vrijdag 25 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Poetry, anekdote (2/3)

13 juni 2011 (door Saskia Wigbold)

Roken? Hoezo slecht voor een mens?


Op 14 juni begint in Rotterdam het 42e Poetry International. Het festival dat al jaren een begrip is in de stad kenmerkt zich door de talloze legendarische optredens van nationale en internationale dichters.Optredens vol mooie, wonderlijke en rijke wereldpoezië. Maar het festival zelf is ook een bron van legendarische verhalen.

Om alvast in de stemming te komen hierbij een anekdote die Saskia Wigbold optekende uit de mond van Hans Vermeyden.

“Het gebeurde in die dagen dat er nog gerookt mocht worden in openbare gebouwen, zij het met hoofdschuddende dispensatie,” vertelt Hans Vermeyden.

Maar het betrof dan wel zo’n vijfentwintig dichters waarvan het gros last had van nervositeit vanwege de eer die hen te beurt was gevallen om door Poetry International te zijn uitgenodigd. “En dan niet kunnen roken?!” roept Hans uit. “Onbestaanbaar! Maar goed,” vervolgt hij. “Het festival is een dag of twee onderweg.In de ‘huiskamer’ oftewel de ‘dichtersfoyer’ is het even levendig als altijd aan de grote leestafel. Creatieven van uiteenlopende nationaliteiten discussiëren er naar hartenlust onder een steeds dikker wordend wolkendek.

 

‘’Opzij van hen zit een prachtige man. Een heer; een Spaanse ‘grande’, perfect in het pak met de blik op oneindig. Toen die status een dag of wat had geduurd, begon de bijnaam’ Willem de Zwijger’ post te vatten bij de mensen van de staf van Poetry. Bij toerbeurt gingen we er even bijzitten.’’

We maakten een praatje, vroegen hem hoe het met hem ging of wat hij nodig had. Wilde hij nog koffie, een wijntje of gewoon een borrel?” “Nee, nee, nee,“ was het antwoord. Hun Zuid-Amerikaanse gast was volmaakt tevreden, maar straalde niettemin, volgens Hans, suïcidale voornemens uit en beantwoordde hun vragen in perfect Engels met éénlettergrepige woorden.

 

“Nou dan maar aan zichzelf overlaten; dachten wij,“ vervolgt Hans. De vierde dag van het festival was hij stand-by chauffeur. Iemand vroeg hem of hij in Rotterdam een tabakszaak wist te vinden. “Tuurlijk”, was zijn antwoord. “Op de Meent of de Hoogstraat. Of ik met ‘Willem de Zwijger’ daar even heen wilde. In opperste rust en dodelijke stilte reden wij door Rotterdam naar het desbetreffende adres. Daar aangekomen vroeg onze dichter of er ook Davidoff sigaretten werden verkocht.“

“Jazeker,” was het antwoord waarop onze Chileen vijf sloffen bestelde en vervolgens vroeg hoe het gesteld was met het assortiment pijptabak. Nou daar hadden ze een kamer vol van. Ook daarvan werd een hoeveelheid ingekocht alsof het de volgende dag verboden zou worden,” vertelt Hans.

 

“In totaal werd door onze gast honderden euro’s afgerekend. En toen gebeurde het. Uit één van de twee tassen viste hij een slof Davidoff , scheurde hem open en stak een mooie handgemaakte peuk aan. “Na twee diepe halen keek de dichter mij aan en zei: “Well now at last can we talk…”

“En hij is daarna niet meer gestopt met communiceren,” zegt Hans. ‘’Roken? Hoezo slecht voor een mens? Ik bedoel maar…”

 

Morgen de derde en voorlopig laatste anekdote.

 

Deel dit bericht met je vrienden!