zondag 19 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Hetero’s en homo’s zijn even tevreden

10 januari 2016 (Hans Roodenburg)

Er zullen in Rotterdam en omgeving percentagegewijs vermoedelijk niet al te veel mensen zijn die afwijken van de heteroseksuele 55-plusser in hun denkwijze. In het verleden werd daar nog wel heel anders over geredeneerd. Homoseksualiteit was in de jaren ’60 van de vorige eeuw nog een taboe. Toen dacht men vooral nog dat men daarvan genezen moest worden.

 


Overeenkomsten
Thans heeft nog maar 8 procent van de Nederlandse bevolking een negatieve houding tegenover homoseksualiteit. De schattingen in Nederland over het totaal aantal lesbiennes, homoseksuelen en biseksuelen (tweeledig) lopen nogal uiteen van 1 op de 20 tot 30 mensen. Onder de 55-plussers zal dat aantal niet veel afwijken hoewel men er daar wat minder gemakkelijk voor uitkomt.
Daarom is een van de hoofdconclusies van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) uit een landelijk (niet-representatief) onderzoek dat er meer overeenkomsten zijn dan verschillen tussen lesbische, homoseksuele, biseksuele (lhb) én heteroseksuele 55-plussers. ,,Ze zijn even gezond, hebben even goede sociale contacten die ze even vaak zien en ze zijn even tevreden met hun leven,’’ zo vat het SCP het samen.

 

Kanttekening
In de publicatie zelf over de 55-plussers en hun seksuele relaties plaatst men wel een kanttekening. ,,In algemene zin kunnen we concluderen dat de gezondheid, het welbevinden en het verwachte mantelzorgnetwerk van lhb-55-plussers geen reden tot zorg zijn. Daarbij merken we wel op dat deze steekproef vooral vitale 55-plussers bevatte. Of het welbevinden van meer zorgbehoevende en oudere mensen eveneens niet verschilt tussen lhb- en heteroseksuele ouderen, en of beide groepen daadwerkelijk net zo goed een beroep op mantelzorg kunnen doen in hun sociale kring is nog te bezien.’’
Uit de studie blijkt wel dat lesbiennes, homoseksuelen en biseksuelen van 55 jaar en ouder (tot aan de pensioenleeftijd) méér arbeidsongeschikt zijn dan heteroseksuelen. Circa 12 procent versus 5 procent. Ook komen gedachten aan zelfmoord en pogingen daartoe méér voor: 30 procent versus 22 procent bij heteroseksuelen. In de pogingen 7 procent tegen 3 procent.
Het zit er wel in dat een op de tien lhb 55plussers (12 procent) negatieve reacties kreeg op zijn seksuele geaardheid. Drie op de tien van hen zijn niet open over hun gevoelens naar seksgenoten.

Problemen
Van de lhb 55-plussers verwacht een op de tien dat toekomstige zorgverleners niet goed met hun seksuele gevoelens kunnen omgaan. Een op de vijf verwacht zelfs dat medebewoners van een tehuis hiermee problemen hebben.
Zowel de lesbische, homoseksuele, biseksuele als de heteroseksuele 55-plussers rekenen op toekomstige mantelzorg vanuit hun sociale netwerk. De heteroseksuelen vooral van hun kinderen en partner.
Opvallend is wel dat lhb 55-plussers het huidige leven positiever beoordelen in het licht van hun eerdere ervaringen dan heteroseksuele 55-plussers. Zij denken dat ze een moeilijker leven hebben gehad en dat zij nu beter in staat zijn met problemen om te gaan. Ze noemen hun leven interessanter.
Een andere conclusie uit het SCP-rapport is dat heteroseksuele 55-plussers vaker kinderen en een partner hebben. Nogal logisch. Als lhb 55-plussers kinderen hebben, dan hebben zij daar een minder goede band mee. Wel hebben zij meer vrienden die zij regelmatiger zien en waarmee zij goede contacten hebben.

Lastig
Overigens was het onderzoek onder de lhb’ers en heteroseksuelen niet representatief voor Nederland. Het geeft wel enigszins een beeld. In het verleden was dat nog veel lastiger omdat er geen groepen lhb’ers bestonden die enigszins in kaart waren te brengen. Het aantal respondenten was 375 lhb’ers en 361 heteroseksuelen. Het SCP heeft gebruik gemaakt van gegevens die TNS NIPO had.
De meeste lhb 55-plussers zien de toekomst waarop zij zorg nodig hebben positief tegemoet. Slechts een op de tien verwacht minder goede zorg te krijgen of dat zorgverleners niet goed met hun seksuele geaardheid kunnen omgaan.
Ongeveer een derde (31 procent) van de lhb 55-plussers heeft niemand in de omgeving die weet dat men zich (ook) aangetrokken voelt tot seksegenoten. Onder degenen die een partner hebben van dezelfde sekse komt dit amper voor. Zij met een partner van de andere sekse hebben dat des te meer.

Negatief
Twaalf procent van de lhb 55-plussers kreeg in het afgelopen jaar te maken met negatieve reacties op hun seksuele oriëntatie. Zij die een negatieve reactie kregen, voelen zich eenzamer, hebben meer psychische problemen en hebben minder positieve verwachtingen over hun toekomstige zorg.
Het rapport van het SCP is gemaakt omdat we in een tijd leven waarin het aandeel ouderen in Nederland snel groeit. Er is veel politieke en maatschappelijke aandacht voor ouderen.
Kunnen ze nog goed meedoen? Zijn hun sociale netwerken voldoende toegerust om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen en niet eenzaam te worden? Vanuit dat beleidsperspectief is het van belang om kwetsbare groepen in beeld te hebben. Lesbische, homoseksuele en biseksuele (lhb-) 55-plussers vormen mogelijk zo’n kwetsbare groep.

De SCP-publicatie ’55-plussers en seksuele relaties’ is te verkrijgen bij www.scp.nl of te koop in de boekhandel als ISBN 978 90 377 0766.

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!