zondag 28 februari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

€Probeer nooit te doen wat je niet kan’

15 december 2012 (Ronald Glasbergen)

Interview met Ate de Jong, regisseur van ‘Het Bombardement’

De film `Het Bombardement’ speelt in Rotterdam, mei 1940. De jonge bokser Vincent (Jan Smit) en de uit Duitsland gevluchte Eva (Roos van Erkel) worden verliefd. Het is kort voordat het Duitse bombardement de stad in puin legt.


Eerder verschenen hier interviews met de acteurs Gerard Cox en Mike Weerts. In dit derde vraaggesprek vertelt regisseur Ate de Jong hoe de film uit een simpel telefoontje ontstaan is en hoe zelfkennis en ervaring op verschillende manieren bij kunnen dragen aan het maken van een film.

Hoe is de film ontstaan?
Ik werd opgebeld door producent Paul Ruven. Die vroeg me om eens te komen praten over een idee om een film te maken over de slag om de Willemsbrug aan het begin van de oorlog. We gingen praten en ik had intussen al wat opzoekwerk gedaan. Ik zei: ,,Paul, die Willemsbrug, dat moet je niet doen. Bij die brug zitten Nederlandse soldaten aan de ene kant en Duitse aan de andere kant. Ze blijven vier dagen zitten, dan komt het bombardement en dan is het voorbij.” Je moet het bombardement nemen. Dat is veel spannender, veel interessanter, dan heb je veel meer drama. Dat is een heel groot litteken in de geschiedenis van Rotterdam. Veel groter dan die Willemsbrug, al kan je ze niet helemaal scheiden natuurlijk. Raar genoeg is dat telefoontje de ontstaansgeschiedenis

Dat bombardement, dat grote litteken, wijst naar een voor Nederlandse begrippen grote film...
Dat klopt. Het Bombardement is een voor Nederlandse begrippen, grote film. Toen ik dat vertelde: ,,Je moet eigenlijk het bombardement doen,” riep haast iedereen zoiets van ,,Dat kan niet, dat is te groot, te veelomvattend.’’ Maar er zijn natuurlijk tegenwoordig wel veel nieuwe computertechnieken die heel veel mogelijk maken. Dat kon ook tien of vijftien jaar geleden al, maar toen was het niet te betalen. Het is nu nog steeds duur maar wel binnen bereik van onze mogelijkheden. Het is weliswaar een dure film, maar ik durfde het aan. Iedereen zei dat het niet kon, maar ik zei: ,,Ja hoor het kan wel.’’

Je bent zelf geen medeproducent?
Ja en nee. Ik heb natuurlijk grote films geproduceerd, dus ik weet goed wat er mogelijk was met de beperkingen – elke film heeft beperkingen hoor- toen ik in Hollywood werkte, waren er ook beperkingen met geld. Dat is niks nieuws onder de zon, maar het feit dat ik zoveel geproduceerd heb [onderbreekt zichzelf] - of niet zoveel, ik heb meer geregisseerd dan geproduceerd - ‘Ontdekking van de Hemel’, ‘Zomerhitte’ heb ik gedaan, ‘Left Luggage’ en een paar films die niet hier in Nederland gemaakt zijn. Maar in eerste instantie ben ik regisseur.

Voor een film als ‘Het Bombardement’ is natuurlijk veel geld nodig…
Ja [lacht] en het komt niet allemaal van mij.

Monic Hendrickx als de moeder van Eva in ‘Het Bombardement’. Foto: Dutch Filmworks

Met welk verhaal heb je dat bij elkaar gekregen?
Eigenlijk toch met een heel verliefd stel tegen de achtergrond van het bombardement. Op het moment dat we gingen financieren hadden we Jan [Smit] nog niet. Dat heeft later wel geholpen; toen Jan eraan verbonden was, ging het iets makkelijker. Maar het is niet gestart met Jan. De tag [frase waarmee de film gepromoot wordt] was letterlijk: arbeidersjongen ontmoet meisje uit gegoede stand. Door de omstandigheden moeten ze met elkaar samenwerken en worden verliefd. Zij moet trouwen met een rijkere oudere Rotterdammer. Het bombardement begint en hij rent het bombardement in om haar eruit te halen. Het is een lange ‘tagline’, maar dat is in wezen het verhaal.

In hoeverre is dat verhaal ook de film?
Dit zit zo in de film, maar dan met heel veel nuances erbij.

Hoe heeft het verhaal zich ontwikkeld ? Was je zelf mede-scenarioschrijver?
Ik heb het scenario geschreven.

Hoe is het boksen erin gekomen?
Nou eigenlijk vanzelf. Als je research ging doen naar Rotterdam, kwam je er al snel achter dat Rotterdam altijd een boks-stad is geweest met veel boksers. Bep van Klaveren natuurlijk en nog veel andere boksers. Het is een arbeidersstad en boksen was een arbeiderssport. Toentertijd veel meer dan voetballen. Dat was een element dat goed te gebruiken was. Dat stond er al in voordat ik Jan leerde kennen. Het kwam door de research dat ik dacht dat de hoofdpersoon een volksjongen moest zijn. Hij heeft de ambitie om verder te komen. Eén van de dingen die je dan kan gaan doen, denkt hij, is boksen.

Hoe was het om met Jan Smit te werken?
Nou het is voor mij een ongelofelijk genoegen geweest om met Jan te werken. Ik ben niet helemaal objectief dat begrijp je. Ik heb ongeveer drie maanden, een paar keer per week gerepeteerd met Jan. Dan gingen we op de meest bizarre manier scènes doen, dan liet ik hem een liefdesscène spelen terwijl hij met een pingpongbatje een balletje in de lucht moest houden. Of ik hem liet hem diezelfde scène spelen met een blinddoek voor, of terwijl hij alleen maar zware gymnastiek oefeningen deed. Na afloop bekeken we dat samen en dan kon ik zeggen: ,,Jan hier zeg je die zin toch nog als Jan Smit, maar hier niet. En dat komt omdat je afgeleid wordt door het pingpongballetje en dat en dat. Het één past bij het karakter en het ander niet.” Zo bouwde ik het op. En Jan was ongelofelijk leergierig. Hij luisterde heel goed, hij was altijd bereid om het opnieuw te doen. Hij staat open voor aanwijzingen.

Hoe ga je om met het gegeven dat Vincent eerst door zijn broer is gered is uit een brandend huis en vervolgens zelf het vuur in gaat om zijn geliefde te redden?
Dat speelt absoluut mee. Het feit dat hij gered is door zijn broer is zijn trauma, want hij heeft daardoor een schuldgevoel gekregen en zorgt steeds voor zijn broer. Hij kan daardoor niet zijn eigen leven leiden, hij mag daardoor van zichzelf eigenlijk niet verliefd worden. Hij moet voor zijn broer zorgen, want die heeft een operatie nodig. Dan wordt hij toch verliefd en dat is zijn volwassenwording. Dus het feit dat hij het bombardement in gaat, heeft wel degelijk te maken met wat er vroeger gebeurd is. Maar om nou te zeggen dat het benadrukt wordt? Wie die psychologische draad erin wil zien, kan hem zien. Maar als je hem niet wil zien, zal het je niet storen om de film toch te waarderen. Maar het is belangrijk in de film.

Er waren zesendertig draaidagen?
Zevenendertig, maar dat is een detail. [lacht]

Voor een grote film betekent dat er strak gedraaid is...
Absoluut.

Ate de Jong. Videostills (ook de foto in de inleiding): Rick Messemaker

Je hebt in Rotterdam gefilmd?
Zevenendertig draaidagen is krap hoor voor deze film. Als je ziet dat een gebruikelijke Nederlandse film twee- of drieëndertig draaidagen heeft en dat hier zoveel special effects zijn. Ik had er ook liever een paar meer gehad. Maar ik ben wel heel praktisch . Door mijn ervaring kan ik wel zeggen: we hebben zoveel uur op die dag met die scène en dan weet ik dat ik die scène zus en zo moet doen om op tijd klaar te zijn. Als ik doe wat ik zou willen, is het niet op tijd klaar. Je wordt er wel creatiever door. Het wordt door minder tijd niet altijd beter. Er zijn een paar dingen die beter hadden gekund, maar dat accepteer je. Je houdt er rekening mee. Je moet nooit iets proberen te doen wat je niet kan doen. Als je iets probeert wat je toch niet kan, gaat het er slecht uitzien. Dus dien je je beperkingen te kennen. Die ervaring heb ik wel, om te weten wat je met zoveel geld wel en niet moet proberen te doen. Nou ben ik even de vraag vergeten… .

Ik was benieuwd naar de locaties waar je gedraaid hebt.
We hebben de oude locaties van ‘Karakter’ nog bekeken, want daar zat grote overeenkomst in, maar uiteindelijk wordt je gestuurd door de financiële mogelijkheden. We hebben een aantal dingen in Rotterdam gedaan en in Dordrecht omdat dat nogal op het oude Rotterdam lijkt. We hebben in Antwerpen gefilmd en in Oostende, ook ingegeven door Belgische belastingmaatregelen die heel gunstig zijn voor film. En we zijn naar Hongarije gegaan, ook alweer omdat Hongarije [financieel] gunstig voor de film is. In Boedapest vonden we een aantal straten die met wat ombouwen en aanpassen, redelijk goed op het oude Rotterdam leken. We hadden ook naar Gdansk kunnen gaan wat nog heel erg op het oude Rotterdam lijkt, maar daar hadden we niet die gunstige belastingmaatregelen.

In Boedapest hebben jullie in een studio een straat nagebouwd?
Studio is een heel mooi woord voor een enorme fabriekshal die totaal kapot was en onder de graffiti zat, waar we een deel van het verwoeste Rotterdam hebben kunnen opbouwen. Dat hebben we ook in de stad zelf gedaan. Je bouwt tegen bestaande straten aan, een deel van de verwoesting. We mochten in Boedapest in woonwijken ontploffingen maken. Zoiets kan je je in Nederland bijna niet voorstellen.

Heb je zelf iets met het bombardement?
Ik ben te jong natuurlijk voor het bombardement. En mijn ouder hebben het ook niet meegemaakt . Ik ben geboren en opgegroeid in Zeeuws Vlaanderen maar mijn ouders komen uit Friesland dus ik spreek ook nog Fries. Maar voor mij gaat de film over zelfopoffering. En die heb ik wel aan de lijve meegemaakt. Ik heb mijn filmcarrière daarom op de ‘back burner’ gezet en die gevoelens, die thema’s heb ik gebruikt in mijn film. Die kan je heel goed dramatisch gebruiken bij Vincent en Eva. Die offeren zich op, ze kunnen zich eigenlijk niet veroorloven verliefd te worden, worden verliefd. En dan komt het bombardement… .


De vorige interviews over de film 'Het Bombardement', met Gerard Cox en Mike Weerts, zijn afgelopen dagen hier verschenen. Het volgende interview in deze reeks is met Jan Smit en verschijnt maandag.

Deel dit bericht met je vrienden!