woensdag 26 januari 2022

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Krentenkakkers kakelen in Koopgoot over koopkracht

12 december 2008 (de Redactie)

In het winkelcentrum van Rotterdam is het in de koopweken voor de feestdagen weer een drukte van jewelste. Het lijkt in de Koopgoot wel of er geen enkele sprake is van een economische teruggang. De sfeer is: kopen, kopen, kopen! De meest waanzinnige dingen, die niets meer met dagelijkse levensbehoeften te maken hebben.

De ‘cadeautjes’ - vaak overbodige elektronica, hebbedingetjes en parfums of andere luchtjes en smeersels - rollen in sneltreinvaart over de toonbanken. Niemand lijkt daarop te bezuinigen. En als er ‘even’ gesnackt moet worden of een glaasje gedronken, vliegen met het gemak van de hele wereld in de horeca de euro’s uit de portemonnee.


Wie tussen deze mensenmassa’s loopt, vraagt zich in goede gemoede af welke onzinnige discussie er in Nederland plaatsvindt over een paar procentjes meer of minder voor de mensen. Sommige politici, belangengroepen en krentenkakkers schreeuwen moord en brand omdat de koopkracht door de recessie misschien iets wordt aangetast.

Als een soort vervroegde kerstboodschap is het daarom tijd om te relativeren. Wie van de burgers worden nu écht getroffen door de (tijdelijke) economische teruggang? Een overzicht van de inkomensgroepen:

• De werknemers. Voor zover ze onder CAO’s vallen, valt het reuze mee. De inflatie volgend jaar zakt zienderogen terwijl alleen al de CAO-matige verhoging in het komend jaar daaraan minstens gelijk zal zijn. Zouden zij echt niet een paar procent per jaar kunnen inleveren om op die manier indirect bij te dragen aan besparingen op de collectieve kosten om de recessie enkele jaren te doorstaan? Toch maar iets bezuinigen op vakanties, luxe en overbodige uitgaven. Stop met roken, zou ik aanbevelen. Dat scheelt al gauw honderden (netto!) euro’s per jaar. De werknemers moeten ook niet zeuren. Ze kunnen best een klein stootje verdragen.

• De werknemers die werkloos worden. Zij zijn de grootste slachtoffers van de recessie. Immers als zij worden ontslagen en zij krijgen geen mooie aanvullende gouden handdruk, dan gaan zij de komende jaren minstens 30 procent in besteedbaar inkomen terug. Dat is andere koek dan het mierengeneuk over een paar procentjes koopkracht meer of minder. Het Centraal Plan Bureau (CPB), het belangrijkste adviesorgaan van de regering, schat dat in de komende twee jaar er enkele honderdduizenden werklozen zullen bijkomen. Zij zullen vooral leren wat bezuinigen is zonder consequenties voor een levensblij bestaan.

• De tweeverdieners. Zelfs als zij elk per maand niet meer dan het minimumloon verdienen, hebben zij weinig reden tot klagen. Met netto 2400 euro per maand in het huishouden moet toch alleszins redelijk te leven zijn als men niet te veel schulden heeft opgebouwd in zinloze luxe. Zelfs als men met z’n tweeën elke dag thuis een biefstuk eet en een fles wijn ‘koud’ maakt, dan kost dat op maandbasis niet meer dan 200 euro. Dus twee jaar lang een paar procent koopkracht inleveren moet toch geen probleem vormen? En de kosten voor kinderen dan? Zullen ze roepen. Die kunnen het ook wel met wat minder doen. Het is goed voor ze als ze weer alle energie steken in naar schoolgaan!

• De hogere inkomensgroepen.
Met hen hoeft niemand medelijden te hebben. Sterker, zij zouden zelfs het voortouw moeten nemen om alle minderbedeelde mensen deze keer een spiegel voor te houden dat zij bereid zijn voor het goede doel – dat iedereen later er weer op vooruit kan – koopkracht kwijt te raken. Misschien moet voor hen zelfs het inkomstenbelastingtarief van 42 of 52 procent maar eens (tijdelijk?) iets omhoog. Worden ze tenminste merkbaar getroffen.

• De rijke mensen.
Zij zijn hoogstwaarschijnlijk in hun vermogen veel harder geraakt door de bijna halvering van de aandelenkoersen (in het algemeen) dan door de neerwaartse bewegingen in de koopkracht van het maandelijkse inkomen. Over het laatste hoor je hen zelden klagen.

• De gepensioneerden. Als zij naast hun AOW een bedrijfspensioen hebben opgebouwd, zullen ze daarin waarschijnlijk volgend jaar niet of slechts deels geïndexeerd worden. Dat betekent dat zij over dat deel moeten inleveren ten opzichte van de stijging van het algemene prijspeil (dat overigens per product zeer kan verschillen). Hun inleveren heeft alles te maken met het feit dat de pensioenfondsen op hun beleggingen aanzienlijk hebben verloren. Immers het zijn juist de rendementen boven het gemiddelde van 4 procent die ervoor moeten zorgen dat indexatie van pensioenen mogelijk is. De consequentie van een verplicht collectief spaarsysteem. Als ze het zelf hadden moeten doen, waren ze waarschijnlijk nog slechter af geweest of hadden ze al lang hun geld verbrast! Dat laatste was overigens hartstikke goed geweest voor de economie.

• De mensen met een minimale sociale uitkering.
Voor hen is het al jaren geen vetpot. Voor 2009 is voor hen nog geen koopkrachtverslechtering te verwachten. Misschien iets in 2010. Dan wordt het nog meer de eindjes aan elkaar vastknopen. Met hun minimale uitkering zullen zij in ieder geval percentagewijs het minst op achteruit gaan. Andersom werkt het ook: groeien in de economie de bomen tot aan de hemel, zullen zij daarvan ook het minst profiteren. Zelf zullen zij altijd vinden dat ‘Jan met de pet’ weer ‘de lul’ is. Met alle respect voor hun opvatting, het is toch zeer relatief! Advies: probeer wat van je leven te maken, volg een opleiding en zoek een baan.

• De criminelen die alles bij elkaar sappelen! Daar maken we geen woorden aan vuil. Hun onterecht bekomen inkomens zullen toch al zeer wisselend van omvang zijn.

• De schuldenaars.
Wie zijn gat verbrandt, moet op de blaren zitten. Zij kunnen een achteruitgang in koopkracht het slechtst opvangen. Hadden ze in het verleden maar een degelijker financieel beheer moeten voeren. Want waarom met geleend geld allerlei leuke dingen, zoals een auto, kopen of luxe (vakanties) bekostigen?

Slotconclusie: wat maakt men zich druk in dit land voor een paar procentjes koopkracht meer of minder. Laten we eerst met z’n allen ervoor zorgen dat de neergaande economie zich over een jaar of twee gaat stabiliseren om vervolgens weer matig te gaan groeien. Want dat gebeurt! In het verleden is altijd weer het economisch herstel teruggekeerd. Als dat nu niet het geval wordt, gaan we ook allemaal naar de gallemiezen!

Deel dit bericht met je vrienden!