woensdag 15 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Nieuwe Nederlanders in spijkerbroek

2 januari 2016 (door Jan van der Tak)

(Een van onze trouw reagerende mensen is Jan van der Tak (Johannes). Hij blijkt een Rotterdammer te zijn die van zijn hart geen moordkuil maakt. Plaatsing van dit artikel wil niet zeggen dat de hoofdredactie van Rotterdam Vandaag & Morgen het met zijn mening eens is).


Het jaar 2015 is verleden tijd, het gaat de geschiedenis in als het jaar van de tienduizenden moslim-vluchtelingen. Een jaar van commotie om AZC’s. De dorpen Oranje, Steenbergen, Geldermalsen en onze eigen Beverwaard zijn straks niet eens te vinden in de geschiedenisboeken, zoals ook alle geloofstwisten die ons land door de eeuwen heeft gekend, vergeten zijn.

 

Hongerwinter

Onze opa’s en oma’s vertelde ons dat je in de hongerwinter als protestant geen aardappelen kreeg van katholieke boeren en nog tot 1950 vochten wij Hollanders in Indonesië tegen de moslims. De strijd tussen de geloven is deel van onze geschiedenis, het zit ons in de genen en soms komt het er onbesuisd uit.

Nog steeds woeden er op de aardbol geloofsoorlogen, nog steeds vluchten er mensen. Eén vluchteling heb ik jaren geleden leren kennen, het is een man van Sumatra, Indonesië. Ik kwam hem tegen in de gemeentebibliotheek en af en toe knoopten we een praatje aan. Niet dat ik hem altijd begreep maar hij deed zijn best om Nederlands te leren en dat probeerde hij uit op iedereen die maar wilde luisteren.

Katholiek
Zijn Nederlands ging vooruit en steeds meer kreeg ik van zijn verhaal te horen. Hij en zijn echtgenote waren katholiek opgevoed in een omgeving welke voor 90 % bestond uit soenitische moslims. Aan werk komen was moeilijk gebleken en kwam hij uit de kerk dan werd hij beschimpt door zijn islamitische buurtgenoten.
Zijn vader had hem op zijn sterfbed, 9 jaar geleden, aangeraden zijn heil in Nederland te gaan zoeken, daar zou geen geloofsstrijd zijn en zo was hij met echtgenote 8 jaar geleden, met hulp vanuit de Indonesische gemeenschap in Den Haag, naar Rotterdam gekomen.
Ze hadden het naar hun zin, hij had werk gevonden als elektricien, zijn vrouw werkte in de zorg en het Nederlands ging, zij het met accent, steeds beter.

Nederlanderschap
We waren elkaar een beetje uit het oog verloren maar drie maanden geleden zag ik hem zitten op een terras op het Stadhuisplein en onder het genot van een blonde rakker raakten we weer aan de praat. Hij was bij de gemeente langs geweest voor het Nederlanderschap want terug naar Indonesië zat er toch niet meer in.

Ik werd direct uitgenodigd om bij de ceremonie aanwezig te zijn en na afloop natuurlijk een overvloedige Indonesische maaltijd.
En zo zaten wij een maand geleden weer in het stadhuis aan de Coolsingel, nota bene in de trouwzaal waar ik 50 jaar geleden mijn vrouw het ja-woord gaf. Toen een plechtige ceremonie, mijn vrouw in het wit en de ambtenaar en ikzelf in jacquet, alles kwam weer boven.

Spijkerbroek
Maar de droom was van korte duur. Er waren zo’n 25 potentiële Nederlanders aanwezig, gekleed in spijkerbroek, trainingspak en een enkeling in traditionele klederdracht. Alsof je naar de bioscoop ging. En dan de gemeenteambtenaren – er waren er twee - waarvan er één notabene gekleed in spijkerbroek met een bos sleutels aan de riem.
Als Rotterdammer schaamde ik me voor dit gebrek aan respect.

Iedere aanvrager had een tekst betreffende het Nederlanderschap gekregen en moest daarop de eed afleggen, hetzij met de simpele tekst ‘zo waarlijk helpe mij God almachtig’ of voor de niet gelovigen ‘dat beloof ik’.
En geloof het of niet maar het merendeel van de nieuwe Nederlanders, welke volgens de eis allen minimaal 5 jaar in ons land waren, hadden moeite met de tekst. Mijn vriend schaamde zich een beetje en na afloop vroeg hij: ,,Hoe deden we het?’’
Jullie waren de besten, zei ik naar waarheid.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven