dinsdag 27 juli 2021

webZine over stad, cultuur
en wereld

IFFR: 'Qissa' en ‘Lompen en Rafels’

24 januari 2014 (Ronald Glasbergen)

Rags and Tatters (Abdalla 2013) en Qissa (Singh 2013) konden niet méér verschillend zijn vorm gegeven. De eerste technisch haast equivalent aan de ‘lompen en rafels’ uit de titel, de tweede visueel en akoestisch zeer goed afgewerkt. Waar ze overeenkomen is dat ze vertellen over grote en kleine verschuivingen in hun respectievelijke culturen vanuit het perspectief van ‘gewone’ mensen.

Regisseur Abdalla verzamelde voor zijn eerdere film ‘Microphone’ (2010) beelden gemaakt met de mobiele telefoons van anderen. Het was aan de vooravond van de revolutie. De stijl daarvan gebruikt hij voor zijn nieuwe film ‘Rags and Tatters’ (2013). Vrij vertaald is dat ‘lompen en rafels’. De film gaat over een man op de vlucht uit gevangenschap die vervolgens midden in het inmiddels alledaags geweld en de chaos van de ‘Lente’opstand in Egypte terecht komt.

Foto's: IFFR

Vluchtend voor politiekogels, geraakt in zijn been, weet hij ternauwernood te ontkomen. Al het geweld inclusief de gewelddadige dood van een lotgenoot, heeft hij als getuigenis op een telefoon vastgelegd. In dit nieuwe Egypte zijn vigilantes, zelfbenoemde burgerwachten met stokken en messen, alom aanwezig. Hij wordt aangehouden geslagen, door een kennis vrijgekocht, weet zijn huis te bereiken, maar gaat rusteloos weer op pad om te voorkomen dat hij opnieuw opgepakt wordt.

De film toont hoe weinig zekerheid en veiligheid er, te midden van dit geweld, voor gewone mensen kan zijn. In dat klimaat bieden moskee en geloof, een toevlucht en schuilplaats.
Wie een beeld wil krijgen van wat de chaos en de opstand in steden als Cairo en Alexandrië kan betekenen voor volk dat niet tot de hogere of midden klassen behoort, moet deze film gaan zien. Een spannend document in de vorm van een eenvoudig verhaal à la Robert Bresson. Met dank aan de telefoonbeelden zijn de beelden en het geluid hier en daar even rafelig als de titel. Dat wordt ruim goed gemaakt, door het gevoel van authenticiteit en integriteit van de film.

Magisch Realisme uit de Punjab
‘Qissa’ het verhaal van een Sikhgezin dat door het geweld van de Partition van zijn land verdreven wordt en moet verhuizen naar, wat in de nieuwe wereld, Indiaas Punjab is als onderscheid van Pakistaans Punjab. Het is het verhaal van een, ondanks de omstandigheden gelukkig Sikhgezin. Gelukkig tot het vierde kind geboren wordt. Daar begint het verhaal van Karwan en diens vrouw Neeli.

De film begint als een klassiek epos, met magistrale beelden van het Indus bassin een Attenborough of Lean waardig, gaat dan over in drama, wordt komedie, verandert in sociaal drama, wordt tragedie en verschuift naar magisch realisme.

Alles is vormgegeven in dezelfde monumentale stijl die behalve aan grote epische filmers van het brede tableau vooral ook herinnert aan de vroege films van Singh’s bewonderde voorgangers uit Bengalen. Filmers als Ray, Rhatak en Sen. Die wilden een authentieke Indiase cinema maken. Het werd een Indiase epische cinema. Kijk naar hun vroege films (‘Pater Panchali’ van Ray bijvoorbeeld) en zie hoe dat gaat.
De Partition, de scheiding tussen India en Pakistan, was het grote thema van Rhatak. Het is hier de epische achtergrond van een aanvankelijk komisch aandoend verhaal dat, in een cultuur vol onwrikbare codes over de rollen van de seksen, wel uit moet monden in een tragedie. De wereld is zoals hij is. Dat is het wereldbeeld van vader Umri Sing die naast Karwan en Neelie een centrale rol speelt in de film: onwrikbaar maar ook maakbaar.

De soundtrack is evenwaardig aan de beelden. Maar zoals hier boven vertelt is, eindigt de film niet als tragedie, maar als magisch realistische vertelling die geworteld is in oude West Indiase verhaaltradities. De tonale verschuivingen in het verhaal blijven de kijker op het verkeerde been zetten, maar doen toch geen afbreuk aan de barokke en poëtische vertelling.
De film blijft fascineren.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!