zondag 24 oktober 2021

webMagazine over stad, cultuur
en wereld

Het bombardement van Rotterdam

3 mei 2013 (de redactie)

Duitse backpackers, zo gaat de anekdote, bezoeken het VVV-kantoor alhier en vragen ,,Wo ist die Altstadt?” en krijgen dan ten antwoord: ,,Frage es deinen Groszvater!” Maar het bombardement van 14 mei 1940 zelf was natuurlijk allerminst een anekdote. Het was een tapijt van brandbommen, dat in geen enkel opzicht voldeed aan de grondregel van het oorlogsrecht.

Er moet ten alle tijde, inzake gevechtshandelingen, scherp onderscheid worden gemaakt tussen de militair en de burger. Militaire doelen (vliegvelden, kazernes, etc.) mogen bestookt; burgerdoelen (huizen, ziekenhuizen, etc.) dienen gespaard.

Militaire doelen
Wat wel en wat niet in overeenstemming met het oorlogsrecht gebombardeerd mocht worden was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de betrokken regeringen genoegzaam bekend. Dit blijkt o.a. uit het volgende. Op 1 september 1939 deed president Roosevelt van de VS een beroep op Engeland, Frankrijk, Polen, Italië én Duitsland om in het openbaar te verzekeren, dat men zich zou houden aan het internationale oorlogsrecht, met name inzake het luchtbombardement.
Hitler beantwoordde die oproep met de uitspraak: ,,Dat de Duitse luchtmacht het bevel had gekregen zich tot militaire doelen te beperken.”
Maar niets bleek minder waar.

 

Bommen op burgerdoelen waren voor de Duitsers op 14 mei 1940 in Rotterdam allerminst taboe.

Meedogenloos
Goering, nazi nummer 2, aan wie de Luftwaffe was toevertrouwd, deed voor zijn Fuhrer in ‘rücksichtslosigkeit’ niet onder. ,,Meine Massnahmen werden nicht durch irgendweilen juristische Bedenken angekränkelt sein!”
Rotterdam past naadloos in het rijtje van Goerings welbewuste terreurbombardementen: Warschau (september, 1939), Kristiansand en Elverum (Noorwegen, april 1940), de raids op Londen en talloze andere steden in Groot-Brittannië, met als dieptepunt Coventry.
Het tapijtbombardement was overigens al in de Spaanse Burgeroorlog ‘getest’..
Op 26 April 1937 bombardeerde de Duitse Luftwaffe-eenheid Legion Condor, door Hitler aan Franco ter ondersteuning gestuurd in diens strijd om de macht in Spanje, het Baskische dorp Guernica. Het onverdedigde dorp telde toen 5000 inwoners en er vielen 8oo (!) doden.
Het wereldberoemde schilderij Guernica van Picasso is een geschilderde aanklacht tegen deze oorlogsmisdaad.

Dresden
Hierbij moet worden opgemerkt, dat in een latere fase van de Tweede Wereldoorlog ook de geallieerden zich weinig gelegen lieten liggen aan het oorlogsrecht (Dresden, februari 1945, Hiroshima en Nagasaki, augustus 1945)
Het moge de lezer vreemd voorkomen na het lezen van het bovenstaande, maar over het al dan niet geoorloofd zijn van het bombardement heeft een ware ‘Historikerstreit’ gewoed tussen Nederlandse en Duitse (militaire) historici.
Eind jaren zeventig van de vorige eeuw leek die ‘Historikerstreit’ voorgoed beslecht.
Voor het eerst werd toen van gezaghebbende Duitse zijde, namelijk door Militärgeschichtlichen Forschungsambt, in het boek ‘Das Deutsche Reich und der Zweite Weltkrieg’, erkend dat het bombardement van Rotterdam inderdaad een terreurbombardement was geweest. Een stelling die tot dan toe uitsluitend door Nederlandse auteurs was ingenomen.

 

Het schilderij van Picasso voorstellende het onverdedigde Baskische dorp Guernica, telde tijdens het bombardement 5000 inwoners en er vielen 8oo (!) doden.

‘Duitse mythe’
In 1990 echter verschijnt, 50 jaar na het bombardement, het boek ‘Mei 1940 – de strijd op Nederlands grondgebied’, geschreven door de sectie Militaire Geschiedenis van de Nederlandse Landmacht en daarin wordt …de ‘Duitse mythe’, inmiddels dus door de Duitsers allang zelf losgelaten, dat het bombardement van Rotterdam géén terreurbombardement was… herbevestigd!
In mijn boek ‘In het Rijk van de Demonen, het Bombardement van Rotterdam en de normen’ (uitg. Ad Donker, 1993) heb ik omstandig uiteengezet, hoe de samenstellers van ‘Mei 1940 – de strijd op Nederlands grondgebied’, de historici Kamphuis en Amersfoort, tot die conclusie komen dankzij een volslagen gebrek aan kennis van het in 1940 vigerende oorlogsrecht.
Dan valt de discussie opnieuw stil.

De reden
In 2005 echter komt er een tweede druk uit van het boek van Kamphuis en Amersfoort.
Is er iets veranderd in de tekst? Het antwoord is ja, maar een verbetering blijkt het niet… Gaven de heren in de eerste druk als reden voor de geoorloofdheid van het bombardement het bewerkstelligen ,,van een snellere capitulatie’’, nu blijkt deze reden vervangen door het volgende: ,,De parachutistendivisie van generaal Von Sponeck, geland bij Den Haag, werd daar zeer in het nauw gedreven door Nederlandse troepen en moest nodig ontzet.’’
Dus opnieuw de oude denkfout. Want niet militaire noodzaak (Kriegsraeson) is bepalend voor de geoorloofdheid van een bombardement, maar uitsluitend de regel dat de burgerbevolking zo veel mogelijk gespaard dient te blijven. Burgerdoelen zijn taboe.

Goering, nazi nummer 2, aan wie de Luftwaffe was toevertrouwd, deed voor zijn Fuhrer in ‘rücksichtslosigkeit’ niet onder.Maar burgerdoelen waren voor de Duitsers op 14 mei 1940 in Rotterdam allerminst taboe. Er werden 24.000 woningen verwoest; 2500 winkels; 1200 fabrieken, fabriekjes en werkplaatsen; 500 cafè’s; 70 scholen; 21 kerken; 20 bankgebouwen; 12 bioscopen; 4 ziekenhuizen en 2 schouwburgen.Er vielen officieel 814 burgerdoden.
Dat zijn de feiten.

Standaardwerk?
In 2006 verscheen ‘Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog’ door J. L. van der Pauw, een kloek boekwerk, op verzoek van de gemeente Rotterdam geschreven en bedoeld om hét standaardwerk over Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog te zijn.
Daarin vindt van der Pauw dat de term ‘terreurbombardement’ (door ondergetekende gebruikt) te zwaar is. Ik had moet spreken over ‘disproportioneel geweld jegens de burgerbevolking van Rotterdam”….! Hoe nu, van der Pauw’, een bombardement met disproportioneel geweld jegens de burgerbevolking, dat heet sinds jaar en dag in het oorlogsrecht ‘een terreurbombardement’.
Mààr, en daar gaat het in deze zaak om, van der Pauw is dus mét mij van mening dat het bombardement van Rotterdam wel degelijk een oorlogsmisdaad is.
Van de, het bombardement goedpratende ‘militaire historici’ Kamphuis en Amersfoort is dan ook sindsdien niets meer vernomen.
 

 

Deel dit bericht met je vrienden!