donderdag 2 december 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Grandidier s Baobab Foto Bernard Gagnon cco

De eerste lockdown – een Rotterdamse primeur

12 november 2021 (Manuel Kneepkens)

In Rotterdam worden de dingen vaak eerder gezien dan in de rest van Nederland. Ook in de huidige postmoderne tijd blijken wij Rotterdammers, voorzien aan een Vooruiziende Blik. Zo ging onze museale trots, het Museum Boymans -van Beuningen, al over tot een totale lockdown, mirabile dictu,  lang voordat de corona-pandemie was begonnen. En dat liefst zeven jaar.
Ik schreef er toendertijd dit over, de naam van de directeur  'misbruikend' (en indirect refererend aan de Koenigskwestie). “Carboontijdperk' is een referentie aan het feit dat wij beiden stammen uit de Mijnstreek en  wel uit het anrtracietkolendorp Terwinselen, het mijndorp behorend bij de (voormalige) Staatsmijn Wilhelmina.

Het EX-Museum Boijmans-van Beuningen

Het doet ons groot genoegen u uit te nodigen 
voor onze nieuwe expositie
Er valt weer het nodige te zien 

Een levensgroot naaktportret van uw eerste ex
om haar roodbruine haarwrong
Amarant genaamd
Zij showt het oorlogsmasker van de Hutu’s

En een dito portret van uw tweede ex 
om haar blauwe zeepbel-
ogen
Turkoois genaamd
Zij showt het dodenmasker van de Tutsi’s 

& een zwart-wit naaktfoto van uw huidige ex
Jantientje 
( uit Hooghalen, nabij Westerbork)
bijtend in een Baobabvrucht uit Liberia

Bezoek ook onze Afrikaanse Beeldentuin 
thema:                     
                          Ebola                                      
komend thema:
                          Genocide
was getekend:
                        xxxxxxxxxx

 

Hieronder volgt een brief uit 2019 van directeur Ex  aan alle Vrienden van het Museum waaronder Manuel Kneepkens, schrijver van bovenstaand gedicht . Daaronder volgen negen retorische vragen over claims op de Koenings-verzameling en de antwoorden zoals die na uitspraak van de Hoge Raad definitief gegeven kunnen worden: 

Geachte heer Kneepkens,

Op 5 maart jl. besliste het Gerechtshof Den Haag in het voordeel van Museum Boijmans Van Beuningen in het hoger beroep dat door Christine Koenigs c.s. was ingesteld tegen de afwijzing van hun vorderingen door de rechtbank Rotterdam. Over de Koenigs-verzameling wordt al jarenlang door mw C. Koenigs geprocedeerd. Zij heeft elke procedure en rechtszaak tot nu toe verloren. Normaal zou dat tot ongeloofwaardigheid leiden. Maar in blogs, interviews en ingezonden stukken in dagbladen vermengt mw. C. Koenigs de feiten van haar vergeefse procedures met ficties en verzinsels om zo haar ‘zaak’ in een niet bestaande historische context te plaatsen. Wat in de rechtszaal niet behaald kan worden, moet in de publieke opinie worden verworven.

Die handelwijze van mw. C. Koenigs leidt ertoe dat er twijfel en vragen ontstaan. Zou iemand die zó lang doorgaat met procederen niet toch een punt hebben? Spanden oud-directeur Hannema en mecenas Van Beuningen misschien toch samen ten nadele van Koenigs? Vragen die ik soms in mijn omgeving bespeur. Daarom stuur ik u bijgaand een infoblad met 9 van dergelijke vragen en bij elke vraag ons antwoord. 

Laat mij gerust weten als u daarna vragen heeft.

Met hartelijke groet,

Sjarel Ex
Directeur

 

Negen vragen over claims op de Koenings-verzameling

Wie was Franz Koenigs en wat behelst zijn kunstverzameling?

Franz Wilhelm Koenigs (1881-1941) was een Duitse zakenman, afkomstig uit een welvarende Rooms-katholieke familie van Rijnlandse textielfabrikanten en bankiers. Hij was getrouwd met Anna gravin von Kalckreuth. Franz en Anna Koenigs verhuisden in 1922 met hun twee zonen en drie dochters naar Nederland. Daar richtte hij de firma N.V. Rhodius Koenigs Handelmaatschappij  op. Zo kon hij vanuit het in de Eerste Wereldoorlog neutraal gebleven Nederland de toen voor Duitse bedrijven geldende handelsbeperkingen ontwijken.
Maar behalve zakenman was Koenigs ook kunstverzamelaar. Hij kocht in korte tijd een unieke en omvangrijke kunstcollectie bijeen. Die bestond uit 2.600 tekeningen en tientallen schilderijen. Voornamelijk werken van oude meesters, maar ook Franse impressionisten en aquarellen van Cézanne. De Koenigs-collectie verkreeg internationaal faam. In 1935 gaf Koenigs die verzameling grotendeels in bruikleen aan de gemeente Rotterdam voor Museum Boymans (toen nog geschreven met een y en een dienst van de gemeente).

Goed, maar wie is nu eigenaar van de Koenigs-verzameling?

Dat is een iets ingewikkelder verhaal en daarvoor moeten we even terug in de tijd. De Beurskrach van 1929 en de daaropvolgende Grote Depressie in het begin van de jaren 30 raken ook Koenigs en hij heeft geld nodig. Hij leent in oktober 1931 ruim 1 miljoen Nederlandse gulden en bijna 20.000 Engelse pond van de Amsterdamse bank Lisser & Rosenkranz. Zijn verzameling dient tot fiduciarezekerheid, een begrip uit die tijd, tegenwoordig zou dat in het spraakgebruik wellicht een onderpand worden genoemd. In 1939 komt het aflopen van de lening in zicht. De Joodse leiding van Lisser & Rosenkranz voorziet dat zij de bezittingen van de bank te gelde wil maken en Europa verlaten. Voelhorens worden op de internationale kunstmarkt uitgestoken om de verzameling mogelijk te verkopen. Ook museum Boymans wordt gepolst. Koenigs hecht eraan dat de verzameling daar in zijn geheel blijft. Op 2 april 1940 treedt Lisser & Rosenkranz in liquidatie. Dat betekent dat Koenigs zijn lening moet gaan terugbetalen. Hij kiest ervoor zijn tot zekerheid gegeven collectie volledig over te dragen aan de bank die daarmee eigenaar wordt. Op 9 april 1940 verkoopt Lisser & Rosenkranz de gehele collectie aan de Rotterdamse zakenman D.G. van Beuningen die behalve kunstverzamelaar ook een groot begunstiger van museum Boymans is. Van Beuningen zal een deel van de Koenigs-verzameling zelf houden, een deel verkopen (zie verderop) en een deel aan Museum Boymans schenken. Uiteindelijk zullen in 1958 de erven Van Beuningen met de gemeente Rotterdam een verkoop en schenking van de resterende verzameling overeenkomen. De huidige rechtmatige eigenaren van de Koenigs-verzameling zijn Stichting Museum Boijmans Van Beuningen voor het grootste deel, maar ook de Staat der Nederlanden en de Gemeente Rotterdam.

Probeert een deel van de erven van Franz Koenigs de verzameling niet op te eisen?

Inderdaad. Sinds 1997 claimt Koenigs kleindochter Christine Koenigs, soms tezamen met vijf andere kleinkinderen, via opeenvolgende procedures en rechtszaken het eigendom van (wisselend) de gehele of een deel van de Koenigs-verzameling. Haar meest recente claim berustte op de stelling dat een deel van de Koenigs-verzameling buiten de bruikleen van 1935 aan Museum Boymans viel en dus ook buiten de verkoop door bank Lisser & Rosenkranz aan Van Beuningen van de tot zekerheid gegeven collectie viel. En daarmee via vererving als voortdurende bruikleen nog steeds aan haar familie toebehoorde.

En, had of heeft zij een punt?

Nee. Al de procedures en rechtszaken van Christine Koenigs bij de Restitutiecommissie, de gemeentelijke Ombudsman Rotterdam, de Nationale Ombudsman, de rechtbank Amsterdam, de Raad van State en de rechtbank Rotterdam zijn afgewezen. In de meest recente uitspraak oordeelde het gerechtshof Den Haag op 5 maart 2019 in hoger beroep dat Christine Koenigs c.s. voor haar stelling van een nog voortdurende bruikleen van een deel van de Koenigs-verzameling geen bewijs wist te leveren. 

Wat vindt de overige familie Koenigs hier van?

Het grotere deel van de erfgerechtigde nazaten van Franz Koenigs heeft zich van de claims van Christine Koenigs gedistantieerd.
Toch blijft Christine Koenigs doorprocederen. Geldt niet: waar rook is, is vuur?
In dit geval juist niet. Het gerechtshof Den Haag heeft in zijn vonnis op 5 maart 2019 nog eens onomwonden gesteld dat Franz Koenigs op 2 april 1940 ter voldoening van zijn leningschuld zijn tekeningenverzameling aan bank Lisser & Rosenkranz in betaling heeft gegeven. Hij heeft zijn eigendom vrijwillig afgestaan. De erfgenamen van Franz Koenigs kunnen daardoor geen eigendomsaanspraken doen gelden. Dat betekent dat Christine Koenigs c.s. in weerwil van al haar beweringen en claims simpelweg geen belanghebbende partij is.

Nederlandse musea blijken nog joodse roofkunst of werken van verdachte herkomst in bezit te hebben. Hoe zit dat met Franz Koenigs?

Franz Koenigs kwam zoals gezegd uit een welgestelde Duitse Rooms-katholieke familie en was zelf protestants. Zijn adellijke echtgenote was evenmin joods. Koenigs verkreeg in 1939 mede op voorspraak van Boymans-directeur Hannema de Nederlandse nationaliteit. Tijdens de bezettingsjaren bleef hij handel drijven met nazi-Duitsland en had hij commissariaten bij o.a. Krupp en Bayer. Koenigs verkocht ook kunst aan een Nazi-kopstuk als Hermann Goering.
Boymans-directeur Hannema was deutschfreundlich tijdens de bezetting. En Van Beuningen verkocht tweemaal kunst aan de Duitsers terwijl dat verboden was. Speelt dat nog een rol in de procedures over de Koenigs-verzameling?
De houding en optreden van Hannema tijdens de oorlogsjaren zijn een smet op het blazoen van Museum Boijmans Van Beuningen. Ondubbelzinnige verwerping van de kunstverkopen door Van Beuningen is ook terecht. De recente tentoonstelling ‘Boijmans in de oorlog’ in het museum was daar transparant en duidelijk over. Maar is geen enkel verband tussen Hannema en Van Beuningen enerzijds en het door Christine Koenigs c.s. betwiste eigendom van (delen van) de Koenigs-verzameling anderzijds. Vanaf het moment dat Franz Koenigs in april 1940 zijn tot zekerheid gegeven collectie overdroeg aan bank Lisser & Rosenkranz hield elke mogelijke eigendomsverhouding van Christine Koenigs met de verzameling van haar grootvader ophouden te bestaan.

Al die negatieve publiciteit, is het niet beter om maar toe te geven?

Dat vindt Museum Boijmans Van Beuningen absoluut niet. De Koenigs-collectie is heel belangrijk nationaal cultureel erfgoed van Nederland. Dat geef je niet zo maar even weg onder druk van kleindochter Christine Koenigs of de door haar bewerkte publieke opinie. Boijmans-directeur Sjarel Ex heeft zich onlangs ook nog krachtig uitgesproken tegen de veiling in New York van een belangrijk werk van Rubens door een lid van de koninklijke familie. Dat zal daardoor voorgoed uit Nederland verdwijnen.

Waarom is dit een belangrijk punt?

Dan moeten we kijken naar wat gebeurde met sommige van de kunstwerken die Franz Koenigs naast zijn als afgerond beschouwde tekeningenverzameling heeft gekocht en tot zijn dood bleef kopen. Na het overlijden van zijn weduwe in 1946 zijn de ongeveer 200 tekeningen en wat prenten, aquarellen en enkele schilderijen verdeeld onder haar erfgenamen. In 2007 zijn bij Christie’s in New York als ‘Exceptional Works from the Franz Koenigs Collection’ zes tekeningen uit het erfdeel van Franz Koenigs jr. (de vader van Christine Koenigs) geveild, met een opbrengst van omgerekend 4,2 miljoen euro. Later gevolgd door een veiling in Londen van aquarellen van Cézanne, eveneens met een miljoenenopbrengst.

Welke erfgenaam profiteerde hiervan?

Inderdaad: Christine Koenigs.

Uitgebreide informatie over alles wat met de collectie Koenigs te maken heeft, staat  op de website van Museum Boijmans Van Beuningen.

 

Lees meer over:

museum poezie
Deel dit bericht met je vrienden!