maandag 10 augustus 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Rennen, rennen! Een Amsterdammer!

17 maart 2013 (door Geert-Jan Laan)

Meestal was het luidkeels roepen van de kreet ‘Een Amsterdammer’ al genoeg om de Rotterdamse havenarbeiders naar alle kanten te doen stuiven. De uitdrukking stond voor wanneer bij het lossen of laden een hijs uit de strop viel. De oorzaak was overigens een door henzelf verkeerd gemaakte strop die bij het opdraaien uit elkaar viel. Ik hoorde die kreet voor het eerst toen ik als vakantiewerker eind jaren vijftig in een loods van Stuwadoorsmaatschappij Progress nuttige werkzaamheden probeerde te verrichten.

 

Pikheten
Er waren wel meer mooie uitdrukkingen. Zo heette de koffiepauze ‘Pikheten’. Een baaltje suiker of koffie voor eigen gebruik was een ‘Katje’ en wanneer het een schoon en eenvoudig karwei bleek, was het ‘Kat in ’t bakkie’.
In het boekje Haventerminologie dat in 2001 verscheen, opgetekend door Koos de Tallyman, citeert hij nog een anonieme botenbaas: ,,Ik wil geen mensen met hersens, alleen met klauwen.”
Medewerker Hans Roodenburg lanceerde op deze site die andere bekende kreet: ,,In Rotterdam wordt het geld verdiend, in Amsterdam uitgegeven.”

De uitdrukking 'rennen, een Amsterdammer' stond voor wanneer bij het lossen of laden een hijs uit de strop viel. De oorzaak was overigens vaak een door henzelf verkeerd gemaakte strop.Over de verhouding Rotterdam versus Amsterdam is in Rotterdam altijd meer te doen geweest dan in Amsterdam. Ik heb ook een tijdje in Londen gewoond. De inwoners van die stad waren absoluut niet geïnteresseerd in steden als Manchester of Liverpool. Omgekeerd werd Londen vaak gehaat. Nu liggen qua inwoneraantal en economische belangrijkheid Amsterdam en Rotterdam veel dichter bij elkaar. In de Amsterdamse pers - zelf zeggen zij landelijk - wordt regelmatig lovend over Rotterdam geschreven.
De skyline, de soms gedurfde tentoonstellingen. En natuurlijk het bonkende tempo van de haven. Maar dat doen ze ook met de, vanuit Amsterdam gezien, ver afgelegen steden als Groningen en Maastricht.

 

Omgangsvormen
Toch kan ik wel een voorbeeld noemen, niet van Amsterdamse arrogantie, maar van Amsterdamse omgangsvormen die bij nader inzien op drijfzand zijn gebouwd. Mijn voormalige collega Rien Robijns en ik vertoefden voor de wekelijkse pagina Dossier in Het Vrije Volk regelmatig in Amsterdam. Dat was zeker geen straf. Ook wanneer we in het kader van ons speurwerk tot op de hoogste niveaus minder prettige boodschappen overbrachten. Zo’n drie jaar nadat wij met die pagina waren gestopt werden we in Amsterdam nog steeds enthousiast ontvangen. Regelmatig kregen we de verzekering: ,,Fantastisch werk doen jullie. Ik koop die krant nog elke week.”
Na de verhuizing van Het Vrije Volk van het Amsterdamse hoofdkantoor naar Rotterdam eind jaren zestig vroeg ik in café De Koophandel aan de Rotterdamse Oostzeedijk aan een vergrijsde loodzetter wat hij ervan vond. De uit Amsterdam afkomstige redacteuren, maar ook overig commercieel personeel, hadden redelijk luidruchtig hun nieuwe werkplekken ingenomen. De zetter zag het somber in. Hij zei: ,,Het wordt weer niks. Die lui nemen hun eigen brood niet mee. Ze gaan buiten de deur schaften en ik hoorde van de boekhouding dat ze de bonnetjes ook nog declareren.”
 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven