donderdag 2 december 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Er lijkt geen samenhang met gaming en sociale media. Foto Alena Darnel

Jonge mannen studeren langer door

6 november 2021 (een van de redacteuren)

Sinds de financiële crisis van 2008 is het aandeel jonge mannen dat werkt afgenomen met ruim 100.000. Het CPB heeft onderzoek gedaan naar mogelijke verklaringen voor deze trend. 

Het afgelopen decennium is het aandeel jonge mannen dat werkt afgenomen. Met name onder mannen in de leeftijd van 25 tot en met 44 jaar is de afname fors, met een daling van 5 procentpunt in tien jaar tijd. Dat zijn ruim 100 duizend werkende jonge mannen minder. Deze afname hangt samen met minder werkgelegenheid in sectoren waar relatief veel mannen werken, de nasleep van de financiële crisis en een (tijdelijke) toename in het aantal jonge mannen met een Wajong-uitkering. Dit blijkt uit de CPB-publicatie ‘Dalende arbeidsparticipatie van jonge mannen’ die in oktober is gepubliceerd. 

Internationaal fenomeen

De dalende arbeidsparticipatie onder jonge mannen is verder een internationaal fenomeen. In de meeste landen is, evenals in Nederland, een daling van de arbeidsdeelname zichtbaar tussen 2008 en 2018, waar tot 2o08 nog doorgaans een stijging van de arbeidsdeelname zichtbaar was. Vergeleken met andere landen is de arbeidsparticipatie van jonge mannen in Nederland nog relatief hoog. Genoemde oorzaken in de literatuur De internationale literatuur benoemt verschillende verklaringen voor de dalende deelname aan het arbeidsproces onder jonge mannen. Factoren die mogelijk een rol spelen zijn een hogere onderwijsdeelname, demografische en samenstellingseffecten, de nasleep van de Grote Recessie, een dalende arbeidsvraag in sectoren waar historisch relatief veel mannen werken, ontwikkelingen in beleid, een toenemende vrijetijdsbesteding (onder andere gaming), ontwikkelingen in medicijngebruik, kruis- en verdringingseffecten, en de grotere vangnetfunctie van ouders/familie.

Migratieachtergrond weinig invloed 

De dalende arbeidsparticipatie lijkt gemiddeld genomen niet (bij 25-34-jarige mannen) of beperkt (bij 35- 44-jarige mannen) samen te hangen met de veranderde samenstelling van de groep jonge mannen. Toenames tussen 2008 en 2018 in het aandeel mannen met een migratieachtergrond en het aandeel alleenstaande mannen hangen wel samen met de afgenomen arbeidsparticipatie onder 25-44-jarige mannen, maar de toename van het gemiddelde opleidingsniveau tussen 2008 en 2018 gaat juist samen met een toenemende participatie. Voor 35-44-jarige mannen hangt ongeveer een kwart van de daling samen met de veranderde samenstelling. •

De afnemende participatie onder jonge mannen lijkt ook niet samen te hangen met andere, meer sociaalmaatschappelijke trends, zoals ontwikkelingen in het gebruik van medicijnen, alcohol en drugs en de tijdsbesteding aan gaming en sociale media. Veel sociale trends zijn breder zichtbaar in de maatschappij. De toename in tijdsbesteding aan gaming en nieuwe media door jonge mannen lijkt verder vooral ten koste gegaan van traditionele tijdsbesteding, zoals tv kijken, pc-gebruik en uitgaan. •

Ten slotte lijkt er geen sprake van een kruiseffect van de stijgende participatie van vrouwen in Nederland of van een toenemende vangnetfunctie van ouders/familie. Ook lijkt er geen sprake van verdringingseffecten door de toenemende arbeidsparticipatie van oudere mannen.

Meer info: Lees hier het hele rapport

Zie ook:

Lees meer over:

werk arbeidsparticipatie
Deel dit bericht met je vrienden!