vrijdag 18 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Pro of contra de cultuurbezuiniging

27 juni 2011 (door Hans Roodenburg)

De cultuurbarbaren versus de –activisten. Je kunt er tegenwoordig bij de heftige emoties in de zware overheids-bezuinigingen niet omheen.

De cultuurbarbaren zijn in de ogen van de activisten het kabinet (met staatssecretaris Zijlstra voorop), de kleine meerderheid in de Tweede Kamer en de over het algemeen niet al te hoog opgeleide mensenmassa in het land.

 

De activisten zijn over het algemeen intellectuelen (links én rechts) die bijna alle vormen van kunst aanhangen en daarbij zelf vaak ook directe belangen hebben (vanwege hun inkomsten).

Om wat begrip te kweken zeggen ze dat ze best begrijpen dat er op cultuur bezuinigd moet worden maar niet de voorgenomen ‘kaalslag’ omdat 200 miljoen euro bespaard moet worden op een totaal subsidiebudget van de centrale overheid van 900 miljoen euro (de gemeentelijke subsidies even uitgezonderd). Vooral de podiumkunsten en beeldende kunst moeten het ontgelden.

 

Rotterdam

Over de bezuinigingen die Rotterdam treft (ook in de cultuursectoren), verwijs ik naar de analyse van collega Jan Booister over‘Grieks Rotterdam’elders op deze site.

Ik ga mij in dit stuk niet zo bemoeien met welke kunstvorm wél en níet door de bezuinigingen moeten worden getroffen. Daarover zijn genoeg andere ware en brede kenners. Over elke cultuuruiting zijn de meningen verdeeld. De één vindt dit mooi, de ander weer heel iets anders.

Het gaat wel om de vraag of dergelijke bezuinigingen rechtvaardig zijn in een tijd dat iedereen direct of indirect moet bloeden voor veel te grote jaarlijks groeiende overheidstekorten. Daar waar alle franje van de verzorgingsstaat (pgb, kinderopvang, zorg, sociale voorziening, AOW en andere uitkeringen) langzaam maar zeker wordt weggesneden, kun je van mij niet verwachten dat ik deze vaak toch wel elitaire subsidies in zijn ‘luxe’ overeind wil houden.

 

Zelf opbrengen

Ik heb maar één simpele redenering: je mag van elke vorm van cultuur toch minstens verwachten dat door de aanhangers en kijkers daarvan minstens de helft zelf wordt opgebracht. Er zijn kunstvormen die nog niet eens een bijdrage van het publiek van 20 procent halen.

Om een (slecht!) voorbeeld te noemen. Voor het goedkoopste kaartje (volwassenen, jeugd tot 26 jaar met een pasje betalen veel minder) in een avondvullend programma in september van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (dat nog niet eens erg zwaar wordt getroffen door de bezuinigingen) betaalt men 23 euro.

 

Voetbal

Gaat men echter naar een thuiswedstrijd van Feyenoord (krijgt geen overheidsubsidie) dan betaalt men 27,50 euro voor het goedkoopste kaartje achter een doel. Ik weet het: voetbal is geen cultuur, maar amusement. Maar tóch! En voor Feyenoord én voor het RPHO mag men best voor dat moois minstens 30 tot 40 euro over hebben. Oók de laagbetaalden en ongeletterde! Alle luxe en ontspanning heeft zijn prijs. Dat is mijn opvatting als ik lees dat jongeren op zaterdagavond stappen in de kroeg of disco net zo makkelijk dat zelfde bedrag opmaken.

Het is ook niet te geloven wat ik in mijn lange (onafhankelijke) journalistieke carrière aan uit de hand gelopen overdrachtsinkomen (wat we met z’n allen betalen aan de overheid en wat vervolgens weer aan een deel wordt gefinancierd) eigenlijk ben tegengekomen.

 

Dagbladen

Ook in de dagbladwereld, waaruit ik stam, is de ruime meerderheid van de – vaak egocentrisch ingestelde - collega’s nogal cultuurminnend. Wie een van de topkranten op cultuurgebied, NRC Handelsblad, dagelijks leest, ziet hoe zelfs in dit dagblad de cultuurlobby alle ruimte krijgt. Directeuren (met directe belangen), kunstenaars, musici, acteurs, tv-presentatoren (het lijkt wel of zij ook alleen maar hun programma’s kunnen maken dankzij de subsidies) en andere betrokkenen komen volop aan bod.

De voorstanders van bezuinigingen zijn kennelijk door NRC Handelsblad maar heel moeilijk te vinden. Het is voor mij ook onthutsend dat een zo belangrijke cultuurredactie niet enigszins onafhankelijk probeert te zijn, al is het maar voor de schijn.

 

In de hoek

Op het gevaar af dat de cultuuractivisten mij meteen zullen onderbrengen in de hoek van de ‘rechtse ballen’ vraag ik mij af waarom naast elke werkelijke kunstenaar (toneelspeler, muzikant, beeldhouwer, schilder, balletdanser, enz.) eigenlijk ook een tweede persoon in deze ongelooflijke bureaucratie zijn geld verdient. Ik kom zelf teveel (aardige!) mensen tegen waarvan ik mij afvraag of het werk wat zij doen wel productief genoeg is.

Anekdotisch is dat als ergens een vacature moet worden vervuld in de cultuurbureaucratie er soms wel honderden sollicitanten zijn zonder dat er een openbare advertentie is geplaatst. Van mond tot mond gaat dat er een ‘mooi baantje’ is te halen!

Ook op de kunstenaars zelf valt nog wel wat af te dingen. De besten zullen altijd komen bovendrijven en hun geld verdienen. Beroemde schilders, die heel lang in armoede hebben geleefd, soms pas na hun dood.

 

Vaak zijn kunstenaars ook begonnen als liefhebbers in hun vrije tijd. Het lijkt mij tegenwoordig er teveel op dat elke jongeling al vanaf zijn school fulltime met cultuur bezig mag zijn of dat hij voor heel weinig geld aan kunst kan snuiven.

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!