maandag 18 oktober 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Nederland verruwt; of alleen de Randstad?

3 augustus 2009 (de Redactie)
Aan de achterzijde van het Centraal Station in Rotterdam liggen vaak omver getrapte of omgevallen fietsen op de stoep. Hoewel ik daar regelmatig langsloop heb ik nog nooit iemand gezien die zo’n fiets weer op de been helpt. Ook de vele stadswachters, groepen straatvegers en dergelijk volk steken geen poot uit.

In steden als Groningen en Leeuwarden zie je dat nog wel. Ik moet hieraan denken omdat via NRC-Handelsblad een discussie is ontstaan over de snel verruwende omgangsvormen van de Nederlanders. De zaak is aangekaart door Paul Snabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Een paar citaten: “ Als een Nederland zegt “ik zal het maar eerlijk zeggen” weet je dat geen bekentenis maar een belediging volgt. En. Wij zijn niet meer streng voor ons zelf maar voor anderen “


Snabel geeft ook een mooi voorbeeld via het programma Wegmisbruikers. Automobilisten begaan eerst forse overtredingen die het verkeer in gevaar brengen. Wanneer zij betrapt zijn kafferen ze de verkeerspolitie uit. Je verwacht dat de agenten de meestal middelbare mannen wegens belediging van een ambtenaar in functie in de boeien sluiten en een extra boete opleggen, maar dat gebeurt niet. De agent hurkt bij de auto en begint als een volwaardig psycholoog geduldig uit te leggen waarom het toch heel gevaarlijk was wat hij deed.
Onlangs heeft zelfs een rechter bepaald dat het beledigen van politiemensen niet strafbaar is omdat het “bij de functie hoort.”

Aanvullend hierop heeft de Duitse journalist en historicus Cristoph Driessen een bijdrage geschreven waarboven de kop staat: “Beleefdheid is de meeste Nederlanders totaal vreemd.”:
Driessen wijst erop dat in de beschrijvingen van buitenlandse reizigers over ons land in de 17e eeuw de botheid van onze landgenoten al opviel. Ook het bijzonder vrijmoedige, getolereerde gedrag van Nederlandse kinderen trok de aandacht.

Nu is het zo dat de Duitse traditie van likken naar boven en trappen naar beneden natuurlijk ook geen navolging verdient.

Maar de laatste jaren komen steeds meer verbaasde Nederlanders terug uit Duitse steden zoals Berlijn, Hamburg, Dresden en München. Ze roemen de vriendelijke bediening, de hulpvaardigheid van voorbijgangers, de schone straten en voortreffelijke, vaak aanzienlijk goedkopere, maaltijden. Weliswaar zijn ze wanneer ze met de auto gingen op de Autobaan nog enkele malen door jakkeraars met een Porsche, Mercedes of een Audi, knipperend met het grote licht van de linkerbaan geblazen, maar in het wegrestaurant is het dan weer een en al wellevendheid.

In een gezamenlijke enquête van het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant kwam de vraag aan de orde aan welke andere buitenlanders zij zich op hun vakantie het meest ergerden. Dat bleek het gedrag van andere Nederlanders te zijn. De inwoners van de drie noordelijke provincies stoorden zich vervolgens op plaats 2 en 3 aan vakantievierende Russen en Engelsen. Pas daarna kwamen de Duitsers.

Want hebben we het in feite niet over een Nederlands probleem, maar over een probleem van de grote steden in de Randstad.?
Wat misschien ook helpt is dat uit hetzelfde onderzoek is gebleken dat het merendeel van de noordelingen nog steeds hun eigen hagelslag meeneemt op vakantie.
Misschien is daarom daar geluk nog iets meer gewoon.
Deel dit bericht met je vrienden!