vrijdag 10 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Ook dreiging ‘No-go-areas’ in Rotterdam?

11 maart 2012 (door Hans Roodenburg)

Het probleem van de allochtone bevolking in Rotterdam – met name het kansarme en het criminele deel – is nog groter dan gedacht. Daarbij gaat het vooral om Antillianen en Marokkanen.

In verdenkingen van misdrijven in 2009 scoort de jeugd tussen 12 en 24 jaar percentsgewijs van Antillaanse komaf het hoogst, gevolgd door de Marokkanen. Van alle Rotterdamse Antillianen van 12 jaar en ouder was in 2009 8,9 procent verdachte. Voor de Marokkanen lag dit percentage op 5,2 procent. Van álle Rotterdammers was dat 2,4 procent en van de autochtonen onder hen slechts 1,3 procent.

Mede hierdoor is het niet ondenkbaar dat Rotterdamse (én Amsterdamse) achterstandbuurten, die voor het grootste deel bestaan uit ongeschoolde of laagopgeleide allochtonen en migranten, verworden tot ‘no-go-areas’ voor de rest van de bevolking. Een vergelijkbare afglijding vindt nu al plaats in de ‘banlieus’ van Parijs.

 

Voorkomen

Volgens hoogleraar migratie en integratie Han Entzinger van de Erasmus Universiteit is het nog te voorkomen als fors wordt geïnvesteerd in de wijken in de kwaliteit van de woningen en woonomgeving. Daarnaast zijn de handhaving van regels en wetten, de bevordering van inburgering en betere voorzieningen in onderwijs, gezondheidszorg, sport en welzijn nodig.

Entzinger heeft samen met Paul Scheffer, hoogleraar Europese studies van de Universiteit Tilburg, het rapport ‘De staat van integratie’ in opdracht van de gemeenten Rotterdam en Amsterdam gemaakt.

De twee hoogleraren bevelen samenwerking tussen de twee steden op het gebied van integratie aan. De betrokken twee wethouders van Rotterdam en Amsterdam, respectievelijk Korrie Louwes en Andrée van Es, hebben al aangekondigd gezamenlijk te starten met een offensief in taalbeheersing.

Maar dat is nog lang niet voldoende. Entzinger vindt het voor de stadsbesturen al een enorme uitdaging om als allereerste ‘de vlucht’ van succesvolle en welgestelde allochtonen uit de achterstandwijken te ontmoedigen. Zodra ze namelijk wat hoger opgeleid zijn of wat meer inkomen vergaren, vertrekken ze naar de buitenwijken, welvarender gemeenten in de omgeving of zelfs naar het moederland van hun ouders.

 

Niet honkvast

Entzinger in het rapport: ,,Een steeds groter deel van de bevolking in beide steden heeft een migratieachtergrond en een steeds geringer deel is honkvast. Zo ontwikkelen de grootste twee steden van Nederland zich tot doorgangshuizen. Veel buitenlandse migranten keren na kortere of langere tijd terug naar hun land of migreren weer naar elders.’’

In de tot verpaupering gedoemde achterstandwijken blijft de onderklasse achter en de nieuwkomers zijn ook vaak al kansarm.

Het staatje van het aantal Rotterdamse allochtonen geeft een aardige indicatie van hun steeds groter wordende deel van de totale bevolking. Het aantal niet westerse allochtonen bedroeg in 2010 al 37 procent van de totale bevolking. Voor het jaar 2025 wordt dat al geschat op 43 procent. De deelgemeenten in Rotterdam met de meeste niet-westerse allochtonen zijn thans Delfshaven (61 procent), Fijenoord (57 procent) en Charlois (46 procent). De dichtheid in bepaalde wijken hiervan is nog groter.

Entzinger vraagt om een overheidsbeleid dat zich primair richt op de stedelijke samenleving in haar totaliteit. ,,De gemeentelijke overheid moet blijven streven naar een gezonde stedelijke economie, een veilige leefomgeving en goede, voor iedereen toegankelijke voorzieningen op sociaal-, cultureel- en educatief gebied. Dit neemt niet weg dat zich ook in de nabije en wat verdere toekomst telkens weer vragen kunnen aandienen die specifiek zijn voor één of enkele bevolkingsgroepen. In een stedelijke samenleving die uit louter minderheden bestaat is dat logisch, en daarop zal ook moeten worden ingespeeld. Dat is echter iets heel anders dan het voeren van een op integratie gericht beleid voor in principe alle minderheidsgroepen. Zeker als er eigenlijk geen meerderheid meer is waarin minderheden kunnen integreren, vervalt de ratio van een groepsgericht integratiebeleid.’’

 

Waarschuwing

De hoogleraar van de Erasmus Universiteit waarschuwt ervoor om ‘met het badwater niet ook het kind weg te gooien’. Wel moeten de sturingsmogelijkheden van het overheidsbeleid ook niet worden overschat.

Een ander opvallend en positief aspect uit het rapport is dat zowel Amsterdammers als Rotterdammers met een migratieachtergrond een sterke binding voelen met hun stad. Een voorbeeld: ruim een kwart van de Turkse Rotterdammers bezit een eigen huis. De allochtonen in Amsterdam zijn weer wat wereldser dan die van Rotterdam. Onder Turkse kinderen is het overgewicht soms zorgwekkend.

 

Het volledige rapport ‘De staat van integratie’ is terug te vinden op de site van de gemeente Rotterdam:www.rotterdam.nl.

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven