vrijdag 3 april 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Laffe overval

1 maart 2011 (door de redactie)

Het is vroeg in de avond als ik met een tas vol boodschappen loop te zeulen vanuit de winkelstraat Zwart Janstraat, richting huis via de Burgemeester Roosstraat. Het is koud en guur, het vriest. Even daarvoor, nog op de ‘koopboulevard’, een hartverwarmend drankje genomen in buurtcafé Centraal.

De snerpende wind fluit pijnlijk om mijn oren als ik halverwege de straat naar de Noordsingel een aantal silhouetten zie om een lichaam dat op straat ligt, naast het trottoir.

Het blijkt een oudere man te zijn met bloed op zijn voorhoofd. Vlak naast hem ligt een fiets met een grote rode boodschappentas van Bas van der Heijden. Om de gewonde man staan drie figuren. Een van hen, een wat oudere Surinamer, roept: ‘Laten liggen, niet oprapen. Hij kan een zware hersenschudding hebben!’’

Ik zet mijn eigen boodschappentas op straat en buig mij over het slachtoffer. De man, ik schat hem tegen de zeventig, ligt te rillen van de kou.

,,Laten liggen,’’ herhaalt de oude Surinamer.
,,Ik ben overvallen door drie jonge mannen’’, zegt de gewonde bejaarde fluisterend. Hij vervolgt: ,,Ze hebben mijn telefoontje gepikt toen ik op staat liep te bellen. Is mijn boodschappentas er nog? Die probeerden ze ook te pikken. Toen sloegen ze me en viel ik op de grond…’’

Ik kijk naar zijn fiets waar de tas met boodschappen gelukkig nog ligt vastgesnoerd met snelbinders. ,,Uw boodschappen zijn er nog’’, zeg ik tot zijn geruststelling. Vervolgens trek ik mijn warme zware leren jas uit en leg die over de man heen.

,,112 is al gebeld, ambulance en politie zijn onderweg’’, verzekeren mij de omstanders, onder wie een broodmagere, lijkwitte jongeman, met het uiterlijk van een junk.

,,Ze zijn rechtsaf via de Noordsingel gevlucht’’, zegt hij. Uit een plastic tas haalt hij nu een nieuwe wc-rol, overhandigt die aan mij en voegt daaraan toe: ‘,,Leg die onder zijn hoofd!’’ Dankbaar voor zijn gebaar, doe ik dat.
Het bloed gutst nog op straat. Een student uit de Burgemeester Roosstraat vraagt mij: ,,Zal ik een handdoek halen?’’ Een halve minuut later is hij terug en we stoppen de handdoek over de wc-rol heen, onder het hoofd van de bejaarde.

Inmiddels zijn de ambulance en een politiewagen met twee agenten gearriveerd. De man wordt door het ambulancepersoneel overeind geholpen en klaagt dat hij geen gevoel meer heeft in zijn rechterarm en rechterbeen.

Ik vloek hardop. En wel zo dat alleen de agenten het kunnen horen. De gewonde verdwijnt in de ambulance die met loeiende sirenes wegrijdt. Daarna ontfermen de politiemannen zich over de fiets en de boodschappentas van het slachtoffer en laden die in de surveillancewagen.

Tegen de agenten zeg ik bijzonder kwaad: ,,Wat jammer dat ze mij niet hebben gepakt. Ik had ze vierkant verrot getrapt en geslagen!’’ Dat meende ik als voormalig vechtsporter uit de grond van mijn hart.

De politiemannen kijken mij lachend en begrijpend aan. De oudste van hen zegt: ,,Zeker jammer. Dan hadden wij ze nu alleen hoeven op te vegen.’’

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road