maandag 6 juli 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

HOGE NOOD BIJ DE ALDI

27 januari 2017 (door Jim Postma)

 

Sta bij de uitgang van winkelcentrum Eudokiaplein te wachten met mijn winkelwagentje vol dozen wijn en ander lekkers bij de bekende rode streep. De streep waar je wagentje geen meter meer verder komt. De boodschappen zijn voor mijn vriendin Jana die een ‘thuisparty’ die avond heeft. Gekocht bij de Aldi.

Ik sta daar nu te wachten op haar bestelauto om de vele boodschappen via het trottoir naar haar over te dragen. Haar wagen was inmiddels op de laad- en loszône gearriveerd. Omdat er in de buurt naast het gegoede winkelpubliek ook gespuis losloopt vraag ik aan een aantal bejaarde Turkse mannen in de buurt om op mijn dozen te letten, terwijl ik die een voor een naar de auto van Jana breng.

Op het moment dat het karwei eindelijk geklaard is zegt Jana: ‘Let even op dat wij geen bekeuring krijgen, ik moet nog even naar binnen om stokbrood en groenten halen.’ Stem hier als waakhond volledig mee in, maar ga toch eerst mijn lege winkelwagentje wegbrengen. Onderweg denkende: ‘Als er nu maar net geen stadswachter arriveert…’.

Bij terugkomst steek ik opgelucht een rokertje op. Jana blijft intussen stukken langer weg dan ik aanvankelijk in gedachte had. En zo was ik al aan mijn derde sigaretje toe, inclusief de peukjes. Met een elegant gebaar piek ik dit derde peukje de lucht in en de wind zorgde ervoor dat die precies belandde onder een van de rubberen wielen van een grote bestelwagen van Post NL. De besteller daarvan was in geen velden en wegen te bekennen en was kennelijk zijn ronde aan het doen in het winkelcentrum bij de Bergweg.

Het peukje dat ik dus net daarvoor had weg gepiekt, was zoals gewoonlijk nog brandende… En ja hoor daar verscheen reeds een piepklein rookpluimpje onder het Post NL-wiel. Ik schrok me rot. Het peukje was gevallen onder de band, ver onder het chassis. Daar kon ik onmogelijk bij om een dreigend vuurtje te voorkomen.

Met het vele wildplassen dat ik inmiddels in de stad al vele jaren noodgedwongen deed (plasproblemen op de oude dag en bij gebrek aan openbare toiletten), overwoog ik sterk om met mijn krachtige urinestraal het mogelijke brandje onder de bestelwagen voortijdig te blussen. Zo met het gevoel van niet alleen overmacht, maar zeker ook uit pure noodzakelijkheid. Ik was immers, zonder enige intentie in die richting, schuldig aan een vorm van brandstichting. Hoe dan ook zou mij dit zwaar gaan treffen in de portemonnee.

De kwade opmerkingen van het winkelende publiek achter mij van, ‘daar staat die vieze ouwe lul hier te midden van ons tegen een wagen aan te zeiken, bah!...’, zou ik in deze maar voor lief nemen. En juist toen ik mijn gulp reeds had geopend om dit toch nobele doel na te streven, komen er twee stadswachten aan. Vliegensvlug trek ik mijn rits dicht, net op tijd.

Was ik even te laat geweest dan was ik niet alleen beschuldigd van ‘wildplasserij’ met de hoge boete die daarbij hoort, maar ook van poging tot brandstichting. Tel uit je boodschappenwinst.

Als redder in nood kwam gelukkig net op tijd de besteller aangelopen met zijn lege bestelwagentje. Hij laadde die in en vertrok vervolgens in grote vaart. Zonder godzijdank een brandende autoband. Inmiddels was ook Jana gearriveerd met ‘joehoe’ en met haar in de lucht gezwaaide stokbroden. Triomfantelijk stapte ik nu bij haar in de auto, na mijn schietgebedje aan mijn beschermengeltje. Een mens moet tenslotte toch ook af en toe een beetje geluk hebben, nietwaar?

Jim Postma

 

Deel dit bericht met je vrienden!

De toekomst is vandaag, de geschiedenis wordt morgen geschreven