zondag 19 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

In 1987 presenteerden Rien Robijns en Geert-Jan Laan hun boek "Onder Elkaar' over de Management Symposia in het Zwitserse Davos aan toenmalig minister van Financiƫn Onno Ruding

Lockheed-affaire veertig jaar geleden

15 januari 2016 (Geert-Jan Laan)

In september 1975 vroeg algemeen verslaggever Rien Robijns mij als chef van de sociaal-economische redactie van Het Vrije Volk of ik niet iemand had die belangstelling had voor het verschijnsel ‘belastingparadijzen’. Hij wilde daar een aantal verhalen over schrijven en zocht ook expertise op het economische vlak.

Het sprak niemand aan. Maar ikzelf had kort daarvoor in Londen gewoond en gewerkt en volgde nog elke week The Observer en de Sunday Times. Vooral in The Sunday Times zag je verhalen over dat verschijnsel en dus zei ik: ,,Misschien moet ik het dan zelf maar doen.”


Zie ook het artikel in de NRC van vrijdag 15 januari 2016.

Leasebak
Zo koersten wij half september 1975 in onze rode DAF'66, een lease-auto van het toenmalige Het Vrije Volk, naar om te beginnen Liechtenstein. Via een wat schimmige advertentie in een blad van de Kamer van Koophandel had ik van een belastingadviseur, die adverteerde met de tekst, ‘Heb je geld, dan komt Den Uyl met zijn lichtbak’, Liechtenstein aanprees.
Hij was bereid om mij de gegevens van zijn ‘Anwalt’ in Liechtenstein te geven zodat we in zijn ogen ter plekke konden vaststellen dat het allemaal heel keurig en fatsoenlijk was wat daar in het bijna Zwitserse bergstaatje gebeurde.
Op zondagavond 14 september 1975 spreken we die locale belastingspecialist in Hotel Engel in Vaduz, het hoofdstadje van Liechtenstein. Hij zegt: ,,Nederlanders van het hoogste niveau kloppen bij ons aan.”
Wij vragen wie dan wel. Den Uyl zelf, of Duisenberg, Lubbers?
De Anwalt: ,,U moet maar eens kijken aan wie uw prins Bernhard het kasteeltje Warmelo van zijn onlangs overleden moeder heeft verkocht. Dat is een manier waarop Amerikaanse vliegtuigfabrieken de commissies verdoezelen voor belangrijke beslissers bij de aankoop van vliegtuigen.”

 

Bron
Navraag in het Nederlandse kadaster leert later inderdaad dat het kasteeltje van de moeder van de prins is verkocht aan een Evlyma Trust in Liechtenstein. Later zou ook nog blijken dat via een Zwitserse advocaat grote bedragen door de vliegtuigfabriek Lockheed zijn gestort op de rekening van kolonel Pantchhoulidzew, huisgenoot van de moeder van prins Bernhard.
Maar voorlopig hadden we nog maar één bron. Te weinig om nu al conclusies te trekken. De bestuurders van Evlyma Trust, waaronder een KLM-directeur, zwegen als het graf. In Washington evenwel deden geruchten de ronde in het voetspoor van de Watergate affaire dat ‘een hoge Nederlandse regeringsfunctionaris ook een groot bedrag aan steekpenningen had ontvangen’.
Op Sinterklaasochtend 1975 liet in de VS een andere speler in het spel, Ernst Hauser, uitlekken dat het hier om de Nederlandse prins Bernhard ging. Nu hadden we onze tweede bron en die middag opende Het Vrije Volk met het verhaal dat met een ‘hooggeplaatste Nederlandse regeringsfunctionaris prins Bernhard werd bedoeld’.

Zwijgen
Den Uyl belde met de prins die hem verzekerde dat hij zich van geen kwaad bewust was. Den Uyl liet het daar voorlopig bij. De overige Nederlandse kranten zwegen ook. Alleen de Leeuwarder Courant en Het Nieuwsblad van het Noorden hadden kleine berichtjes. Maar het weekblad NieuweRevu pakte de zaak groots aan.
Pas in februari 1976, nu dus bijna veertig jaar geleden, kwamen gedetailleerde berichten uit de Amerikaanse senaatscommissie die onderzoek deed. Nu kon Den Uyl er niet meer omheen en benoemde drie wijze mannen onder leiding van mr. Donner.
Zelf zijn we eind april 1976 in het diepste geheim als getuigen gehoord over een verhaal in januari 1976 waar we in het Zwitserse Sankt Moritz met een vriend van Bernhard hadden gesproken die verteld had dat hij alle commissies van Lockheed in eigen zak had gestoken.
Als dat waar was dan was de commissie snel klaar. Dat bleek in het geheel niet het geval.
Het bracht ons wel in contact met de jonge jurist mr. Geelhoed, die secretaris van de commissie Donner was en ons in het geheim deelgenoot maakte van een andere vliegtuigfabriek Northrop die ook steekpenningen aan de prins had betaald. Dit trok ook de aandacht van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) die – zo werden wij getipt - begon onze telefoons af te luisteren.

Koendergras
Op donderdag 26 augustus 1976 presenteerde Den Uyl de vernietigende conclusies van de commissie Donner. De prins kreeg een uniformverbod en werd uit al zijn officiële functies ontheven.
In de journalistenkroeg De Schouw aan de Rotterdamse Witte de Withstraat werden we natuurlijk vaak over deze zaak aangesproken. Met name barkeeper Frans Koendergras wilde regelmatig weten ‘waar we het toch allemaal vandaan hadden’.
Pas veel later hoorde ik van een familielid van deze al geruime tijd geleden overleden barkeeper dat ook hij zijn bevindingen aan de BVD doorgaf waar hij goed voor werd betaald.

Maar wij waren al gewaarschuwd. ,,Die zitten allemaal in Zwitserland en Liechtenstein,’’ zeiden we om van hem af te zijn.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!