vrijdag 18 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Jaap Rozema: fotograaf van de straat

9 januari 2009 (door de redactie)

Het is wennen voor Jaap Rozema. Gewoon over straat lopen zonder dat er een camera aan zijn schouder bungelt. Zonder altijd spiedende ogen. Ruim dertig jaar fotografeerde hij in Rotterdam alles dat los en vast zat. Eerst voor het Rotterdams Nieuwsblad, dat opging in het Rotterdams Dagblad en de laatste jaren voor AD-Rotterdams Dagblad. Hij is nu 62, is nog kwiek, en maakt gebruik van een vut regeling. In de Rotterdamse Kunsthal hangt een mooi eerbetoon aan deze "fotograaf van de straat".

Er hangen 32 foto's aan de muur, die al snel duidelijk maken waar zijn voorliefde ligt: bij de mens. Platen (journalisten spreken meestal over platen) van havenstakingen , demonstraties, juichende Feyenoord-supporters, boze junks en wat al niet meer. Altijd plekken met veel mensen, maar de menigte zie je niet terug op de foto's. Rozema zocht de mens in de groep, de emotie op het gezicht van de protesteerder was hem meer waard dan een boze menigte met spandoeken.

 

 

Brownie

Hij was verkocht toen hij als mulo-scholier een kodak brownie van zijn ouders cadeau kreeg. Zo'n twintig jaar later, in de jaren tachtig en negentig, gold hij binnen Sijthoff Pers - destijds eigenaar van het Rotterdams Nieuwsblad en de Haagsche Courant - als De Fotograaf. Als enige mocht hij in de wekelijkse zaterdagbijlage portretten maken van bekende Nederlanders. Hij deed dat op een bijzondere wijze door de ge•nterviewden van heel dichtbij vast te leggen.
,,Tegenwoordig", zegt hij, "is dat heel gewoon, maar toen niet". Destijds fotografeerde hij voortdurend terwijl de schrijvend journalist het interview afnam, hopend op die fractie van een seconde van emotie of dynamiek. Vaak lukte dat. ,,De laatste jaren", zegt hij, "geef ik de voorkeur aan een portret op locatie, waarbij ik kan improviseren en probeer ik iets te zeggen dat hem of haar raakt. Ook daarom wil ik graag vooraf zo veel mogelijk over een persoon weten". Toch was het maken van portretten niet zijn favoriete werk. "Ik vond de havenstakingen interessanter of bijvoorbeeld wat er allemaal in en rond de Pauluskerk gebeurde. Ik hou van straatfotografie, van sfeer en dan nog in combinatie met nieuws". Een uitgesproken hekel had hij aan routineklussen. "Met de auto langs rijden, even het raampje naar beneden draaien en dan een foto maken van bijvoorbeeld een café, Verschrikkelijk vond ik dat. Ik wil contact maken met mijn onderwerp. Als ik een zwerver fotografeer, dan wil ik die man eerst leren kennen. Dan komen er betere resultaten uit voort".

Tabloid

Rozema maakte twee revoluties mee binnen zijn beroep. Zo veranderde de afmeting van kranten. Ze gingen massaal over op het kleinere tabloid-formaat. "Dat vond ik de boeiendste periode. Je moest opeens heel anders gaan werken. Ik moest echt zoeken naar een nieuwe wijze. Ik benaderde mijn onderwerpen van nog dichterbij. Zeker op tabloid ben ik er een sterk voorstander van maar een foto per pagina af te drukken. Liever een grote, dan een paar kleintjes".

Een zo mogelijk nog grotere revolutie was de uitvinding van de digitale fotografie. Geen donkere kamers, geen fotorolletjes meer. Het duurde even voordat de kwaliteit even goed was als bij de klassieke werkwijze, maar uiteindelijk kwam dat goed. Rozema: ,,Ik ben nu een voorstander van digitale fotografie, maar als je me deze vraag in 2000 had gesteld, had ik anders geantwoord. De donkere kamer heb ik in het begin wel gemist, maar nu niet meer. Het was ook ongezond werken in zoÕn hok met chemicali‘n. Natuurlijk blijf ik ook nu nog met mijn camera actief. een digitale natuurlijk. Het lijkt me leuk eens wat langer met een bepaald onderwerp bezig te zijn. Ik zie wel waar dat op uitdraait".

Concurrentie

Heel Nederland maakt tegenwoordig dagelijks foto's. Hij voelt zich niet bedreigd door de "telefoon-fotografen". Rozema: ,,Er is meer concurrentie gekomen. Ik vind dat een meerwaarde, beroepsfotografen moeten nu aantonen dat dit een vak is, dat niet iedereen kan. Ze moeten zich onderscheiden". De mogelijkheden om afbeeldingen te manipuleren zijn toegenomen. Binnen een seconde staat het hoofd van Obama op het lichaam van Wilders. Rozema: ,,Je moet uitkijken met manipuleren. Je mag een situatie niet anders voordoen dan de werkelijkheid. Maar de lucht wat mooier blauw maken, daar heb ik geen moeite mee. Dat deden we voorheen in de donkere kamer ook. En als een lantaarnpaal uit iemand z'n hoofd steekt, dan mag die paal van mij worden weggehaald".
Een uitgesproken hekel heeft hij als zijn werk, dat eigendom van de krant is, opnieuw wordt gebruikt, maar dan bij een heel ander soort onderwerp. Iets dat in het internet- tijdperk steeds vaker voorkomt.
Hij geeft zelf een voorbeeld: ,,Stel je voor dat ik een groep Marokkaanse jongens heb vastgelegd, met wie ik een leuk contact had. Twee jaar later zijn er ergens problemen met Marokkaanse jongeren en dan plaatsen ze mijn foto bij dat onderwerp, waardoor het lijkt alsof zij bij de problemen betrokken zijn. Ik kan daar slecht tegen".

De foto-expositie van Jaap Rozema is nog tot en met 14 februari in de Kunsthal te bekijken. Een extraatje is de expositie van de wereldberoemde kunstenaar Giacometti, in de zaal ernaast.







 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!