woensdag 26 januari 2022

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Monsieur Jacques, vreemdeling of Rotterdammer?

14 november 2008 (de Redactie)
Een van de bekendste beelden in de stad is Monsieur Jacques. Een dikbuikig manneke dat als sinds 1959 op de Coolsingel staat. Hij blijkt nogal wat broertjes te hebben.


Op zaterdag 11 oktober van dit jaar vond er een wat merkwaardige processie plaats in het centrum van Rotterdam. ‘Monsieur Jacques’, het gebeeldhouwde heertje dat sinds 1959 op de Coolsingel staat, daalde in de gedaante van een acteur van zijn sokkel en wandelde gevolgd door een tiental belangstellenden door de drukte van het winkelend publiek naar de Oude Binnenweg. Aldaar werd in boekhandel Voorheen van Gennep het boek gepresenteerd dat aan hem was gewijd.
Althans, dat dacht ik, en ik was niet de enige. Maar het fraai vormgegeven boekwerkje ‘Het beeld van Monsieur Jacques’ bleek niet over onze Monsieur Jacques te gaan, maar over de Monsieur Jacques die in de beeldentuin van het Kröller-Müller Museum in Het Nationale Park De Hoge Veluwe staat.
De Utrechtse dichter Chrétien Breukers schreef er een lang gedicht over, grafisch ontwerper Damiaan Renkens zorgde voor de fraaie tekeningen en de huisfilosofe en kokkin van NRC Handelsblad, Marjoleine de Vos, noteerde in een essay haar gedachten over het kijken naar kunst. Manuel Kneepkens tenslotte legde de link tussen de Meneer Jaap op de Coolsingel en de Mesjeu Jacques die op de Promenade in Kneepkens’ geboorteplaats Heerlen staat.

Niet uniek

Want onze Monsieur Jacques is niet uniek. Er zijn meerdere beelden van dit merkwaardige heertje gegoten en geplaatst. In verschillende poses en voor verschillende gelegenheden: met de handen en de hoed op de rug, met een hoge hoed op het hoofd en met wandelstok, zoals in Heerlen, met sigaar en zelfs eentje met een fototoestel. Museum Boijmans Van Beuningen heeft een aantal in brons gegoten miniaturen van 20 Ã 30 cm hoogte in bezit.
Hoe kwam Monsieur Jacques op de Coolsingel terecht?
Het is jammer dat er geen bijdrage van de Rotterdamse tekstschrijver Peter Bulthuis in het boekje is opgenomen. Hij heeft een aantal jaren geleden de ontstaansgeschiedenis van het beeld onderzocht. In 1956 was de beeldhouwer Ludwig Oswald Wenckebach (1895-1962) bij vrienden te gast in de buurt van St. Tropez. ,,Op een dag,” schrijft Bulthuis, ,,vermaakten ze zich kleiend in de tuin, totdat er een beeldje verscheen dat, gezien het mistroostige trekje bij de mondhoek, enige gelijkenis vertoonde met de dichter Jacques Bloem.” Aldus werd in de familie- en vriendenkring van de beeldhouwer het figuurtje Jacques gedoopt.
Wenckebach was in zijn tijd een beroemde en veel gevraagde beeldhouwer. Voor de oorlog had hij diverse beelden van historische figuren gemaakt, zoals het beeld van de natuurkundige en Nobelprijswinnaar Hendrik Lorentz voor Park Sonsbeek in Arnhem en het borstbeeld van de architect H.P. Berlage voor het Gemeentemuseum in Den Haag. Na de oorlog vervaardigde hij een reeks oorlogs- bevrijdings- en verzetsmonumenten die in diverse gemeenten in Nederland zijn te zien. .

Wereldtentoonstelling

Het beeldje van klei dat spelenderwijs ontstond werd in het atelier van de beeldhouwer in Noordwijkerhout manshoog in gips getransformeerd en vervolgens in brons gegoten. De Rotterdamse stadsarchitect J.J. Oud die het daar zag, kwam op het idee het beeld in het Nederlandse paviljoen op de Expo, de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel tentoon te stellen. Daar werd Jacques met Belgische hoffelijkheid Monsieur Jacques genoemd. Na de wereldtentoonstelling verhuisde hij naar de beeldentuin van Kröller-Müller.
Wie op het idee kwam een kopie daarvan op de Coolsingel te plaatsen, is niet bekend. Er zijn met betrekking tot dit beeld een aantal connecties te noemen die naar Rotterdam voeren. Oud was toen weliswaar geen stadsarchitect meer, maar misschien heeft hij het stadhuis enthousiast gemaakt. En wellicht had de familie Kröller-Müller, die haar fortuin in de haven van Rotterdam had vergaard, geen bezwaar tegen het plaatsen van een kopie.
In ieder geval werd op de Opbouwdag, dinsdag 19 mei 1959, het beeld van onze Monsieur Jacques door de toenmalige wethouder van cultuur mevrouw Nancy Zeelenberg onthuld. Sindsdien groeide het beeld uit tot een Rotterdams icoon. Zoals sommigen zelfs in het beeld van Zadkine aan de Leuvehaven een Rotterdammer zagen (“Het is net mijn baas, hij heeft geen hart in zijn lijf en zijn klauwen staan verkeerd”), zo herkende men in

Verscholen

Monsieur Jacques het type Rotterdammer dat in die tijd in een geklede jas op zondagmiddag een wandeling door de binnenstad in opbouw maakte.
Of was het een klant die zojuist het gebouw van de Rotterdamsche Bank (later AMRO, ABN-AMRO, thans Fortis), dat het jaar tevoren was geopend, had verlaten en zich tot op heden, de hoed nog in de hand, in de eeuwige verstilling van zijn bronzen gestalte afvraagt of hij er goed aan heeft gedaan zijn geld aan deze bank toe te vertrouwen.
Jarenlang keek Monsieur Jacques uit over een vrijwel lege Coolsingel en zag de nieuwe stad uit de bouwputten om hem heen verrijzen. Tegenwoordig staat hij enigszins verscholen tussen de winkelpaviljoens en kan hij niet veel verder kijken dan zijn neus lang is.

Het beeld van Monsieur Jacques verscheen bij AFdH Uitgevers en kost € 19,50
Deel dit bericht met je vrienden!