zondag 1 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Robin de Roon. Foto Eric Fecken

Interview Robin de Roon (D66): ‘Het is een voorrecht gemeenteraadslid te zijn’

14 oktober 2020 (door Martin Reekers)

Rotterdam Vandaag & Morgen zet periodiek een gemeenteraadslid in de spotlight om nader kennis te maken en om te horen hoe gemeenteraadsleden van veel woorden tot daden komen waar je als burger van Rotterdam iets mee kunt. Deze keer maakten wij kennis met Robin de Roon (1971) van D66. De partij heeft 5 zetels in de gemeenteraad en levert 2 wethouders. Robin heeft de onderwerpen Bouwen, Wonen en Bestemmingsplannen in portefeuille.

De Roon, geboren en getogen in Rotterdam, woont sinds zijn studententijd in Kralingen. Hij woont samen met zijn vriendin met wie hij twee kinderen heeft in de puberleeftijd. Zijn vader zat in het bedrijfsleven en daardoor wilde hij aanvankelijk ook die kant op en bedrijfskunde gaan studeren. Het bleek toch niet zijn richting te zijn en hij besloot rechten te gaan doen omdat hij met die studie later nog dan nog kon kiezen voor een baan in de rechterlijke macht, het openbaar bestuur en eventueel toch nog het bedrijfsleven.

Robins inspiratiebronnen

Tijdens zijn rechtenstudie raakt hij geïnspireerd door de toenmalige D66-partijleider Hans van Mierlo. Robin: ‘Ik kwam erachter dat ik meer geïnteresseerd was in het openbaar bestuur en de politiek, dus toen ben in strafrecht, bestuursrecht en Europees recht gaan doen. Toen ik afgestudeerd was, wilde ik bestuurskunde studeren. Later heb ik daar in de avonduren de mastergraad in behaald.’

Tijdens die studie kwam het betrekken van bewoners bij beleid prominent aan de orde. Dat voedde zijn interesse voor lokaal bestuur. Interesse is één ding, het was zijn vriendin die hem in de actiestand zette. Zij zei: ’Ja, jij praat veel over politiek maar doet nooit wat!’. Robin: ‘Dat was de trigger om actief te worden.’ Hij voegde de daad bij woord en is sinds 1998 lid van D66 en lokaal actief voor die partij. Zijn moeder, hoogleraar bedrijfseconomie, zat in het onderwijs en door haar kwam hij in een baan als docent terecht.

Ruime ervaring in de politiek

Robin heeft ruime ervaring in de politiek. Met zijn studie bestuurskunde als theoretische basis begon hij in 2006 zijn politieke loopbaan als deelraadslid in de toenmalige deelgemeente Kralingen- Crooswijk. Dat deed hij naast een baan als docent aan Hogeschool InHolland. In 2010 werd hij dagelijks bestuurder van de deelgemeente, een functie die een beetje te vergelijken is met die van wethouder, maar dan op deelraadsniveau. Dat was een volledige baan waarvoor hij zijn baan als docent moest opofferen. Door politieke ontwikkelingen stopte die baan na anderhalf jaar. Omdat hij geen terugkeergarantie had voor zijn onderwijsbaan en er toen een vacaturestop was in het onderwijs, greep hij de mogelijkheid aan om medewerker te worden van de Tweede Kamerfractie van D66. In die periode merkte hij dat hij weer terug wilde naar het onderwijs én zich lokaal kandidaat wilde stellen voor de gemeenteraad. Die wensen wist hij te realiseren.

Raadswerk geeft energie bij zware combibaan

Hij is nu twee dagen per week actief als raadslid en combineert die baan met die van docent Recht op Hogeschool InHolland waar hij met drie werkdagen de werkweek completeert. Soms zijn dat erg volle dagen en hij is blij dat zijn moeder elke week op de kinderen kan passen. Robin: ‘Van raadsleden wordt gevraagd dat je met één been in de samenleving staat, dus dat je naast je gemeenteraadslidmaatschap ook nog een andere baan hebt of nog andere dingen doet. Zo hebben we het, terecht, vind ik, met elkaar ingericht‘. Hij vindt het niet altijd eenvoudig om de balans tussen zijn banen en zijn privéleven te vinden, omdat Rotterdam een stad is met behoorlijk zware en ingewikkelde dossiers. Nu zit D66 nog met vijf zetels in de raad, dus vindt Robin dat hij geen reden tot klagen heeft. Hij vraagt zich wel af hoe dat is bij een- en tweemansfracties die door de versnippering van het politieke landschap zijn ontstaan. ’Het is wel een uitdaging die groter wordt en niet kleiner. Er is eigenlijk maar een grote partij in Rotterdam.’

Het helpt dat het resultaat van raadswerk hem energie geeft. ‘Je ziet wat je werk concreet betekent in de wijk en de stad. Bijvoorbeeld de aanpassing van de Coolsingel, waar ik betrokken was bij de besluitvorming. Het kost een hoop geld, maar je ziet ook wat het oplevert. Je ziet de ontwikkelingen in de stad, gaat naar projecten en met praat mensen. Ik moet eerlijk zeggen, ik doe het veel te weinig. De waan van de dag is dat we stapels papier door moeten worstelen, waar we over vergaderen. Allemaal erg belangrijk maar niet helemaal in balans. Toen er nog deelgemeenteraden waren, had je als deelraadslid en bestuurder meer contact met mensen. Dat doen de mensen in de gebiedscommissie en wijkraden nu nog steeds, maar als raadslid vind ik dat in contact blijven wel een uitdaging. De menselijke maat staat weleens onder druk. Want we hebben het over grote belangen, grote projecten. De mensen komen we met z’n allen wel tegen, maar de balans kan beter.’

Woonuitdaging

Als Rotterdammer vindt Robin zijn stad de enige metropool van Nederland. Aanvankelijk werd er in zijn ogen nogal neerbuigend gedaan als je zei dat je uit Rotterdam kwam. Rotterdam voerde toen de ’slechte lijstjes’ aan als het ging om zaken als armoede, opleidingsniveau en andere sociaaleconomische problematiek. ‘Dat is nog niet voorbij, maar het is wel in een rap tempo aan het veranderen. We zijn nu een stad die heel erg aantrekkelijk aan het worden is. Waar ik me wel zorgen over maak, is dat de stad voor de middengroepen niet meer betaalbaar is. Er is alleen plek is voor de uitersten op sociaaleconomisch gebied, en dat is niet goed. Ik heb zelf de bouwportefeuille en wij proberen - niet alleen wij, maar bijna raadsbreed - juist voor die middengroepen en de starters te bouwen. Op dit moment kopen beleggers veel panden op, om weer door te verhuren en dat schiet te veel door. Daar moet landelijk iets aan gebeuren, maar ook op lokaal niveau moet je daarin sturen door met vergunningverlening de ‘verkamering’ door beleggers af te remmen. Er is niets tegen beleggers, maar het is een probleem als dat de overhand krijgt.’

Gemengde wijken 

Robin is een voorstander van een combinatie van sociale en vrije sectorbouw in een wijk. ‘Wijken waar je een mengvorm hebt tussen sociale woningbouw en woningen voor de midden en hogere inkomensgroepen zijn prettige wijken om te wonen. Daar zijn we mee bezig, maar het is een hele uitdaging in een woningmarkt die onder druk staat.’

Nu wordt er nogal eens gewag gemaakt van bewoners die voor woonoverlast zorgen, misschien ook versterkt door de coronatijd waarin veel mensen thuis zijn en daar ook werken. Extreme ‘woonoverlastgevers’ worden zelfs verplaatst. Hoewel Robin en zijn partij geen voorstander zijn van buiten de samenleving plaatsen van groepen, ging ook D66 akkoord met het zogenaamde Skaeve Huse-project, een bijzondere woonvorm met woonunits waar notoire woonoverlastgevers tot rust kunnen komen. Zij krijgen daar verplicht intensieve begeleiding en zorg, en er is 24/7 week toezicht en beheer. Robin: ‘Wij hebben er wel problemen mee gehad, maar goed, er zijn onhoudbare situaties. Wij zien het echt als laatste remedie. Het hoort bij een stad dat er mensen zijn die wat minder zijn aangepast en voor overlast zorgen, maar het moet never nooit de overhand gaan krijgen.’

Robin de Roon, gedreven politiek schaap met vier poten

Robin beschouwt het raadslidmaatschap als een voorrecht. Hij vindt dat je als raadslid, naast je controlerende en kaderstellende rol, vooral ook een volksvertegenwoordiger moet zijn. ‘Het is de verantwoordelijkheid van elk raadslid om die rol te vervullen en met mensen in gesprek te gaan, ook als die het niet met je eens zijn. Elk normaal constructief gesprek moet je altijd aangaan’. Elke Rotterdammer kan daar bijvoorbeeld voor terecht op het digitaal spreekuur van de raadspartijen. Hij verzekert dat die spreekuren goed bezocht worden.

Alles bij elkaar opgeteld is hij aan het einde van de zittingsperiode van de huidige raad drie periodes verkozen geweest. Daarna wil hij het stokje aan anderen overdragen. Wat hij daarna gaat doen, weet hij nog niet. Het zal geen wethoudersfunctie zijn; dat vindt hij niet bij hem passen. ‘Een wethouder in Rotterdam moet veel kwaliteiten in één persoon verenigen. Een soort schaap met vijf poten. Als je een schaap met vier poten bent, kom je altijd tekort. Ik heb dat nooit geambieerd.’

Gezien zijn langjarige politieke interesse en inzet zou het hem en ons niet verbazen, als hij in een andere politiek getinte (bestuurs)functie belandt.

Zie ook:

Lees meer over:

Rotterdam Politiek interview
Deel dit bericht met je vrienden!