maandag 25 oktober 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Klaagmuur en daarachter de Al Aqsa moskee Foto David Holt cco

Minnaars van de vrede

26 december 2020 (incidentele auteur)

(Ephraim Meir)

Mijn woorden bereiken jullie vanuit Jeruzalem. De betekenis van Jeruzalem is: de stad van de vrede. Vrede is echter niet in de stad. Om vrede in Jeruzalem te brengen, hebben we zelf vreedzaam te zijn. Geen uiterlijke vrede zonder innerlijke vrede, maar ook geen innerlijke vrede zonder uiterlijke vrede. Indien we alleen innerlijke vrede hebben en de wereld rondom ons laten verkommeren, vervallen we in onverschilligheid. Indien we uiterlijke vrede beogen, hebben we een innerlijke vredevolle houding nodig die de voorwaarde is om ambassadeurs van de vrede te zijn.

Ons aller opgave is het vrede te brengen. Indien we in een conflictsituatie eenzijdig partij kiezen, dragen we niet tot vrede bij. In conflicten zal men het lijden van beide kanten zien. Vrede kan enkel gebracht worden wanneer we met alle betrokkenen in contact zijn en hun lijden als ons eigen lijden zien. Zijn we niet allen met elkaar verbonden? Zijn we niet als de vingers op één hand? Wanneer één vinger verwond is, doet de hele hand pijn. In een verenigde mensheid zijn we allen voor elkaar verantwoordelijk. Geen situatie ontsnapt aan onze verantwoordelijkheid. Evenmin is er een grens aan onze verantwoordelijkheid. Indien verantwoordelijkheid ons allen betreft, is eenzijdig partij kiezen een probleem. In Jeruzalem is dat van groot belang.

We hebben de noden van alle partijen in ogenschouw te nemen. Wij joden in Israel zullen de legitieme eis van een Palestijnse staat erkennen. Onze Palestijnse broeders en zusters zullen in acht nemen dat terreur geen passend middel is om hun doel te bereiken. Joden hebben zekerheid en veiligheid nodig, Palestijnen hebben erkenning en een eigen staat nodig. De droom van één enkele staat, joods of Arabisch, tussen de Jordaan en de Middellandse Zee is een gevaarlijke fantasie. De erkenning van de noden van beide kanten is de gemeenschappelijke waarde van allen die in het conflict betrokken zijn.

Dialoog

Dialoog is een woord dat vaak in de mond wordt genomen. Het woord betreft nogal eens het onbeduidend contact tussen officiële vertegenwoordigers van instituten. Het kan echter ook duiden op een situatie waarin de woorden van de partners in dialoog betekenisvol worden omwille van de levendige ontmoeting met elkaar. Het woord krijgt betekenis wanneer de andere wordt gezien, wanneer haar lijden en vreugde in de eigen horizon gebracht worden. Het kan gebeuren dat de woorden die behoren tot de eigen wereld voor anderen plots beginnen te spreken. Ook omgekeerd kunnen de woorden van de andere in onze eigen wereld gaan resoneren. Op deze wijze scheppen we een gemeenschappelijke wereld, waarin onze eigen woorden en de woorden van de andere betekenisvol worden.

We kunnen ook de woorden van anderen vertalen in eigen woorden en onze eigen woorden vertalen in de woorden van de anderen. Vertalen is een daad van vrede. In dat geval heeft een ontmoeting plaats, waarin woorden gaan betekenen. Ontmoeting is een ont-moeten, men moet niet meer. Het gaat om het scheppen van een vertrouwen, van een gemeenschappelijke wereld. We leven niet in aparte werelden die niets met elkaar te maken hebben.

We leven in één wereld, met vele onderscheidingen. Wanneer de verscheidenheid tot tegenstelling verwordt, gaat de gedachte van de éne wereld ten onder. Wanneer één groep niet genoeg aandacht bekomt, wordt aan de hele wereld afbreuk gedaan. In de éne wereld zijn onderscheidingen, geen afscheidingen. De erkenning van het onderscheid tussen diverse groepen is voorwaarde voor een contact dat kan uitgroeien tot een ontmoeting. Van de andere kant verwaarloost het los naast elkaar staan van groepen de band tussen allen. We hebben dus beide elementen nodig: bijzonderheid of eigenheid én communicatie of verbondenheid. Wanneer de bijzonderheid eenzijdig wordt belicht, komt het bruggenbouwen in gevaar. Anderzijds krijgt het symbool van de brug pas zin en betekenis wanneer we de onderscheidenheid van beide oevers in rekening brengen.

Is dialoog tussen Israëli's en Palestijnen mogelijk? Kan een jarenlang aanhoudend conflict opgelost worden? Is het niet naïef te geloven dat ooit een overeenkomst tussen beide partijen mogelijk is? Velen zijn sceptisch geworden. Maar ik geloof in de mogelijkheid van dialoog als een werkelijke bijdrage tot vrede. Meer nog: ik hoop dat mijn geloof door jullie gedeeld wordt. Geloven is vertrouwen, het is aan de andere krediet geven, hem in een positief licht zien. Zonder een minimaal vertrouwen is ontmoeting niet mogelijk. Hoe komt zulk vertrouwen tot stand? Het ontstaat in het scheppen van banden. Vertrouwen is het resultaat van verbondenheid. Wanneer we de moed opbrengen om de eigen visie te relativeren en gaan inzien dat het standpunt van de andere ook waardevol is, kunnen we hopen op het tot stand komen van een werkelijke ontmoeting.

Relativeren van het eigen verhaal

Het relativeren van het eigen narratief is echter een niet makkelijke opgave. Het impliceert een diep luisteren naar het narratief van de andere, ook als dat narratief voor ons pijnvol is. Het gaat om de noden van de anderen aan te voelen. Waarde ligt daar waar men in de behoeften van anderen voorziet. Het gevangen zitten in de eigen zienswijze belemmert de dialoog. Wanneer we de eigen visie aan anderen opdringen, kunnen we niet uit de gevangenis van het eigen leed en de eigen pijn ontsnappen. De ontsnapping uit de ketens van het eigen ik wordt mogelijk wanneer we aandachtig worden voor het lijden van anderen. De andere een plaats geven in het eigen hart, maakt het eigen hart groot. Zulk een hart staat anderen toe zich bij ons thuis te voelen. Ze weten dat er in ons hart voldoende plaats is. De terugtrekking van het eigen ego maakt gastvrijheid mogelijk. De andere kan bij mij thuiskomen, met haar problemen, haar lijden en vreugde, haar geloof en haar hoop.

Gastvrijheid beoefenen maakt het ik rijker en minder op zichzelf gericht. Dat alles betekent niet dat het eigen standpunt wordt opgegeven. Het betekent enkel dat het innemen van het eigen standpunt niet andere standpunten onmogelijk maakt. Het veelvoud van standpunten is zelfs de noodzakelijke voorwaarde voor dialoog. Maar daarmee is niet alles gezegd. Dialoog veronderstelt een waarachtig gesprek, waarin ik niet op voorhand weet wat de andere zal zeggen en waarin ik zelf niet weet wat mijn volgende zin zal zijn, omdat dat alles afhangt van de zich ontwikkelende dialoog tussen de partners in het gesprek.

Dialoog werkt dus met verrassingen. Zonder verrassingen en zonder de hoop op verrassingen is waarachtige uitwisseling onmogelijk. De volkomen eigen situatie van de andere kan niet herleid worden tot wat ik van haar denk. Het eigen gedachtenpatroon en de eigen a priori's zijn niet in staat haar onherleidbaarheid te waarderen. We zullen afstand moeten nemen van de gedachte dat de andere volkomen begrepen wordt. In plaats daarvan zal de andere in het mysterie van haar eigenheid gerespecteerd worden. Vrees voor de andere leidt tot de niet erkenning van de andersheid in het eigen ik. Het ik is echter slechts ik door de verbondenheid met anderen en dus door de overwinning van de angst voor vreemdheid in het eigen ik. De andere bekomt een plaats in ons eigen hart, omdat ons hart zo groot kan zijn dat het anderen omvat. Dat maakt het wezen van het hart zelf uit. Het hart is er immers om anderen aan de boezem te nemen. De reden van het bestaan van het hart ligt in de mogelijkheid om de belangen van anderen ter harte te nemen, om hartelijk met elkaar om te gaan.

Wanneer we deze beschouwingen over vrede, vertrouwen en ontmoeting zelf ter harte nemen, scheppen we de basis voor een verandering van mentaliteit. Conflicten worden dan tot een uitdaging om de eigen opgeslotenheid te doorbreken en daardoor de andere in het oog te krijgen. Conflicten worden bekrachtigd door het innemen van een standpunt ten nadele van een ander standpunt. Ze worden verminderd en ter zijde geschoven in de openheid op de andere mens. De eigen waarheid verabsoluteren maakt het contact met de waarheid van de andere onmogelijk. De waarheid ligt veeleer in de ontmoeting zelf: pas in vrede wordt waarheid mogelijk. Waarheid wordt geboren binnen het contact met de andere. Het is altijd relatief, dat wil zeggen: in betrokkenheid op anderen.

Geen God-voor-ons

God komt ter sprake in deze betrokkenheid op anderen. Onze eigen waarheid is slechts een deelwaarheid, bij God is de hele, onverdeelde waarheid. Wanneer God verlaagt wordt tot een paard dat voor de wagen van de eigen waarheid wordt gespannen, verwordt Hij tot afgod. Afgoden ontstaan doordat God beperkt wordt tot datgene wat wij van Hem denken. God als waarheid kan niet herleid worden tot onze waarheid over God. De inclusiviteit van God verbiedt Zijn reductie tot een God-voor-ons. God laat het regenen over goeden en bozen, Hij is bekommerd om allen. Vandaar onze opdracht om ons om allen te bekommeren. Gerechtigheid voor een enkele groep zonder gerechtigheid voor de andere groep doet af aan de notie zelf van gerechtigheid. Gerechtigheid is immer steeds gerechtigheid voor allen. Meer nog: gerechtigheid als doel heeft gerechtigheid als middel nodig. Zonder gerechtige middelen wordt aan een gerechtig doel afbreuk gedaan. Zoals geschreven staat: “Gerechtigheid, gerechtigheid zullen jullie najagen” (Deut. 16:20). Het doel van de gerechtigheid zal bereikt worden door geëigende, gerechte middelen.

Dat brengt me terug naar wat ik in het begin ter sprake bracht: vrede brengen is slechts mogelijk wanneer men vrede is. En wanneer we vrede zijn, brengen we vrede. Het verbond met God, - berit in het Hebreeuws -, is enkel mogelijk in verbondenheid met de medemens. Gelovigheid en waarachtig humanism gaan dus hand in hand. Een van de namen van God, voor joden en moslims, is Shalom Salam. Zijn naam wordt onteerd in de niet-erkenning van anderen als broeders en zusters. Zusters en broeders zijn niet enkel degenen die tot mijn groep behoren. Het zijn alle mensen binnen en buiten de eigen groep.

De bijbelse geschiedenis toont hoe de andere uitgesloten en uitgestoten wordt. Kain doodt Abel, er is de twist tussen Jacob and Esau en de broeders van Jozef willen zich van hun broer ontdoen. De broedertwist en broedermoord blijken dus eerder de gangbare munt te zijn. En toch is volgens dezelfde Bijbelse bronnen broederlijke verbondenheid en de erkenning van de andere een reële mogelijkheid. De ontmoeting en dialoog met de andere is zelfs noodzakelijk om God te ontmoeten. God aanbidden met het eigen hart zonder hartelijkheid voor anderen staat gelijk met God verlagen tot de eigen interessen.

Kan een mens boven zijn eigen interessen uitgroeien? Is het mogelijk een houding aan te nemen die niet door interessen geregeerd wordt? Is de mens geen bundel van behoeften en interessen? Dat zijn veel gehoorde vragen. Wat mij betreft, ligt de verhevenheid van het vertrouwen, van de dialoog en de ontmoeting in het uitstijgen boven de eigen interesse. De interesse van de andere in ogenschouw nemen, betekent de eigen interesses te relativeren. Dialoog is de mogelijkheid om het zelf te overstijgen in gesprek met de andere. De andere maakt de openheid van het ik en diens relativering mogelijk. De vredevolle toenadering tot een conflict ligt in ons aller handen.

De wijze waarop we spreken over het conflict gooit olie op het vuur of blust het vuur. Allen zijn verantwoordelijk voor de voortzetting, vermindering of stopzetting van het conflict. Het is dus zeker niet alleen een zaak van politieke leiders, maar van eenieder die de mond opent om het conflict te bespreken.

Ethiek geeft zin aan politiek

Politiek en ethiek kunnen met elkaar in verbinding gebracht worden en daardoor kan de veel voorkomende scheiding tussen beide gecorrigeerd worden. De aandacht voor minderheidsgroepen, voor moeilijke sociale en economische toestanden, het opgeven van bezetting en het stopzetten van terreur vragen om politieke wil, die door ethiek geïnspireerd is. Is het naïef te denken dat ethiek politiek kan veranderen? Verbiedt politiek niet de naïviteit van de ethiek? Ik denk het niet. Ethiek is allesbehalve naïef, het geeft zin en betekenis aan politiek. Ondanks alles blijft ethiek mogelijk en men behoeft niet naïef te zijn om zich om anderen te bekommeren.

Profeten hebben altijd koningen bekritiseerd. Zelfkritiek is frequent in de joodse Bijbel en is ook vandaag niet afwezig. We hebben niet te kiezen tussen ethiek of politiek. We zijn niet tot voortzetting van conflicten en oorlogen gedoemd. Politiek wordt vaak beschouwd als een autonoom domein waarin de ethische normen worden opgeschort, maar ethiek kan politiek transformeren. Politiek zonder ethiek is gewelddadig. Ethiek zonder concreet engagement in de wereld is krachteloos. De ethische eis vraagt dat op zijn minst gelijkheid van en gerechtigheid en veiligheid voor allen heerst.

Vurige patriotten verdedigen de Staat door dik en dun. Populisten weerspiegelen de egotistische gevoelens van de massa. Handig scheidend tussen groepen, brengen ze groepen tegen elkaar in. Hun slogan is: verdeel en heers. Politieke leiders die de onderhandelingstafel ontvluchten, laten de bestaande moeilijke situatie onveranderd. Opdat deze leiders met elkaar in contact kunnen komen, is een brede basis van mensen die elkaar ontmoeten, over de eigen groep heen, onontbeerlijk.

Zionisme wordt vaak hard bekritiseerd. Het werd en wordt met militarisme, kolonialisme en imperialisme gelijkgesteld. In 1975 vereenzelvigden de Verenigde Naties Zionisme zelfs met racisme. Zionisme is echter onlosmakelijk verbonden met de oude joodse traditie. Vanuit Zion komt de Torah, de wegwijzing (Jes. 2:3). De joodse bronnen zijn geen blauwdruk van een triomferende geschiedenis. Het gebod van de naastenliefde doorbreekt er een gewelddadige geschiedenis. De Bijbel en de omvangrijke rabbijnse literatuur houden radicale kritiek in op het eigen gedrag. Daarenboven is er de aloude joodse theologie van het land, waarin het land onrechtvaardige inwoners “uitspuwt” (Lev. 19:25). Het negeren van deze profetische visie op Zion leidt tot een politiek zonder ethiek.

Kan heiligheid gebracht worden in een zeer onheilig land? Of is het beter elke religieuze beschouwing buiten acht te laten? Is het Nabije Oosten beter af zonder religies? Een positief antwoord op de laatste vraag zou gelijkstaan met de realiteit van het Nabije Oosten niet in de ogen te zien. Religie speelt een enorme rol in onze regio. Wie het Israëlisch-Palestijns conflict ziet door een exclusief politieke bril, is blind voor wat boven de politiek ligt: blind voor de ethiek. Ethiek staat boven politiek, maar vindt plaats binnen de sociale en politieke orde. Het is daarom nooit pure ethiek.

Ethiek en politiek impliceren elkaar. Jacob’s ladder staat stevig op de aarde, maar de top reikt tot in de hemel. (Gen. 28:12) Het aardse en hemelse Jeruzalem zijn niet te scheiden. In het Hebreeuws is Jeruzalem Yerushalayim, een dualis die duidt op de verbondenheid van boven en beneden: beide Jeruzalems zijn niet te vereenzelvigen, maar ook niet eenvoudig te scheiden: de morele eis van boven is onafscheidelijk van de werkelijkheid op de grond. Het is ons niet toegelaten de buitengewone roeping van Israel te vergeten in de werkelijkheid van het Israel van vandaag.

Zionisme bracht en brengt veiligheid voor joden in de wereld. Maar er is meer dan dat. Zionisme is niet louter politiek. De profetische visie op Zion schenkt aandacht voor wat niet tot politiek terug te brengen is. Dit Zion brengt de visie van een dagelijks te verwezenlijken vrede: vrede die boven de Staat en haar instituties uitgaat, maar die zich daarzonder niet doorzet. Politiek die aan zichzelf wordt overgelaten is problematisch en evenmin kan ethiek zonder politiek.

Schepping van een nieuw Wij

In het visioen van de vrede als nabijheid tot de andere wordt het vriend-vijand schema vervangen door de schepping van een “nieuw wij”. In nabijheid worden de tranen van de andere mens gezien. Het is deze solidariteit met de andere die de politiek kan transformeren. Het mede-lijden met anderen constitueert de band met een mede-lijdende God, die zich om de mensheid bekommert. De inzet van het ik voor de andere maakt God tegenwoordig onder mensen. Het respecteren van de rechten van de andere mens maakt onze godsdienstigheid uit. Religie in de diepste zin is derhalve de verbondenheid met God door verbondenheid met de mensen. Het is de mogelijkheid van goedheid en nabijheid.

Het land behoort God toe (Lev. 15:23). In die zin is de verworteling in het land niet mogelijk zonder een zekere ontworteling. De wortels liggen immers niet beneden in het land, maar boven, in een verheven levensstijl. Israel is daarom niet een territorium als andere territoria: het is de uitnodiging tot een verheven leven in verbondenheid met allen. In de voetsporen van Abraham onze vader die gastvrijheid beoefende (Gen.18:1-16), zijn allen in het Nabije Oosten uitgenodigd om anderen te bevestigen en in de eigen woning te ontvangen. Door dialoog en welwillendheid kan een atmosfeer geschapen worden waardoor authentieke religiositeit als het ontvangen van de andere mens mogelijk wordt. Deze atmosfeer draagt ertoe bij dat politieke leiders moedige beslissingen treffen die de impasse in het Nabije Oosten doorbreken.

Ephraim Meir is hoogleraar filosofie aan de universiteit van Jerusalem en bepleit het relativeren van het eigen verhaal en de creatie van een nieuw wij gevoel. Geen politiek zonder ethiek. Geen God-voor-ons.

 

Zie ook:

Lees meer over:

Kerst 2020
Deel dit bericht met je vrienden!