zondag 19 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Ercan Büyükҫifҫi .Foto Eric Fecken

Interview Ercan Büyükҫifҫi (NIDA): In Rotterdam zijn de minderheden in de meerderheid

4 september 2021 (Martin Reekers)

In de interviewestafette die Rotterdam Vandaag & Morgen maakt langs Rotterdamse gemeenteraadsleden heeft Ellen Verkoelen van 50+ het stokje doorgegeven aan Ercan Büyükҫifҫi. Op de dag van de afspraak oefen ik op het onthouden en uitspreken van Ercans achternaam. Op die dag loopt de raadsvergadering dermate uit dat er niets anders opzit dan het maken van een nieuwe afspraak. Het geeft mij extra oefentijd, maar ik ben bang dat ik het gesprek onhoffelijk begin met het maken van fouten in de naam van mijn gesprekspartner. Ercan Büyükҫifҫi:  “De naam is inderdaad voor veel mensen moeilijk uit te spreken. Büyük betekent groot en ҫifҫi betekent boer. Herenboer dus”.

Ercan is 38 jaar en geboren en getogen in Rotterdam-Zuid. Hij studeerde sociologie en bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit en werkte daarna bij Cap Gemini als consultant op het snijvlak van ICT en organisatie in opdracht van overheden.  Zijn wetenschappelijke en adviseursachtergrond is merkbaar aan de weloverwogen wijze waarop Ercan het gesprek aangaat.  

maar jij bent anders...

Net als de meeste raadsleden heeft Ercan een baan naast zijn raadswerk. Hij geeft sinds 2010 les in sociologie en onderzoeksvaardigheden aan de Haagse Hogeschool. Ercan: “Ik ben ook verbonden geweest aan het lectoraat[1] burgerschap en diversiteit waar ik onderzoek deed gericht op de superdiverse samenleving in wijken in Den Haag en Rotterdam. Ik was vooral geïnteresseerd in de alledaagse omgangsvormen, interetnische contacten en hoe die vorm krijgen in kleinschalige bedrijven zoals cafeetjes, kapsalons, bakkerijtjes, lunchrooms. Tegen de achtergrond van gescheiden werelden zeg maar. Ze leven langs elkaar heen en tegelijkertijd raken ze elkaar juist in het leven van alle dag. Dat is een interessant terrein waar we misschien wat minder zicht op hebben”.

Die kracht van die alledaagse ontmoetingen onderstreept Ercan ook in zijn gemeenteraadswerk. Hoffman (2018) geeft in zijn boek ‘interculturele communicatie’ aan dat niet culturen maar mensen elkaar ontmoeten en communiceren. Dat is herkenbaar als iemand zegt dat Marokkanen niet deugen, behalve de eigen buurman Mohammed, want ‘dat is een goede’. Ercan herkent dat effect: ”Ik heb dat zelf ook meegemaakt inderdaad. Zo van jij bent anders. Ik heb dan juist de neiging die ene identiteit, waar een vooroordeel over bestaat, iets steviger naar voren te schuiven. Durf het vooroordeel of het beeld dat je hebt over de groep op basis van de ontmoeting te corrigeren”.

Dat corrigeren van het beeld en het uit de weg ruimen van drempels die een afgewogen beeldvorming in de weg staan, lijkt de basis te vormen voor zowel zijn docentschap als zijn raadswerk.

Het tegengaan van ongelijke behandeling van mensen zoals die vooral tot uiting komen in racisme en discriminatie en het bevorderen van ontmoetingen tussen mensen in onze, zoals hij dat benoemt,  “superdiverse stad” is zijn uitdaging. “Als geboren en getogen Rotterdammer wil ik als raadslid werken aan een inclusief, sociaal en duurzaam Rotterdam”, zegt hij op de website van de gemeente raad. De Islam is daarbij zijn inspiratiebron.

Islam als kompas

NIDA zit in drie gemeenten in de raad. Naast Rotterdam zijn dat Den Haag en Almere. Ercan noemt NIDA een in de stad gewortelde Rotterdamse partij die de Islam als inspiratiebron beschouwt. Ercan: “In alles wat we doen, denken en voorstellen zijn we kritisch maar altijd opbouwend en bruggen bouwend. Wij zijn ook degelijk. We verdiepen ons echt in studies over hoe je sociologische gezien naar een stad zou moeten kijken. De Islam geeft een mooi kompas voor onze visie. Nu maar ook voor de komende, misschien wel tientallen, jaren. Anders dan populistische partijen, die toch een beetje meewaaien met de wind van wat nu populair is.  Ik denk dat je in de politiek echt een visie moet durven neerzetten in de hoop dat mensen zich daar in kunnen vinden”.

Er is veel discussie over de Islam in de samenleving. Ercan zegt daarover: “Er is angst en ik denk dat die alleen maar is gegroeid doordat Moslims steeds zichtbaarder werden in de wijken en daarna in instituties en natuurlijk ook door de aanslagen die plaatsvonden uit naam van het geloof. Los van de angst is er ook een duidelijk anti-Islamsentiment wat al bestond vóór die angst, denk ik.  De Islam wordt beschouwd als een kwaadaardige religie die er op uit is andere religies over te nemen en dat sentiment groeit. Ik denk dat het een belangrijke taak voor een partij als NIDA is een heel ander geluid te laten horen.”

Wie de vijf pijlers van de visie van NIDA[2] op de website leest krijgt een indruk van dat geluid:

  1. Geloofwaardigheid en samenleving, weg van zielloos materialisme
  2. Zorgzaam voor het leven van mens en natuur; meer gezondheid, minder markt
  3. Een kansrijke toekomst voor ieder talent
  4. Eerlijk verdelen van de welvaart
  5. Inclusiviteit: samen zijn wij één familie.

Erҫan: “Wij zijn links progressief te noemen op economisch terrein en op het multiculturele vraagstuk”.  De NIDA-visie is gericht op inclusief samenleven. De partij ziet diversiteit als een verrijking en noodzakelijk om het potentieel van eenieder (individu, groep en samenleving) optimaal te benutten.

Minority town

Ercan: “Rotterdam is mijn geboortestad. Wij zijn een ‘minority stad’ waar minderheidsgroepen in de meerderheid zijn. Als je in een multiculturele wijk bent opgegroeid, dan is die diversiteit alom aanwezig. Mijn klas bestond uit diverse nationaliteiten. Mensen met een verschillende historie en verschillende wortels. Omgaan met diversiteit was daar een fact of life. De vertrouwdheid die je daarmee ontwikkelt heeft niet iedereen. De politiek of bestuurders zetten een heel ander beeld over Rotterdam neer. Het beeld van gescheiden en botsende werelden of falende integratie. Dat frustreert en maakt je boos. Net als het anti-Islamsentiment dat alsmaar groeide. Dat houdt je steeds meer bezig.  Je ziet dat het beeld dat wordt neergezet niet strookt met wat je zelf in je omgeving ziet.

Vertrouwen verhogen

Ercan ziet het samenleven en de ongelijkheid als de belangrijkste Rotterdamse vraagstukken. “Misschien ben ik daarin wel gekleurd omdat het past bij mijn achtergrond, identiteit en de intellectuele bagage die ik door mijn opleiding heb.  Hoe geef je samenleven tussen groepen vorm in een superdiverse stad? Hoe zorg je ervoor dat je de onderlinge vertrouwdheid tussen mensen maximaal verhoogt en  ontmoeting tussen hen stimuleert?”.

Hij ziet in scholen en wijken belangrijke  ontmoetingsplaatsen.

  • Scholen

Ercan: “De school is typisch zo’n domein waar je die ontmoeting kunt stimuleren. Ontmoetingen zijn heel belangrijk. Als je in een klas terecht komt waarin leerlingen zitten die nooit van hun leven op vakantie zijn geweest en leerlingen die bij wijze van spreken elke keer op vakantie gaan, besef je dat die verschillende werelden bestaan. Anders raak je losgezongen van de realiteit. Door scholen te realiseren die aantrekkelijk zijn voor verschillende groepen voorkom je dat, in wijken waar het merendeel van de leerlingen een migratieachtergrond heeft, witte ouders hun kind naar een school in een andere wijk laten gaan. Het is lastig want er is vrijheid van onderwijs dus iedereen mag kiezen wat hij wil. Dat is een belangrijk goed. Het begint met bewustwording denk ik. Een andere manier is om de beste leerkrachten aan te trekken. Helaas zijn er lerarentekorten en die zijn het grootst in wijken die het meest behoefte hebben aan de beste leerkrachten. Ik denk dat we fundamenteler vanuit een crisisbenadering over het lerarentekort moeten nadenken, zoals we dat ook bij de corona-aanpak doen. NIDA benoemt en agendeert blijvend de vraag of we er wel voldoende aan doen en of we er niet meer geld voor moeten uittrekken. We weten dat het niet alleen geld is. Zorg er in ieder geval voor dat het beroep van leraar aantrekkelijk wordt, ook voor mannen. Dat je voldoende scholingstrajecten aanbiedt om leraar te worden, dat je zijinstroom stimuleert, dat je alle arbeidsvoorwaarden op orde hebt”.

  • Wijken

Naast school waar een diversiteit aan mensen samenkomen, is de wijk de plek waar mensen elkaar ontmoeten. Vaak wordt gesproken van probleemwijken waar aspecten als criminaliteit, werkloosheid, onderwijsachterstanden, huiselijk geweld en een lage sociaal-economische status lijken samen te klonteren. Ercan verlegt direct de focus van het niveau van de wijk of buurt naar het niveau van de vraagstukken zelf. Ercan: “Ik benader het anders. Ik ben zelf wat minder van het problematiseren van wijken en meer van problematiseren van de daadwerkelijke vraagstukken. Ik vind het iets te gemakzuchtig om naar totale wijken te kijken en die dan als problematisch te beschouwen. Er zijn problemen en daar moeten we vooral op inspelen. Het is een bepaalde manier van kijken als je zegt dat er wijken zijn waar mensen wonen die op achterstand zitten. Je kunt ook zeggen dat het wijken zijn waar voornamelijk mensen wonen die meer praktisch en niet theoretisch geschoold zijn. Ik denk niet dat dit automatisch een probleem is. Het is beter om te kijken naar wat wij kunnen doen aan achterstanden in onderwijs, arbeid en inkomen. Dat kan door banen te creëren, door mensen omscholing te bieden als ze werkloos zijn geraakt. Door de bibliotheken niet uit de wijk weg te halen, door het lerarentekort daar goed aan te pakken”.

Ercan is van mening dat het huidige college achterstanden op bepaalde terreinen automatisch ziet als wijkproblemen met ook een sociale dimensie. Ercan: “Een perfect voorbeeld daarvan is de Tweebosbuurt waar nu honderden woningen worden gesloopt. Daar wonen inderdaad mensen die niet voldoen aan, tussen aanhalingstekens, onze maatstaven en daarmee werd gesuggereerd dat daar ook sociale problemen zouden bestaan. Dat is op geen enkele manier bewezen. De veiligheid was niet per se in het geding. Het buurtcontact was erg goed en uit enkele onderzoeken bleek ook dat er sociale cohesie aanwezig was. Je hebt er mevrouw Pelger, een dame met een Nederlandse achtergrond, die enerzijds soep en steun en hulp krijgt van Marokkaans-Nederlandse buren, maar die zelf tegelijkertijd ook Nederlandse bijles geeft aan de dochter van de buren. Dat zijn pareltjes en die moet je koesteren”.  

Met de sloop van een buurt verdwijnen dus in de optiek van Ercan niet alleen woningen, maar ook de sociale infrastructuur die er was tussen de bewoners. Tegelijkertijd blijft er de vraag of het verstandig is als wijken uitsluitend bestaan uit bewoners met een laag inkomen met een financiële positie die uitstraalt naar allerlei andere levensdomeinen en problemen. Misschien dat nieuwbouw zoals in de Tweebosbuurt dan zorgt voor een meer gemengde bewonerspopulatie. Ercan gelooft daar niet in.

 “Er zijn sociologische onderzoeken waaruit blijkt dat je geen hele hoge verwachtingen moet hebben dat het ten goede komt aan een wijk als er een straat verder duurdere woningen worden gebouwd. Het is niet zo dat het een stimulerende werking heeft voor wijken die nu in een achterstandspositie zitten als er kapitaalkrachtige mensen bij komen.  Je kunt ook kijken hoe je in een wijk met een eenzijdige sociale woningvoorraad wat duurdere middenklasse woningen kunt bijbouwen, zodat je mensen die de sociale ladder beklimmen voor de wijk kunt vasthouden. Dat zou echt goed zijn. Wat er nu gebeurt is dat een complete buurt gesloopt wordt om plaats te maken voor duurdere woningen. Daarmee zeg je eigenlijk tegen die bewoners dat ze moeten wijken voor de rijken en dat je het een probleem vindt wanneer mensen gemiddeld een lagere opleiding en inkomen hebben en dat er veel mensen wonen met een migratieachtergrond. Dat is simpelweg zowel discriminatoir als racistisch. Racisme en discriminatie zit gewoon verweven in dat systeem. Het zou mooi zijn als je wijken creëert waar ontmoetingen tot stand kunnen komen tussen mensen uit verschillende achtergronden. Dat gebeurde dus in de Tweebosbuurt en het gebeurt in wijken op Zuid en in West. In Hillegersberg niet. Dat is een wijk met een eenzijdige bevolkingsgroep. Je zou kunnen zeggen dat daar zich achterstand voordoet in de vertrouwdheid met die superdiverse realiteit van de stad. Als daar onze bestuurders uit afkomstig zijn, dan raakt het die wat minder wat er gebeurt in de Tweebosbuurt”.

Wat heeft NIDA bereikt?

Als het gaat om de resultaten die NIDA heeft behaald sinds hun deelname aan de gemeenteraad noemt Ercan de volgende:

  • Ouderenzorg

 “De bereikbaarheid van de zorg voor migrantenouderen is nog steeds niet goed geregeld. We hebben er als partij voor kunnen zorgen dat er jaarlijks structureel € 150.000  wordt ingezet om dat op orde te brengen”. Er wordt onder meer mee bevorderd dat een zorginstelling mensen in dienst heeft die sensitief een connectie kunnen maken met de ouderen, waarbij taalhulp kan worden ingezet, er een gebedsruimte aanwezig is en er rekening gehouden kan worden met dieetwensen. Het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM), een organisatie die zich inzet voor cultuursensitieve zorg voor migrantenouderen, denkt mee bij het geven van een goede besteding van dat bedrag.  

  • Zelfbewoningsplicht

Ercan: “Belangrijk is ook dat wij de zelfbewoningsplicht hebben kunnen doorvoeren om starters gelijke kansen te geven. De huizenprijzen blijven maar stijgen en je kunt als starter niet opboksen tegen beleggers die makkelijk € 50.000 kunnen overbieden. Deze plicht is nu nog toegespitst op de sociale sector. Je hoopt dat het ook voor de duurdere woningen gaat gelden”.

  • Het ‘Programma van 010-antirascisme eisen’

“We hebben naar aanleiding van de black-lives-matter-beweging vorig jaar een vrij stevig initiatiefvoorstel ingediend: het ‘Programma van 010-antirascisme eisen’[3], waarbij we het college uitnodigen stappen te zetten in het tegengaan van discriminatie en racisme, zoals dat bestaat in het onderwijs, de zorg of in ons eigen gemeentelijke handelen. Net als bij het toeslagenschandaal waar sprake was van discriminatie, is de gemeente in het verleden ook de fout in gegaan. Zo was er een soort jacht op Rotterdammers met een Marokkaanse achtergrond bij bijstandsfraude. Dus we hebben gezegd: haal de racistische en discriminatoire elementen uit ons eigen gemeentelijk beleid. Wij hebben bijvoorbeeld gedaan gekregen dat de figuur Zwarte Piet niet meer gesubsidieerd wordt door de gemeente.  Een ander voorbeeld is de leefbarometer, waar een score uitrolt waarmee een wijk wordt bestempeld als sterk of zwak. De score komt mede tot stand op basis van de bevolkingssamenstelling. Een aantal indicatoren is gewoon racistisch. Het groter het aandeel van mensen met een Marokkaanse, Turkse, Surinaamse achtergrond of van mensen uit de MOE-landen[4], hoe lager de score en hoe zwakker de wijk en hoe groter de kans dat die wijk deels gaat worden gesloopt. Een aantal elementen van het programma is gelukkig omarmd.”

  • Armoedebestrijding

“Ten aanzien van de armoedebestrijding hebben we een fonds bijzondere noden van € 150.000 gerealiseerd, waar mensen terecht kunnen voor noodzakelijke hulp als bijvoorbeeld de wasmachine kapot is en je geen nieuwe kunt bekostigen. Na een check stelt het fonds geld beschikbaar. Het biedt ook de mogelijkheid aan mensen met een slecht gebit zonder tandarts verzekering toch naar de tandarts te gaan, zodat je niet aan iemands gebit kan aflezen dat iemand onder de armoedegrens leeft.

Een ander voorbeeld is dat we het voor elkaar hebben gekregen dat er flink wat budget gaat naar de voedselbank. Die zat in een noodsituatie doordat die vanwege de coronacrisis veel meer aanvragen binnen kreeg. Daar gaat nu zo’n 44.000 Euro naartoe om voor nu zaken op orde te brengen”.

Om armoede werkelijk te bestrijden is er volgens NIDA ander beleid nodig vooral op het gebied van eigen woningbezit. Doordat de huizenprijzen stijgen groeit het vermogen van huizenbezitters. 

Ercan: “Je moet niet alleen de inkomens belasten maar juist ook de vermogens. Wij schuiven dat vanuit Islamitische inspiratie naar voren maar hedendaagse politiekfilosofen roepen dat eigenlijk ook. Je hoeft als huisbezitter niets te doen, geen werk te verrichten en dan nog heb je het afgelopen jaar een kapitaal opgebouwd van waarschijnlijk een ton”. NIDA heeft daarom voorgesteld  de onroerendzaakbelasting (OZB) voor huizenbezitters te verhogen. Ercan is niet gevoelig voor het argument dat dat vermogen vast zit in stenen en bij verkoop verdampt door de aanschaf van een eveneens duurder geworden nieuwe woning.

Ercan: “Je kunt het verkopen en dan gaan huren. Dus in potentie is het kapitaal te gebruiken. Het is een bizar gegeven dat zo’n vermogen alsmaar groeit en zo de kloof tussen arm en rijk vergroot. Je zou mensen die een luxe woning hebben en kapitaal verveelvoudigen op zijn minst iets meer moeten laten betalen. Het geld dat je daarmee binnenhaalt is te gebruiken voor armoedebestrijding. Deze stad heeft besloten de belastinginkomsten in de loop der jaren constant te houden. Dat is te bizar voor woorden in deze tijd. Een gemeente als Amsterdam heeft bijvoorbeeld gezegd dat ze het OZB-tarief met 20% gaan verhogen. Wij hebben gezegd: denk eens anders na over hoe je belast als gemeente. 

Anti-Islamsentiment

De belangrijkste wens van NIDA is het uit de wereld helpen van het anti-Islamsentiment. Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Ercan gelooft dat de eerste stap is dat je dit probleem als stad en als land net zo serieus neemt als bijvoorbeeld de LHBTI-problematiek.  “Er zijn veel discriminatiegronden, maar bij moslimdiscriminatie is er niet hetzelfde urgentiegevoel als in het geval van LHBTI en dat bevestigt de Islamofobie. Als het gaat om het anti-Islamsentiment, zijn wij heel vaak degenen die dat keer op keer benadrukken. De Islam wordt als religie voortdurend geproblematiseerd. Ik denk dan wacht even, het is zo’n bijzonder mooi geloof, waarin ik in mijn alledaagse omgang met mensen een inspiratiebron vind en juist menswaardigheid meegeef. Hoe kan je dan keer op keer beweren dat het een geloof is waar we zo snel mogelijk van af moeten? Ik heb, denk ik,  juist wat mee te geven. Wij laten vooral de Islam zien als een bron van inspiratie van waaruit we ook echt tot oplossingen kunnen komen”.   

Ercan ziet een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs dat kan bijgedragen aan het normaliseren van de Islam als onderdeel van deze samenleving. Dat is niet eenvoudig nu leraren steeds vaker juist vanwege dit thema bepaalde onderwerpen niet aan de orde durven stellen om crises te vermijden. Ercan: “Het lijkt heel ingewikkeld wanneer je als leraar gevoelige thema’s probeert te behandelen. Ik zou het vooral blijven doen op een pedagogisch verantwoorde manier en goede aansluiting proberen te vinden bij de leerlingen. Als dat bepaalde reacties oproept van leerlingen is dat ook te beschouwen als een realiteit waarin we helaas als maatschappij verkeren”.

Van ‘wij en zij’ naar ‘wij’

Wat vooral blijft hangen na het gesprek met Ercan is het streven van NIDA om gelijkwaardig samenleven te bevorderen. Dat lijkt een thema dat elke Rotterdammer zou kunnen omarmen. Het zou mooi zijn als wij in Rotterdam het elkaar uitsluitende wij-zij-denken weten om te vormen tot ‘wij Rotterdammers’ en kunnen zeggen: Tja, zo doen we dat in Rotterdam!


[1] Een lectoraat van een hogeschool ontwikkelt onder leiding van een zogenaamde lector in wisselwerking met de praktijk en op basis van wetenschappelijk onderzoek kennis die praktisch toepasbaar is. Een lector werkt samen met docenten en externe experts. Ook studenten worden bij onderzoeken betrokken.

[2] https://nida.nl/visie/vijf-pijlers/

[3] Programma van 010-antirascisme eisen, mede ondertekend door 50+, de SP en de PvdA. Dit Programma van 010-Eisen biedt een overzicht van constructieve en concrete voorstellen om racisme effectief te bestrijden bij een tiental beleidsterreinen:

1. Gemeente & Politiek; 2. Samenleving; 3. Onderwijs; 4. Kunst & Cultuur; 5. Zorg; 6. Politie; 7. Inclusief mediabeleid; 8. Sport; 9. Arbeidsmarkt; 10. Woningmarkt.

[4] MOE-landen zijn lidstaten van de Europese Unie die voorheen tot het Oostblok behoorden. De term wordt vooral gebruikt om immigranten uit die landen aan te duiden.

 

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!