zondag 12 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Ruut Ramseije

€Ramseier, onze hemelse Pietje Bel!’

22 december 2015 (door Jim Postma)

Na een relatief korte ziekte (kanker) is toch nog onverwachts vorige week overleden een van de ‘kunstgoeroes’ van Rotterdam, Ruut(je) Ramseier (61). Als geen ander bekende in het Rotterdamse uitgaansleven, maar vooral in het Rotterdamse kunstwereldje. De laatste jaren vooral ook een van de ‘boegbeelden’ als notoire barkeeper van roemrucht pers- en kunstenaarscafé ‘de Schouw’ aan de Witte de Withstraat, zeer zeker bij onze Tineke Speksnijder.


Velen van zijn naaste vrienden en bekenden hebben zijn toekomstige overlijden dit jaar zien aankomen. Daarvoor maakte hij nog doelbewust een soort van ‘afscheidstoernee’ met gitaar en zijn immer vrolijke stem in een aantal Rotterdamse cafés. Zoals ‘De Walenburg’, de ‘Komedie’, café Timmer en café Vermeulen. Zeer vrolijk als altijd, hoe droevig ook van binnenuit een ‘clown’ kon zijn. Tot overigens groot applaus van een ieder in het kader van een toch heroïsche troubadour van: ‘Zij die gaan sterven, groeten u!’
Ruut, in de Rotterdamse volksmond geheten, ‘Ruutje’, zal aanstaande woensdag op 23 december om circa 13.00 uur worden begraven op de Zuiderbegraafplaats aan de Slinge. ‘Voorafgaand’, aldus een van zijn gabbers Wim de Boek, ‘is er nog tijd van 12.30 tot 13.00 uur, om hem nog even te zien. Daarna, vanaf 15.00 uur, gaan wij Ruut herdenken in café ’t Schouwtje en aldaar het glas op hem te heffen’, aldus De Boek.

 

 

 

Ruut Ramseier was ook, destijds samen met collega Hennie Maliangkay, een van de beste caféschakers van Rotterdam. Foto: Wim de Boek‘Levenskunstenaars’
Ruut Ramseier heeft het, zoals zovelen van zijn mede ‘levenskunstenaars’, hier niet altijd gemakkelijk gehad. Als kunstenaar op zich kon hij moeilijk doorbreken met helaas slechts weinige van zijn exposities. Ramseier daarnaast genoot uitzonderlijk van dit leven in de uitgaanswereld van de horeca in Rotterdam. Jenever stond hoog in zijn vaandel en als constante (in-)nemer van jenever (‘You (je-)never can tell – Frans Vogel) zweefde hij vaak tussen hemel en aarde.
Pas toen begon het pure ‘overleven’ van onze Ruut Ramseier. Met de dag werd hij magerder. Maar altijd toch weer met die bekende pretoogjes van hem en humor tot op het bot.
Zijn maatschappelijke redding kwam uiteindelijk na zijn noodgedwongen ‘bijbaantjes’ bij onze legendarische cafés zoals Timmer en de Schouw. Zo lang hijzelf in deze de jenever niet aanraakte een groot plezier voor ons allen als vakkundig barman. Maar daarna, na zijn zoveelste, soms helaas als een ‘Ruut Rampenplan’.

Hij onderscheidde zich echter als de meester zelf als ‘de grootste veilingmeester van Rotterdam’, voor goede doelen. Zeker ook voor collega-kunstenaars die ook al tot de ‘bedelstaf’ waren veroordeeld. Zoals destijds Janno ten Haaf, met dwarslaesie en al tot de eeuwige rolstoel, waarvoor hij toch nog zo’n 14.000 euro voor deze armlastige kunstenaar bij elkaar ‘lulde’. Daarin was hij zeker een meester. Een kunstwerk dat voor zo’n 50 euro werd ingezet verhoogde hij al snel met zijn absoluut rappe tong tot minstens 250 euro.

Paraplus
Zo ook zijn veiling in café De Ridder met ‘paraplus’ van Rotterdamse kunstenaars ten bate van het brandwondencentrum in het Zuiderziekenhuis te Rotterdam. Bracht destijds tienduizenden euro’s op, terwijl toch weer voor de zoveelste keer Ruutje Ramseier zelf weer als armlastige achter bleef.
In café De Schouw exposeerde hij een keer in de zogenaamde ‘Aanschouw’, het allerkleinste galerieboxje van Rotterdam. Morgen, woensdag 23 december, op de dag dus van zijn begrafenis wordt deze Aanschouw geheel aan hem gewijd met grote foto en condoleanceregister.

 

 

Ruut was ook een tijd redacteur van de destijds bekende Rotterdamse uitgaanskrant Eksit, een jongerencentrum aan de Eendrachtstraat. Ramseier organiseerde in die tijd vele culturele manifestaties.’
Daarnaast was Ruut Ramseier, destijds samen met collega Hennie Maliangkay, een van de beste caféschakers van Rotterdam. Samen met hem mocht ik ooit ‘Het Grote Witte Loperplan’ door onze stad organiseren. Zo wandelden wij van schaakcafé naar schaakcafé. Aan het einde van onze schaaksessies namen wij altijd de witte loper mee. Dit uiteraard tot groot ongemak van de caféschakers na ons…
Alleen waren wij toen nog zo sportief om pas een week later al die cafés weer af te lopen en de ontvreemde witte loper weer keurig netjes terug te bezorgen in de schaakdoos…

‘Bellen’
Hilarisch was het moment dat ik samen met hem belandde in café De Bel in het Oude Noorden. Het was toen nog de guldentijd met de ouderwetse zwarte telefoons voor de klanten in de kroeg. Ruut was nog nooit in deze kroeg naar binnen geweest en vroeg toen opeens schalks – zoals hij zijn leven lang is geweest – ,,wat kost het om hier te bellen.’’ De barkeeper antwoordde toen gewoontegetrouw: ,,Een kwartje natuurlijk!’’
Daarop lag hij een kwartje neer op de toog en trok daarna keihard aan de café-bel in de volle kroeg. Alle stamgasten keken vervolgens verrast op wie de gulle gever was voor het complete caférondje… En als een speer was Ruut verdwenen via de cafédeur. Mij achterlatend met de spreekwoordelijke bek vol tanden. Ik ontkende toen, ook al weer noodgedwongen, dat ik de man kende of ooit had gezien.
Deze puur Rotterdamse ‘Pietje Bel’ zal ik alleen al om die reden altijd blijven missen. En met mij hopelijk vele anderen van de voor ons nog weinige overgebleven ‘puur Rotterdamse Kroegtijgers’.
Wel verwachten wij ten minste nog iets van je, goede Ruut Ramseier, als wij daar te zijner tijd allen weer bij elkaar zijn. Namelijk dat je zeker nog een rondje weggeeft daarboven. Trekkend aan je glorieuze hemelbel, met je kwartje. Uiteraard geheel op jouw kosten!

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven