zondag 11 april 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

Koos Ooms (86) ‘het licht in de wijk’

23 juli 2015 (Jim Postma)

Een van de meest bekende en spraakmakende prominente wijkbewoners in Noord, Jacobus Johannes Ooms (86), met als eretitel in de volksmond onze ‘Ome Koos’, is onlangs overleden na een kortstondige ziekte. Inmiddels is Koos Ooms op de begraafplaats Hofwijk gecremeerd.

Naast de burgemeester van Rotterdam en naast de nachtburgemeester Jules Deelder werd Koos Ooms ooit genoemd ‘de burgemeester van Noord’. Specifiek in de noordelijke wijken zoals Bergpolder, Blijdorp en vooral de Provenierswijk.

Onderscheiden
Afgelopen 2 juli is hij nog net 86 jaar geworden en met de daarop volgende minihittegolf is hij is op woensdag 8 juli in het ziekenhuis, na een dagenlange coma, vredig gestorven. Voor zijn jarenlange inzet in diverse bewonersverenigingen (ook in Blijdorp) is Koos Ooms meerdere malen onderscheiden. Zowel Koninklijk als met de ‘Noorderspeld’. Samen met zijn vrouw An, reeds in 2005 overleden, was Koos Ooms een van de grote motoren in de bewonersvereniging Provenierswijk. Zij leidden daar diverse werkgroepen in het vrijwilligerswerk. Altijd zeer sociaal bewogen voor hun buurtgenoten.

 

Samen met zijn vrouw An, reeds in 2005 overleden, was Koos Ooms een van de grote motoren in de bewonersvereniging Provenierswijk.Hij was met name zeer actief in activiteitencentrum ‘De Waerschut’ in de Waerschutstraat, tijdens braderieën of belangrijke vergaderingen . Ome Koos was er altijd en vormde daarin een belangrijke schakel naar het bestuur van de voormalige deelgemeente Noord. Door vele vragen te stellen over het welzijn van zijn wijk en door ideeën en suggesties te lanceren.

Amusant
Het overlijden van zijn vrouw An was een zware klap voor hem. Zijn trouwe levensgezel liet voor onze Ome Koos een grote leegte na. Amusant was het in die jaren daarvoor dat An en Koos soms als kemphanen tegenover elkaar stonden. Want ook zijn An was heel erg lang actief in de diverse bewonerscommissies. Zo kon het gebeuren dat er heibel in zijn Van der Schellingstraat ontstond over het rooien van een boom. An was tegen en Koos was voor. En zo ontstonden destijds de actiegroepen ‘proboom’ en ‘antiboom’.
Tot voor kort waren de nabij gelegen wijkbewoners altijd bijzonder trots op hun Ome Koos. Tot aan zijn uitvoerig gevierde verjaardag van zijn 85e levensjaar en het jaar daarna liep hij elke dag statig als ‘een kleurrijke oude heer’ nog kaarsrecht, zonder rollator of zelfs zonder wandelstok.
Iedere dag zeer gedisciplineerd op en neer naar zijn vaste eetrestaurant op de Statenweg. En dan weer, zeker na meer dan een kilometer, helemaal terug naar zijn oude vertrouwde huisadres in de Van der Schellingstraat in de Provenierswijk. Elke dag waren wij ‘apentrots’ op hem als stamgasten vanuit onze terrasstoelen in café Walenburg, hoek Spoorsingel en Walenburgerweg.

Jaloers
Met veel instemming van ons nog betrekkelijk jongeren in de leeftijdscategorie van reeds in de zestig spraken wij gezamenlijk met veel instemming: ,,Ja, graag willen wij net zo oud worden en met die kwaliteit van het leven als onze Oom Koos.’’ Ook nog veel jongere stamgasten kon je menigmaal dit haast jaloers horen mompelen.
Af en toe stopte Ome Koos bij ons terras om nog een klein borreltje te nemen op weg naar huis: ,,One for the road,’’ zo zei hij dan tegen ons met een vette knipoog. En dan nam hij volmondig het woord waar zelden iemand van ons nog meer tussen kwam. Op zijn ‘oude dag’ was hij volkomen meester geworden van zijn eigen tijd. De grootste kunst in dit leven. Maar waar hij nog alle tijd voor had met zijn oneindige gespreksstof in deze steeds sneller draaiende wereld, zo kwamen wij elke keer weer tijd tekort in deze op hol geslagen (vaak digitale) wereldbol. Koos had dus alle tijd in deze wereld, alleen deze wereld had helaas steeds minder tijd voor hem.
Dit resulteerde soms in hilarische situaties. Zoals ik toen als voorzitter van de bewonersvereniging Provenierswijk samen opliep met mijn eveneens nu legendarisch bestuurslid Aren Barnat. Beiden hadden wij haast in verband met een volgende afspraak. Maar om de hoek kwam onze Ome Koos aanlopen, spotte ons ter plekke en dacht: ,,Ha, fijn, weer een praatje pot met onze bestuursleden.’’

 

 

Tot aan zijn uitvoerig gevierde verjaardag van zijn 85e levensjaar en het jaar daarna liep Ome Koos nog elke dag statig als ‘een kleurrijke oude heer’ nog kaarsrecht door de wijk.Geen ontsnappen
De haastige tijd gold immers voor hem totaal niet en voor ons toen toevallig, helaas, wel. Aren, nog lopende met zijn fiets, keek mij in paniek aan en zette het op een versneld lopen. Beiden wisten wij, dat als Koos ons zou inhalen, wij samen nog tot aan de volgende ochtend naar zijn hevig verontwaardigde wijkverhalen moesten luisteren. Geen ontsnappen aan. Terwijl wij dus in die situatie de versnelling erop gooiden, om nog op tijd bij wijze van spreken ‘de finish van de Tour de France te halen’, riep Ome Koos achter ons: ,,Wat lopen jullie toch snel!’’ Al gniffelend wisten Aren en ik nog net op tijd weg te komen…
Nog erger was het met ‘Ome’ Koos Ooms als hij met zijn vele klachten uit de wijk op weg was naar het ambtenarenapparaat van de deelgemeente Noord. Volgens de toenmalige voorzitter van die deelgemeente, Theo Eijkenbroek, was reeds in de negentiger jaren Koos Ooms de ‘grote schrik van elke ambtenaar.’
Als hij al bij de receptie werd gesignaleerd met zijn onvoorstelbare en vaak terechte ‘klachtendoos’ brak de paniek uit in ambtenarenland. ,,Ome Koos Ooms komt eraan!’’ zo ging de mare door de betrokken afdelingen. De een rende naar de wc, de ander verschool zich onder het bureau en weer een ander vluchtte naar de kantine. Als Koos dan uiteindelijk aan het loket kwam, was er nergens meer een ambtenaar te vinden… Zo doodsbang waren zij voor hem! Want met écht werk aan de winkel voor deze zeer goed betaalde ambtenaren, was net even teveel van het goede.

Lantarenpalen
Legendarisch is ook het verhaal, nu al weer jaren geleden, dat een schildersploeg van de gemeente opdracht kreeg om alle lantaarnpalen in de Provenierswijk over te schilderen. Zonder dat onze ‘Ome Koos Ooms’ daarin werd gekend, terwijl dit toch ook zijn werkgebied bij uitstek was. Koos was daar laaiend over. Hij hield als geen ander de supervisie over deze lichtbakens en wist als eerste te vertellen welke paal kapot was.
Dat meldde hij dan zo spoedig mogelijk aan de deelgemeente Noord, zodat die ook weer snel de kapotte lampen kon vervangen. Maar nu waren deze lantaarnpalen dus zonder zijn medeweten geheel overgeschilderd. Op die palen stonden daarvoor nummers. Koos riep daarop haast woedend uit: ‘Hoe moet ik nu de kapotte palen doorgeven?! Er is nergens meer een nummer te vinden…’.
Sinds die tijd werd onze Ome Koos Ooms ‘het licht in de wijk’ genoemd. Waar zijn deze laatste der Mohikanen heden ten dagen nog te vinden?!

 

 

 

 

 

Zie ook:

Lees meer over:

Wijk Oude Noorden
Deel dit bericht met je vrienden!