dinsdag 24 november 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Het referendum van het ongenoegen

4 april 2016 (door Ronald Glasbergen)

Het komende referendum zal deels functioneren als ventiel voor woede over de EU. Ligt dat aan de nieuwe referendumwet zelf of komt het door de initiatiefnemers van het Oekraïne referendum die dit wetsvoorstel voor hun eigen karretje spannen? En hoe goed is het dat een deel van de kiezers knarsetandend en met tegenzin naar de stembus zal gaan?

 

De meeste initiatiefnemers van het Nederlandse referendum over het ‘Associatieverdrag met Oekraïne’ winden er geen doekjes om: dit is eigenlijk een referendum tegen de EU.

EU is inzet
De doorvoering van het Associatieverdrag wat het dan ook zou betekenen – bevordering van handel, een beter politiek klimaat aan de grens van Europa, is goed voor de Europese Unie.
Wie af wil van de EU stemt tegen want elke geslaagde actie van die EU legitimeert haar. Daarom steken ze met een mogelijke overwinning van ‘tegen het Associatieverdrag ’ een stok tussen de spaken van het EU buitenlandbeleid. Dat was, zo geven ze in NRC van 31 maart ronduit toe, de hoofdreden voor dit referendum. Ze hebben net als veel andere tegenstanders van de Europese Unie in binnen en buitenland een groot wantrouwen tegen de traditionele politiek.
Begrippen als Haagse Elite, Haagse kliek, nepparlement (Wilders), de Brusselse on-democratie, illustreren dat. Door met ‘tegen’ een stok tussen de Europese spaken te steken, geven de initiatiefnemers en hun GeenStijl aanhangers dus ook de Haagse kliek een opdoffer.

 

 

Door met ‘tegen’ een stok tussen de Europese spaken te steken, geven de initiatiefnemers en hun GeenStijl-aanhangers dus ook de Haagse kliek een opdoffer. Technisch
Aan de andere kant zijn er veel mensen die geen behoefte hebben aan een referendum over een behoorlijk technisch buitenland politiek onderwerp. Die ronduit kwaad zijn dat ze vanwege een dubbelzinnig referendum moeten gaan stemmen.
Die vinden dat Europese integratie in veel opzichten vrede en welzijn heeft bevordert. De meeste van die groep burgers zijn, net als de meeste voorstanders onder politici, lauwwarm voor het Associatieverdrag met Oekraïne: met verdrag is net wat beter dan zonder.
Ze weten dat het raadgevend referendum erover ook een stemming is over de EU, voelen zich daardoor een tikje belazerd en gaan knarsetandend ‘voor’ stemmen. Ze weten dat ze alleen maar stemmen om de tegenstemmers te stoppen.
Veel voorstanders van het idee van een referendum moeten het zich anders hebben voorgesteld. Directere en modernere democratie welke beter aansluit bij het een tijdperk waarin alle individuen verbonden kunnen zijn. De voorstanders stellen zich referenda voor over belangrijke zaken die alle kiezers aangaan en waar mondige democratische burgers zich over uitspreken.

Zwitserland
Ze denken aan Zwitserland met zijn conservatieve welvaart en referenda op alle niveaus van bestuur. De voorstanders hadden liever gewild dat het over een helder en voor veel kiezers relevant onderwerp zou gaan.
Migratie of zo, maar nu het referendum van de woede en het ongenoegen die voor een groot deel tegen henzelf, de partijen die de nieuwe referendumwet hebben geïnitieerd, alle drie warme voorstanders van de EU, is gericht, slikken ze het manmoedig. Er is geen keuze, geen weg terug.
Het idee voor meer democratie middels referenda speelde al de hele twintigste eeuw. Het eerste referendum vindt plaats in 2005, op initiatief van Groen Links, PvdA en D ‘66 onder de zogenaamde tijdelijke referendumwet. Het gaat over een ‘Europese Grondwet’.

 

 

 

 

De meeste initiatiefnemers van het Nederlandse referendum over het ‘Associatieverdrag met Oekraïne’ winden er geen doekjes om: dit is eigenlijk een referendum tegen de EU. Een complexe samenvatting van verdragen die in opzichten de Nationale Parlementen meer macht zou geven tegenover de EU. Er werd toen bij ons en in Frankrijk , ook al voor een groot deel uit anti-EU -èn uit anti-establishment sentiment- tegen die grondwet gestemd.
In dat licht wekt het verbazing dat dezelfde partijen van het referendum van toen, in 2014 en 2015 opnieuw initiatief genomen hebben tot deze referendumwet. Het is immers sindsdien niet beter gegaan met de Europese Unie.

Crises
Na de uitbreidingen kwamen er de financiële en economische crises, het Libische buitenlanddebacle, de Griekenland-, Oekraïne- en vluchtelingen/migratie- crises, de mogelijke Brexit. Geen klimaat om aarzelende burgers en politieke sceptici gunstig te stemmen over het idee van Europa.
Overal in Europa, inclusief Nederland, is het politieke klimaat, meer gepolariseerd geraakt en is het politieke bestuur minder stabiel geworden.
Je kan en moet misschien meer democratie willen: maar kies er de goede vorm en inhoud voor. Heb je die niet, doe dan niets.
De huidige referendumwet, zoals in juli 2015 van kracht geworden, lijkt noch goede vorm, noch inhoud te hebben. Over essentiële zaken aangaande de grondwet mag het volk juist niet geraadpleegd worden.

De initiatiefnemers van 2015 hebben zich niet willen voorstellen dat hun partijloze tegenstanders direct al de EU inzet zouden kunnen maken van hun nieuwe referendumwet. Mede dankzij hen is dit referendum er één van het ongenoegen, voor zowel voor- als tegenstanders.

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit bericht met je vrienden!