zaterdag 23 januari 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Politieke hoofdpijn over Wmo en AWBZ

6 oktober 2013 (Hans Roodenburg)

Een van de meest gevoelige politieke onderwerpen in de komende jaren wordt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Zowel landelijk als per gemeente. De bedoeling is dat per 1 januari 2015 een nieuwe wet komt die meer verantwoorde-lijkheden van zowel de Wmo als de AWBZ (bijzondere ziektekosten) bij de gemeenten legt.


Een van de hoofdpunten van de nieuwe wetgeving wordt dat veel meer nadruk wordt gelegd op eigen inzet van burgers (vrijwilligerswerk en zelfredzaamheid). Dat alles met het doel om de uit de hand lopende kosten te beperken. Of dat gaat betekenen dat de eigen bijdrage van de burgers voor Wmo en AWBZ (in Rotterdam circa 15.000 cliënten) omhoog moet, komt zeker in een volgende fase aan de orde.

Maatwerk
Het conceptwetsontwerp introduceert in parlementaire taal al het begrip ‘maatwerkvoorziening’ in plaats van ‘compensatieplicht’. Meer eigen verplichtingen dus, minder individuele subsidiestromen van de overheid.

De Rotterdamse wethouder van Werk, Inkomen en Zorg (nu nog Florijn), zal na 1 januari 2015 een omvangrijk pakket aan nieuwe taken in de zorg krijgen.

In 2012 hebben ruim 11.000 Rotterdammers een aanvraag gedaan voor ondersteuning bij hun huishouden. Daarnaast hebben ruim 8400 mensen (grotendeels dezelfde) een aanvraag gedaan voor hulpmiddelen, zoals rolstoelen, vervoer op maat en voorzieningen in de woning. Dat alles valt onder de Wmo. Dat is nog maar een deel van de bevolking die ‘hulp’ krijgt.

Ondersteuning
In de begroting van Rotterdam voor 2014 staat dat in totaal circa 120.000 Rotterdammers op een of andere manier ondersteuning krijgen met onder andere welzijnsactiviteiten, ouderenwerk, maatschappelijk werk, ondersteuning door en van vrijwilligers en mantelzorgers en voorts individuele voorzieningen via de Wmo (inclusief pgb’s ofwel een persoonsgebonden budget).
Het is niet niks. Het zijn zaken waar beleidsmatige politici begerig naar kijken om te bezuinigen. De verzorgingsstaat wordt niet afgeschaft maar wat bijgesteld. Dat zal heftige discussies te weeg brengen tussen aan de ene uiterste kant de SP, die helemaal niks wil veranderen – alleen maar méér en méér – en anderzijds de VVD die het liberale uitgangspunt hanteert dat een ieder - voor zover hij of zij kan - voor zichzelf moet zorgen. De andere politieke partijen zitten hier tussenin, hoe linkser hoe dichter bij de SP, hoe rechtser hoe dichter bij de VVD of zelfs daaraan voorbij.

Beleidsplan
Het politieke geweld zal eind dit jaar hierover losbarsten in de Tweede Kamer en vervolgens in de gemeenten. In Rotterdam is de planning dat de gemeenteraad het volgend voorjaar een beleidsplan en verordening (transitie AWBZ-Wmo) krijgt aangeboden. Een krappe besluitvormingsperiode als rekening wordt gehouden met het feit dat de gemeente per 1 januari 2015 een omvangrijk pakket aan nieuwe taken krijgt. Het zal ons niet verbazen als uiteindelijk wordt besloten die deadline uit te stellen.
De politiek is er nog niet aan toe om besluiten te nemen over een eventuele hogere eigen bijdrage die vooral er aan lijkt te komen voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. Per gemeente kunnen de eigen bijdrages in Wmo nogal verschillen. Rotterdam zit boven het gemiddelde.

Voorbeeld
Om een voorbeeld te geven, als een alleenstaande met alleen AOW huishoudelijke hulp (de zogenoemde ‘werkster’) van de Wmo voor acht uur per week nodig heeft, dan betaalt men zelf 58 eurocent per uur en als men een chronische ziekte heeft of men is gehandicapt (Wtcg-korting *) nog geen 40 cent per uur.

De Vereniging Nederlandse Gemeenten reageerden naar staatssecretaris Van Rijn op het wetsvoorstel WMO. ,,Het krappe tijdpad (1 januari 2015) van de wet laat ons geen ruimte voor een brede bespreking met onze leden.''

Mensen met AOW plus een aanvullend pensioen van bruto ruim 200 euro per maand betalen niets of nauwelijks meer. Bij het hogere bijdrageplichtig jaarinkomen van 25.000 euro bruto per jaar betaalt de alleenstaande per uur meer (€ 3,70 en met een Wtcg-korting 33 procent minder). Op jaarbasis is hun eigen bijdrage bijna 1600 euro. Kunnen ze dat lijden?
Voor mensen jonger dan 65 jaar met een partner, die niet voor inkomen zorgt, zijn de bedragen nauwelijks hoger. Ook blijkt dat de sinds 1 januari dit jaar ingevoerde vermogenstoets (in box 3) met mensen met meer spaargeld dan ruim 21.000 euro per persoon nauwelijks doortelt in de eigen bijdragen.

Meer betalen
Pas bij hele hoge inkomens én vermogens gaat men fors meer betalen. Zelfs dan is het aantrekkelijker om gebruik te maken van de officiële ‘witte werkster’ via de Wmo, dan van een zwart betaalde hulp.
De politieke vraag wordt of mensen met inkomens boven het bestaansminimum (bijstand, AOW) voor onderdelen van de Wmo (zoals huishoudelijke hulp) niet meer moeten gaan betalen. Waarbij het ons niet zal verbazen als ook de minima een iets hogere eigen bijdrage in de Wmo en AWBZ voor hun kiezen krijgen.
We hebben een ervaring uit eigen kring. Mijn moeder van 101 jaar, recent overleden, zat in een AWBZ-zorginstelling in Ridderkerk en zij had iets meer dan alleenstaande AOW. Zij slaagde erin om jaarlijks in haar spaargeld toch nog circa 4000 euro te groeien. Moeten de erfgenamen dit opstrijken? Van mij mocht haar eigen bijdrage omhoog als zij maar goed verzorgd werd. Zijzelf klaagde daarover overigens nooit.

*) Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)


Deel dit bericht met je vrienden!