dinsdag 28 september 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Verkeer, landbouw woningbouw lappendeken bij Hoogvliet. Foto Rijksoverheid

Rijk moet weer meer regie gaan voeren over de ruimtelijke ordening

17 mei 2021 (de redactie)

Met een immense woningbouwopgave voor de boeg, tussen naar naar schatting 100.000 en 300.000 woningen een land waar steeds meer ruimte komt voor natuur, een voedslproducerende sector die met biologische landbouw aan de ene kant steeds extensiever wordt en aan de andere kant voor concurrende voedselproductie steeds intensiever, met een een uitbreidende logistieke en technolgische sectoren is er alle reden om meer regie in de ruimtelijke ordening aan te brengen. Over hoe dat moet zijn vele scenario's mogelijk. Hieronder staat een verslag van een onderzoek naar die materie vanuit ministerieel perspectief. Laat je niet afschrikken door het jargon -interdepartementaal (over overleg tussen ministeries), en governance (bestuur en beleid) zijn de minsten, het wordt lastig bij   'de afweging tussen draagvlak versus systeemefficiëntie meer expliciet te maken' (dat is dus meer openheid naar de burger -die het 'draagvlak' verschaft- over wat ambtenaren en politiek denken dat de slimste oplossingen zijn).  Lees het wel kritisch. Ervaringen uit het verleden lijken daar  immers alle aanleiding voor te geven. 

Over het (be-)sturen van de ruimtelijke ordening 

Nederland staat voor grote ruimtelijke opgaven. De afgelopen paar jaar is de overtuiging gegroeid dat het Rijk weer meer regie moet voeren over de ruimtelijke ordening. 

Dit was aanleiding te onderzoeken in hoeverre de huidige governance binnen de ruimtelijke ordening effectief is om te komen tot integrale keuzes en een adequate uitvoering in een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO-RO). Dit IBO “Van woorden naar daden: over de governance van de ruimtelijke ordening” is nu door minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties aan de Eerste en Tweede Kamer aangeboden. De reactie op dit advies zal worden gegeven door het volgende kabinet.

Op basis van ervaringen uit het verleden en interviews geeft het IBO een algemeen model voor de inrichting van een effectieve governance van de ruimtelijke ordening. Binnen dit model stelt het Rijk voor een beperkt aantal nationale opgaven per provincie/regio de doelen vast en geeft waar nodig ordenende principes mee. Decentrale overheden maken vervolgens op basis van die doelstellingen en principes de ruimtelijke keuzes. Provincies/regio’s werken die keuzes binnen een bepaalde periode in een concreet plan uit met een tijdsplanning en financiële onderbouwing. Sluitstuk is een bestuursakkoord dat Rijk en de regio/provincies met elkaar sluiten, waarin de wederkerige afspraken en de wijze van monitoring worden vastgelegd. Daarbij bestaat expliciet de mogelijkheid om te escaleren bij achterblijvende prestaties. Ook wordt gewezen op het belang van uitvoeringstoetsen en pilots om ideeën te testen.

Dit model is in het IBO de basis voor de analyse van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de praktijk rond duurzame verstedelijking, toekomstbestendig landelijk gebied en de Regionale energiestrategieën. Het IBO geeft 27 aanbevelingen om de governance te verbeteren. 

NOVI

Volgens het IBO kiest de NOVI met de regio voor het goede schaalniveau. Positief is ook de inzet om als Rijk gelijkwaardig op te trekken met andere overheden. Op andere punten schiet de NOVI volgens het IBO nog tekort. Het beveelt aan dat het Rijk de nationale doelen op regionaal/provinciaal niveau ruimtelijk uitwerkt. Daarnaast vraagt het IBO onder andere aandacht voor het versterken van de kennisbasis, beleidscapaciteit en de uitvoeringskracht bij overheden, zowel centraal als decentraal. Zo stelt het IBO onder andere voor om periodiek scenario’s voor klimaatadaptatie op te stellen. Voor betere interdepartementale afstemming wordt aanbevolen een onderraad van de ministerraad in te richten die zich bezighoudt met de ruimtelijke aspecten van sectorale beleidsterreinen. Het IBO adviseert om terughoudend te zijn met departementale herindelingen. 

Zeven stedelijke regio's 

Rijk en regio werken in zeven stedelijke regio’s aan verstedelijkingsstrategieën waarin de belangrijkste opgaven, volgens het IBO, op een pragmatische manier worden afgewogen. De focus ligt op de woningbouwopgave in combinatie met de daarvoor benodigde infrastructuur. Andere opgaven worden zoveel mogelijk meegenomen. Dit heeft geleid tot een door de overheden gedeeld beeld over de gewenste contouren voor deze regio’s. Concrete afspraken over de uitvoering en financiering moeten echter nog gemaakt worden. Vooral het bij elkaar brengen van de benodigde investeringen is nog geen uitgemaakte zaak. Het IBO beveelt voor de zeven verstedelijkingsstrategieën aan toe te werken naar bestuursakkoorden, te zorgen voor een grotere beschikbaarheid van woningbouwlocaties en de financiering van rijksbelangen, waar mogelijk, vorm te geven als één rijksbod per gebied. Daarnaast doet het IBO aanbevelingen om het proces rond woningbouw te stroomlijnen en waar mogelijk te versnellen. Voor het landelijk gebied beveelt het IBO aan om met de provincies kwantitatieve afspraken te maken voor de bijdragen die zij moeten leveren aan de woningbouwopgave. Verder stelt het IBO voor dat er per woningmarktregio met decentrale overheden en woningcorporaties afspraken worden gemaakt over de sociale woningbouwopgave en dat om die opgave te realiseren ervoor wordt gezorgd dat corporaties daar financieel toe in staat worden gesteld. Ook beveelt het IBO aan om de R in het MIRT meer ruimte te geven en dat het budget wordt afgestemd op de ruimtelijke ambities.

Toekomstbestendig landelijk gebied

Wat betreft het landelijk gebied constateert het IBO dat er veel sectorale programma’s naast elkaar bestaan. Het proces om tot een integrale afweging te komen, moet hier nog op gang komen. Uitvoering van de aanbevelingen zet op korte termijn een proces in gang om op provinciaal/regionaal niveau plannen op te stellen om niet-duurzame ontwikkelingen in bodem- en watersystemen te keren. Aanbevolen wordt om een centrale regionale tafel in te richten, waar samenhangende opgaven worden vertaald in concrete doelen voor het gebied.  Daarnaast beveelt het IBO aan om als rijk ook aan het landelijk gebied ordenende principes  mee te geven, bijvoorbeeld waar landbouw of natuur meer of minder ruimte krijgen. Onderzocht moet verder worden of  actief  grondbeleid kan bijdragen aan de gewenste verandering in het landelijk gebied.

Regionale energiestrategieën

Bij de Regionale Energiestrategieën (RES’en) is gekozen voor een aanpak per sector, waarbij aan de voorkant een duidelijk kwantitatief doel is gedefinieerd, gebaseerd op het Klimaatakkoord. De afstemming met andere ruimtelijke opgaven moet echter nog plaatsvinden en er zijn nog vragen over efficiëntie van door de regio gemaakte keuzes en de financiering van de uitvoering. Het IBO beveelt onder andere een meer integrale afweging van de ruimtelijke belangen aan. Een andere aanbeveling is om de afweging tussen draagvlak versus systeemefficiëntie meer expliciet te maken.

Lees hier  het rapport Van woorden naar daden over de governance van de ruimtelijke ordening

  

Zie ook:

Lees meer over:

ruimtelijke ordening 
Deel dit bericht met je vrienden!