donderdag 2 december 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Europoint torens Rotterdam West kregen eerder deels woonbestemming. Foto Michiel Verbeek cco

Minder woningen in voormalige kantoren

17 november 2021 (een van onze medewerkers)

In 2019 werden in de meeste woningen uit transformaties opgeleverd. In 2020 was het aantal gecreëerde woningen uit hergebruik van bestaande panden in Rotterdam en Amsterdam beduidend minder dan in 2019. Ook in Den Haag nam het aantal woningen uit ombouw iets af, maar de stad staat bovenaan de lijst met gemeenten met de meeste woningtransformaties. 

In Den Haag en Rotterdam is circa 18 procent van alle toegevoegde woningen aan de woningvoorraad ontstaan door ombouw, in Amsterdam was dit 11 procent van alle woningen die aan de woningvoorraad werden toegevoegd. 

In Nieuwegein en Maastricht nam het aantal woningtransformaties juist toe. In Nieuwegein kwamen bijna 560 woningen voort uit transformaties, 89 procent van het totaal aantal toegevoegde woningen in die gemeente. In Maastricht ging het om meer dan 685 woningen; bijna de helft van het aantal toegevoegde woningen in die gemeente. 

In 2020 zijn er  in heel Nederland 10,2 duizend woningen bijgekomen door transformatie van kantoren, winkels en andere niet-woningen. Dit is een daling ten opzichte van voorgaande jaren; in 2018 en 2019 kwamen er steeds meer dan 12 duizend woningen bij door transformaties. Er zijn vooral minder woningen in voormalige kantoorpanden gecreëerd. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS, bekostigd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Het lagere aantal woningtransformaties in 2020 komt niet alleen doordat er minder panden zijn verbouwd, maar ook doordat de panden die zijn verbouwd gemiddeld minder woningen opleverden. In 2019 leverden woningtransformaties gemiddeld 4,7 woningen per pand op; in 2020 zijn dat er 4,1. Bij de meeste transformaties wordt slechts een deel van het pand getransformeerd. Woningtransformaties leveren vooral kleine woningen voor alleenstaanden op.

De 10,2 duizend nieuwe woningen die door transformatie van bestaande gebouwen zijn ontstaan, vormen 11 procent van alle woningen die in 2020 aan de woningvoorraad zijn toegevoegd. Nieuwbouw blijft nog altijd de belangrijkste factor voor groei van de woningvoorraad. In 2020 waren dat bijna 70 duizend woningen.

Vooral minder woningtransformaties in voormalige kantoorpanden

Het aantal woningen in voormalige kantoorpanden is sterk afgenomen: meer dan 2,1 duizend minder dan ten opzichte van 2019. Dat komt niet alleen door een afname in het aantal getransformeerde kantoorpanden (-10 procent), maar vooral doordat er per kantoorpand gemiddeld minder woningen zijn opgeleverd (8 in plaats van 12). Het aandeel woningtransformaties waarbij de hoofdfunctie van het pand voorheen kantoor was, is daarmee afgenomen van 46 procent in 2019 naar 35 procent in 2020. Daarmee leverden getransformeerde kantoren wel nog steeds de grootste bijdrage aan het aantal woningtransformaties. 

De transformatie van panden met voorheen een maatschappelijke functie zoals gezondheidszorg, onderwijs, sport of bijeenkomst leverde meer op dan in 2019. Dat kwam vooral omdat er per pand meer woningen werden opgeleverd,  maar het aantal getransformeerde panden lag lager.

Overwegend kleine woningen voor jonge alleenstaanden

Transformaties voegen vooral kleine woningen toe aan de voorraad. Het gemiddelde gebruiksoppervlak van woningen die voortkomen uit transformaties was in 2020 76 m2. Gemiddeld hebben woningen in Nederland een gebruiksoppervlak van zo’n 119 m2, bij meergezinswoningen - wat woningtransformaties over het algemeen zijn - is dat 80 m2. Wel is het aandeel zeer kleine woningtransformaties van kleiner dan 50 m2 sinds 2017 iets afgenomen. Tussen 2017 en 2020 is dat afgenomen van 46 procent van de woningtransformaties naar 43 procent. De relatief kleine woningen huisvesten vooral jonge alleenstaanden. Op 1 januari 2021 was 63 procent van de huishoudens die een in 2020 opgeleverde transformatiewoning bewoonde alleenstaand. 48 procent van de huishoudens had een referentiepersoon tussen 18 en 28 jaar oud.

 

 

Zie ook:

Deel dit bericht met je vrienden!