dinsdag 2 juni 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

'Why I make films'

7 februari 2016 (door Ronald Glasbergen)

 

The interview that is the backbone of this film took place in IFFR at Tuesday, February 2nd, 2016

Oscuro Animal interview NL tekst: 

De Colombiaan Felipe Guerrero (1975) maakte ‘Oscuro Animal’, een film over het geweld van de Columbiaanse burgeroorlog die – voorlopig - van 1948 tot eind 2015 duurt.
De film is één van de acht genomineerden voor de Hivos Tiger Award.
Het interview gaat natuurlijk over zijn film, maar ook over de kracht van vrouwen in oorlogstijd en over poëzie en experimentele documentaire.

 



In het begin is er alleen jungle. De eerste vrouw in de film is Rossio. Ze verschijnt als beweging tussen de bladeren aan de rand van het open land. Rossio gaat haar huis binnen, het huis blijkt binnen vernield te zijn, alles ligt overhoop. Oorzaak onbekend. Wij de toeschouwers weten niet wat er gaande is.
Dat wordt pas duidelijk als we de tweede verhaallijn zien met een ander vrouw, La Mona. Daar strijkt de camera opnieuw - net als in de eerste scene - langzaam over het interieur van dit huis. Een huis dat niet vernield is. Hier staat een stereo-installatie die als anachronisme aanvoelt.
De vrouw die in dit huis woont bereidt het eten. Een man komt binnen, die zich duidelijk de eigenaar betoont van alles hier. Hij zet de stereo installatie keihard aan. Het is een begin waarin heel weinig klassieke handeling plaats vindt, het voelt als compleet niet-commerciële cinema.

Felipe Guerrero lacht hard. ,,Ik heb risico genomen. Het is misschien voor het publiek een moeilijke film, maar het is een film die je ruim beloont als je blijft kijken. Je moet erbij accepteren dat veel van de achterliggende informatie verborgen blijft, maar als je de regels aanvaardt, wordt je beloond.’’

Kunt u ons over Nelsa, de derde vrouw in het verhaal, vertellen?
Zij, Nelsa, is misschien wel de meest gecompliceerde figuur. Zij is de mascotte van een gewapende groep paramilitairen. Haar verhaal is dat ze als kind van zes jaar oud is gekidnapt door de groep. Sindsdien is ze in die paramilitie-groep. Ze is het seksspeeltje van de commandant. Ze wil haar leven veranderen. Ze broedt voortdurend op een mogelijkheid om te ontsnappen. En ik denk dat ze haar kans gegrepen heeft. Ze ontsnapt.

Baldadig
Er is in de film een posterfoto van Nelsa met de commandant. Ze staat erop met haar borsten bloot, ze lacht baldadig, een echt rebellenmeisje. Iedereen op de foto lacht.
Omdat ze ook goede tijden hebben bij die milities. Maar voor Nelsa is dat verleden tijd. Ze wil een ander leven. Ze moet sterk zijn daarvoor, want het is niet makkelijk om te deserteren, te ontsnappen. Dat is niet toegestaan, je móet er bij blijven.

Maar het zal in de praktijk toch heel vaak gebeuren dat mensen die groepen verlaten?
Maar als ze je terugvinden, wordt je vermoord. Maar ja, natuurlijk gebeurt het.

Bij de paramilitairen zowel als bij FARC?
Ook bij FARC. Je moet blijven. Zo niet dan wordt je gedood. Het is zoals in militaire dienst. Je krijgt een soort salaris. Veel guerrilla’s gaan naar de paramilitairen omdat die beter betalen. Ze moeten ook leven.

Op de filmwebsite IMDB zag ik dat u zeker dertig, vijfendertig films gemonteerd hebt. Het was duidelijk dat u filmeditor was. Maar dit was niet uw eerste film over de oorlog. U maakte eerder in 2006 een korte film over de burgeroorlog.
Die is ook hier getoond in Rotterdam In 2007.

Hoe was het vanuit die perspectieven om een lange speelfilm te maken?
Ik kom uit de hoek van de experimentele documentaire. Ik voelde dat ik een fictiefilm moest maken om over de oorlog in Colombia te praten, maar ik denk dat ik in hetzelfde genre, het gebied ben blijven werken. Al mijn werk gaat steeds over datzelfde. Het gaat er steeds over hoe het conflict in Colombia te presenteren.


Het verhaal ontstond vijftien jaar geleden toen ik tijdens een beursstudie een eerste treatment schreef. In die tijd was de Colombiaanse burgeroorlog heel gewelddadig. Ik kwam in contact met slachtoffers van de oorlog en met humanitaire organisaties. Ik las er veel over en raakte geïnteresseerd in hoe vrouwelijke slachtoffers omgingen met dit conflict. Die vrouwen leken in mijn ogen partizanen, ze hadden zo’n veerkracht waarmee ze de impact van het geweld te boven kwamen.
Vrouwen zijn in oorlogstijd altijd de sterkeren, maar zijn tegelijk ook kwetsbaar.

Sterker en slachtoffer?
Ik besloot een film over hen te maken, om te vertellen dat vrouwen op elk niveau van de oorlog betrokken zijn: als deelnemer in paramilities, als slachtoffer en ook als slachtoffer van seksueel geweld.

Had u een uitgewerkt scenario?
Niet echt een scenario maar een project met veel onderzoek. Ik ben sterk betrokken bij mijn land en zijn politiek. In mijn gedachten omdat ik heel veel te zeggen heb, is de film dus groter dan op het doek [lacht]. Tegelijk heb ik besloten om de film meer abstract en symbolisch te vertellen. Ik wilde geen ‘realistische’ film maken omdat er al zoveel van dergelijke oorlogsfilms zijn. Ik wilde geen film die zoals documentaire, op een realistische manier met conflict omgaat.

Dan moet u teleurgesteld zijn, want de film voelt realistisch aan?
Ja, maar realistisch in de zin dat de verhalen heel eenvoudig zijn. De film zelf heeft denk ik veel niveaus. De spanning voel je natuurlijk op een realistische manier, maar ik denk dat het meer de cinematografie dan het verhaal versterkt.

U voelt zich sterk betrokken bij het lot van Colombia en de oorlog. Zitten er autobiografische elementen in de film en zo ja, op welke manier?
Ik voel me op een bepaalde manier slachtoffer van het conflict. Ik verliet Colombia twintig jaar geleden en dat was moeilijk voor mij, ik verloor daarmee iets. Ik ben ontheemd en mijn film spreekt ook over dat ontheemd zijn.

 

 

 

Was de oorlog één van de redenen waarom u uw land verliet?
Ik voelde me in mijn land niet op mijn gemak. Het was twintig jaar geleden verschrikkelijk om te leven.

Is er hoop voor Columbia na de vredesonderhandelingen van december 2015?
Op dit moment is er dialoog over vrede en we hopen dat er komend jaar nog meer verdragen met de guerrilla’s zullen zijn. Maar ik geloof er niet in. Ik denk dat de pijn en het aantal slachtoffers te groot zijn en dat het vele jaren duurt voordat er vrede is.

Er zijn vele partijen FARC, M19, Narco’s…
Maar het ergst zijn de paramilitairen die op een bepaalde manier de protagonisten van mijn film zijn. De voorgaande regering sloot een overeenkomst met deze groepen en stuurde de leiders ervan naar de Verenigde Staten. We moeten er nu voor zorgen dat ze terugkomen en rekenschap afleggen. Dat is belangrijk. We moeten de waarheid weten en we moeten de lichamen van de slachtoffers vinden. De paramilitairen waren zo gewelddadig de laatste twintig jaar.

Poëzie omzetten in cinema
Uw film heeft een langzaam tempo. Het is natuurlijk geen realtime. Maar voor het gevoel benadert het dat wel. Waarom heeft u daarvoor gekozen?
Toen ik me na de preproductie realiseerde dat mijn film geen dialoog zou hebben, besloot ik de toeschouwer de mogelijkheid te geven zelf het verhaal te creëren. Daarom koos ik voor dit tempo. De toeschouwer kan zo zijn eigen begrip van de geschiedenis construeren. Ik denk dat de lengte van de shots de kijker de mogelijkheid geeft om zelf te bedenken wat in het beeld gebeurd. Het geluid draagt bij aan de atmosfeer waar pijn en geweld nooit ver weg zijn.

Hoe lang duurde de opnamen? En hoe lastig was het om in de jungle te filmen?
Dat was erg moeilijk ook omdat we opnamen in een gebied dat niet echt veilig was. We waren niet echt bang maar we waren wel bij elke stap op onze hoede. De opnamen duurden ongeveer vijf weken, waarvan drieënhalve week in de jungle. We moeten ons daar verplaatsen met motorbootjes over de rivier.

We spraken over experimentele documentaire. U zegt dat alle goede documentaire experimenteel is.
Dat denk ik. Omdat alle goede regisseurs altijd proberen innovatief te zijn met de vorm van hun film.

Ook om een soort evenwicht te vinden met het onderwerp?
Tussen onderwerp en vorm. Ik hou niet van de hardcore experimentele cinema die alleen maar vorm is. Soms is die goed om de waarneming te prikkelen, maar meestal is ze te beperkt. ‘Experimentele documentaire’ is misschien wel een innerlijke tegenstrijdigheid. Er zijn documentaires met acteurs die personen in de documentaire representeren, dat type is denk ik de klassieke documentaire. De andere zijn experimenteel.

U bent, zoals u eerder heeft gezegd, hartstochtelijk betrokken en u tracht een vorm te vinden die overeenkomt met uw passie. Klopt dat?
Ja. Ik ben in zekere zin formalist. Ik ben altijd in de constructie van vorm, van taal, geïnteresseerd. In een nieuwe manier van het gebruik van de taal van film. Door die nieuwe constructie voor te leggen aan de toeschouwer kan het ook lonen voor het publiek.
De cinema is jong. We moeten creëren, nieuwe manieren van vertellen onderzoeken en uitproberen. Daarvoor moet je experimenteren en willen veranderen. Dat is de reden waarom ik films maak. Niet louter alleen vanwege het onderwerp, maar ook om de filmtaal te veranderen.
Het heeft er waarschijnlijk ook mee te maken dat ik veel van poëzie hou. Toen ik jonger was maakte ik zelf gedichten die ook gepubliceerd werden. De wil om te experimenteren komt denk ik voort uit de taal en de werkwijze van de poëzie. Daarin druk je gevoelens uit en geef je ze vorm en structuur en laat je de manier waarop je iets laten samenvallen met timbre en geluid. Uiteindelijk gaat het erom hoe je gevoelens een nieuwe vorm en een stem geeft waarin de emotie opnieuw tastbaar is.


Dit interview vond plaats in IFFR op dinsdag 2 februari 2016 en is een verkorte versie van het Engelstalige videointerview dat t.z.t. online beschikbaar zal zijn via het YouTube kanaal van FilmforPeople.

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven

Vandaag&Morgen is een uitgave van Stichting Third Road. Steun onze verslaggeving op NL55 INGB 0009 2593 29 t.n.v. Stichting Third Road