donderdag 9 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Nimmer meed ik Timmer (3)

25 september 2012 (door de Redactie)

Op 28 februari 1989 werd mijn oudste zoon Michiel 20. Hij vierde die verjaardag op een zaterdagmiddag op zijn nieuwe kamer, recht boven mijn stamkroeg Timmer, aan de Oude Binnenweg in Rotterdam. Mijn ouders, zijn grootouders, waren ook daarbij.



Op een zeker ogenblik klonk een angstaanjagend geluid vanuit de Oude Binnenweg. Mannen, vrouwen en kinderen riepen luidkeels: ,,Dood aan Rushdie.’’ Het ging om het boek ‘De Duivelsverzen’ van de schrijver Salman Rushdie. Hij had nogal wat onaangenaams geschreven over de religie Islam. Ze hadden op het Binnenwegplein, vlak voor de boekhandel die toen nog Donner heette een aantal van zijn boeken verbrand en demonstreerden nu onder politiebegeleiding verder de stad in.


Mijn moeder werd krijtwit. Ze hoorde alleen de gescandeerde leuzen. Ze zei tegen haar man ,,Reint. Het is weer oorlog. We moeten terug naar huis of onderduiken.” Het kostte heel wat moeite om haar te kalmeren. Uiteindelijk is die demonstratie redelijk vreedzaam verlopen. Net als de protestdemonstratie van Nederlandse moslims tegen de Amerikaanse anti-Moslimfilm op het Museumplein in Amsterdam vrij recent.

Maar ik heb in ’89 wel diezelfde dag een hoofdartikel geschreven in toen nog net nog grootste krant van Rotterdam, Het Vrije Volk, met als strekking dat de politie had moeten ingrijpen toen de demonstranten de boeken van Rushdie in het openbaar gingen verbranden.

,,Na de boekverbrandingen in Nazi-Duitsland is een openbare boekverbranding een aanslag op alles wat wij hier hebben bereikt. Gereformeerden met hun rare ideeën over vrouwen en Moslims kunnen hun soms krankzinnige opvattingen niet aan ons opleggen.”


Dat werd mij niet in dank af genomen. Politici van de PvdA vonden mijn tekst maar niks. Maar het staat mij bij dat de toenmalige minister van Justitie Polak ook met een verklaring kwam waarin hij zei: ,,Ja, dan moet je dat soort teksten niet schrijven.”

Dit heeft helemaal niets met Haren te maken. Ze zijn, in dat Wassenaar van Groningen, ook helemaal niets gewend. Ik denk dat de Rotterdamse politie in zo’n situatie het pistool had getrokken en had gevuurd. De beste commentator vond ik Francisco van Joole. Hij kreeg in een praatprogramma zaterdagavond de handen op elkaar toen hij zei: ,,Het waren geen Marokkanen en geen allochtonen. Het waren blanke, vaak getatuoeerde mannen. Op zoek naar een ‘Kick’.


Wat mij betreft had de NS , wat oorspronkelijk het plan was, de trein naar Groningen bij ‘De Punt’ kunnen neerzetten. De mariniers, misschien zelfs de Molukkers, hadden een einde aan dat rare verhaal kunnen maken.



Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven