vrijdag 20 mei 2022

webZine over Stad, Cultuur
en Wereld

Kamerspel Bonheur: 'Verontwaardiging'

5 maart 2012 (Ronald Glasbergen)

Dostojevski (1821-1881) schreef in 1866 zijn roman Misdaad en Straf die in Nederland als Schuld en Boete voort zou leven. Zo’n twintig personages bevolken pakweg vijfhonderd pagina’s. Peter Sonneveld van Theaterbedrijf Bonheur destilleerde er een kamerspel van anderhalf uur uit.Het stuk is geconcentreerd rond drie karakters: rechter-commissaris Porfiri (Ruurt De Maesschalck), Sonja (Sarah Jonker) die zich uit armoede prostitueert en Rodion Raskolnikov (Joost Dekker) pamflettist en gesjeesd student die zichzelf bijzondere gaven toedicht.

Rodion Raskolnikov heeft dringend geld nodig. Wie niet? Ook Dostojevski kende armoede en het hebben van schulden van nabij. Rodion moet zijn huur betalen, hij moet zijn familie kunnen helpen, zijn zuster kunnen behoeden voor een rampzalig huwelijk. Als hij geld weet te bemachtigen zal hij niet alleen zijn zorgen kunnen verlichten, hij zal er ook goed mee kunnen doen. Juist hij kan dat. Nu heeft hij niets; hij heeft alleen schulden. Het is wrang, het is onrecht. Er zijn mensen die bergen geld bezitten. En ze hebben er heus niet allemaal eerlijk voor gewerkt. Integendeel, niet zelden hebben ze hun rijkdommen vergaard door schurkachtige praktijken, ontstellende bonussen, zogenaamde gouden handdrukken als omkoopsom om plaats te maken. Anderen krijgen het geld zo maar in de schoot geworpen, door erfenissen, nepotisme, woekerpraktijken of andere gelegaliseerde misdaad. Wat zijn dat voor mensen? Zijn het wel mensen? Neem de oude Ivanovna. Je kan bij haar je spullen belenen om ze -mocht je later geld hebben- veel duurder terug te kopen.

 

Bijlmoord

Raskolnikov wordt ontboden op het politiebureau. Het gaat om zijn huurschuld. Hij hoort spreken over de gruwelijk bijlmoord op de woekeraarster Ivanovna en haar zuster. Hij voelt zich ziek en valt flauw.

Wat later wordt hij opgezocht door rechter-commissaris Porfiri, een intelligent en belezen man. Hij heeft toevallig een artikel van Rodion gelezen. Welk artikel was dat? Het artikel dat Raskolnikov geschreven had, was niet gepubliceerd. En nu toch… ? Porfiri legt geduldig en geamuseerd uit hoe hij het te lezen kreeg en vertelt en passant over de kwaliteiten van het stuk dat tegelijk geniaal en krankzinnig is. Dat laatste omdat het een bepaalde categorie mensen uitzondert van de mogelijkheid tot schuld, zij mogen zich volgens de auteur alles permitteren, zij mogen zelf onrecht recht zetten met alle middelen die ze daartoe nodig achten, met inbegrip van geweld, ze kunnen het recht om te doden nemen. Grote strategische denkers zoals Napoleon Bonaparte – de negentiende eeuw is modern ? hadden als het er op aan kwam nimmer scrupules, gingen recht op hun doel af, lieten zonder aarzelen doden.

 

Waanzin

Het artikel is waanzin, vindt Porfiri, maar wel, doordat Raskolnikov zijn standpunten zo bevlogen en welbespraakt naar voren brengt, geniale waanzin. Het volgt een eigen, innerlijke logica die, mocht je de premissen voor waar aannemen, overtuigt.

Raskolnikov luistert naar de bespreking van zichzelf en raakt onwillekeurig in de ban van de charme van de intellectueel begaafde Porfiri. En die springt zomaar luchtigjes, op de zelfde toon, over naar een ander onderwerp: Heeft u toevallig de schilders gezien die bij Ivanovna aan het werk waren op de dag van de moord? Raskolnikov is op zijn hoede: Mij pakt hij niet in, met zijn mooie praatjes. Ik was er niet, dus weet ik van niets. Misdadigers worden gegrepen omdat ze fouten maken, vindt Rodion. Omdat ze het hoofd verliezen. Geniën maken geen fouten.

Een verticale balk van licht valt op de handen van Raskolnikov. Hier wordt even geschilderd met licht (Paul van Laak) zoals het negentiende eeuws gymnastieklokaal vernuftig in beweging komt in het decor (Jasper Niens) van deze Schuld en Boete. Raskolnikov staat alleen op het speelveld staart naar zijn handen en vertelt zijn gedachten. Hij twijfelt. Is hij wel het genie dat hij dacht te zijn? Het genie voor wie misdaad en schuld niet bestaan?

 

Tragische held

Sonneveld kiest min of meer analoog aan de roman, voor een afwisseling van monoloogscènes en dialoogscènes. In de dialoog is Porfiri als vertegenwoordiger van de orde, van de staat, de intellectuele sparringspartner van Raskolnikov. De Franse dichter Baudelaire (1821-1867) noemde Lacenaire (1803-1836), de dichter/moordenaar naar wie Dostojewski zijn Raskolnikov modelleerde, een `held van het moderne leven’. Het is een tragisch soort held vindt Dostojevski in zijn boek. Hij laat hem doorzien door Porfiri die door Sonneveld/De Maesschalck als een elegante Petersburgse versie van Columbo van Cassavetes’ acteur Peter Falk, op de première iets te veel aangezet, tot leven wordt gewekt. En hoewel hij, met zijn beheersing van de situatie, de antagonist van Raskolnikov lijkt te zijn, is dat maar ten dele zo. Het is Sonja die Raskolnikov met iets dat groter is dan zijn menselijke aard, met geloof en onwankelbaar vertrouwen, confronteert.

In1866 als de roman Misdaad en Straf als feuilleton verschijnt, is de schrijver nog maar kort daarvoor teruggekeerd uit Siberische ballingschap. Hij heeft zijn opstandige jaren, Proudhon, Saint-Simon en dankzij zijn groteske bestraffing een schat aan menselijke ervaring opgedaan. Hij is er een veelzijdig en niet eenvoudig te plaatsen auteur van geworden: de religie toegedaan en nationalist, modernist en sociaal bewogen humanist. Het is knap dat die veelzijdigheid, inclusief innerlijke tegenspraken, hier in deze bewerking in tact blijft.

 

Waarom Schuld en Boete? Waarom nu? Waarom deze passages? Het zijn drie vragen die bij de toeschouwer opkomen. Ze zijn gedeeltelijk retorisch. Als je uit innerlijke behoefte vindt dat je een bepaalde uitvoering moet maken, moet je dat doen. En je moet je best doen. Regisseur/scenarist Peter Sonneveld wil er niet veel over kwijt. Behalve dan over de selectie van `zijn passages’ en `zijn personages’. Die maken voor hem de essentie van het stuk uit. De titel van dit artikel is daarvan een interpretatie. Voor het antwoord op de eerste twee vragen moet je zelf komen oordelen, vindt Sonneveld.

Doen! De voorstelling speelt nog tot 1 april 2012 bij Bonheur.

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!