eens geschreven in een opinie dat als gemeentebestuurders het geld bij hun eigen inwoners ophalen zij daarover ook meer verantwoording moeten afleggen en ze het misschien zelfs wel efficiënter gaan besteden. Dat indachtig dat zij nu al de lokale heffingen pas in het uiterste geval willen verhogen.

 

 

 

 

Afhankelijk van de politieke kleur van gemeenten kunnen besluiten over subsidies aan sportclubs en/of cultuur nogal uit elkaar gaan lopen.Politiek
Een probleem zou wel kunnen ontstaan dat afhankelijk van de politieke kleur van gemeenten besluiten over subsidies aan sportclubs, cultuur en andere uitgaven, waartegenover geen enkele inkomsten staan, nogal uit elkaar gaan lopen. Zo zelfs dat in bijvoorbeeld Rotterdam veel minder kan dan in aanpalende gemeenten als Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Nieuwerkerk aan den IJssel Albrandswaard of Ridderkerk.
Het zou namelijk best eens kunnen dat Rotterdam de hoogste prioriteit toekent aan het in stand houden van de ‘gemeentelijke verzorgingsstaat’ dan aan alle andere leuke dingen voor bepaalde burgergroepen. Bovendien kunnen de inkomsten per gemeente en per inwoner gerekend behoorlijk verschillen. Zowel uit de nationale overheidspotten als uit de eigen inkomsten (heffingen, precario, WOZ, enz.). Werkt in dit geval de lokale democratie?
Moet een kind dat zakgeld krijgt van zijn ouders beseffen welke financiële ruimte vader en moeder hebben over de hoogte die zij aan hun kinderen willen doorgeven? In de dagelijkse praktijk zal het kind dat ongetwijfeld grotendeels wel billijken.

Weinig lokaal
Veel ingewikkelder wordt het echter als het gaat om de landelijke overheid ten opzichte van lokale overheden. De landelijke politieke partij D66 wijst erop dat slechts 5 procent van de totale belastinginkomsten in Nederland lokaal worden geïnd. Dat vindt de partij absurd weinig. Maar hoe kan het anders als de verschillen per gemeente nogal groot en misschien zelfs wel desastreus worden?
Kortom, een vraagstuk waarover enorme verschillen van inzicht bestaan. Moet je referenda onder je burgers houden om hun mening te peilen? Ik blijf vooralsnog van mening dat ik daarvoor politici kies die dat maar moeten uitmaken. Doen zij dat naar mijn zin onvoldoende dan kies ik toch een andere partij.

Basisdemocratie – iedereen wordt overal bij betrokken – werkt in mijn gedachten niet. Het woord is aan de anderen die daar een andere opvatting over kunnen hebben.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!