zaterdag 18 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Casca (Portugal/Angola) wortels in multi-etnisch Angola. Foto Richtje

Het boek van Casca houdt ons een spiegel voor

7 juli 2021 (Han van der Horst)

Galerie Open Art Exchange op de Hoogstraat in Schiedam, heel schuin tegenover het Stedelijk Museum, is wat Duitsers een Geheimtipp noemen. Kenners weten dat eigenaresse Joke Bakker altijd interessante en bijzondere kunstenaars weet te vinden maar tot de kunstliefhebbers in het algemeen is dit besef nog onvoldoende doorgedrongen.  Daarbij is haar oog in het bijzonder op Afrika gericht. Ze vindt dat wij hier in West-Europa veel te weinig weten over wat daar allemaal broeit en groeit. Afrikaanse musici hebben zich in de niche van de Wereldmuziek een stevige plaats veroverd maar met de beoefenaren van de overige kunsten is dat veel minder het geval.

Rechts schilderij van Casca links band op een muzikale event bij Joke Bakker en het werk van 2 andere kunstenaars uit de galerie. Foto Richtje  

Joke Bakker 

In de afgelopen weken  na het einde van de lockdowns maakte Joke Bakker haar reputatie weer waar. De wanden van  de expositiezaal werden vol gehangen met schilderijen van Casca, een kunstenaar die zich ondanks het feit dat hij in Portugal werd geboren, toch liever als Angolees omschrijft. De kleurrijke portretten zijn geïnspireerd op de menstypes die hij in zijn tijdelijke woonplaats Birmingham aantrof. Bij oppervlakkige beschouwing maken zij een karikaturale indruk. Ze doen ook denken aan kunst uit de jaren twintig toen schilders en kunstenaars in het westen voor het eerst op grote schaal kennis maakten met sculpturen uit Afrika. Je zou er zo een Picaso-tje tussen hangen. Toch hebben deze werken een heel andere achtergrond. Daar kom je pas achter als je met Casca praat. Hij was afgelopen weekend in Schiedam om zijn aanpak toe te lichten.

Tekeningen van Casca. Foto Richtje 

Casca

Casca is niet op de allereerste plaats een schilder. Hij maakt gebruik van al het geschikte materiaal dat hem voor ogen komt. In een land als Angola moet dat ook wel zeker als je graag werkt met mensen die zogezegd niet op de hoogste sporten van de maatschappelijke ladder staan. Hij haalt zijn werkmateriaal uit het vuilnis. Hij gebruikt oud ijzer. Hij gaat op zoek naar bruikbaar hout. Maar dan: het multi-etnische Angola wordt bewoond door tal van volkeren met oude en rijke kunstzinnige tradities, die nauw verbonden zijn met het bovennatuurlijke. Casca heeft lang genoeg in Angola gewoond om daar diepgaand kennis mee te maken. Dat blijkt uit al het werk waar hij de hand in heeft gehad, als individueel kunstenaar of als leider van een project. Het belangrijkste deel van zijn vorming genoot Casca in het uiterste noorden van Angola, waar hij lang verbleef in het gebied van het Chokweh-volk, dat zich overigens ook tot een heel eind in Kongo uitstrekt. Hij kwam daar om lascursussen te geven maar hij dook op zijn beurt  in de cultuur van het gebied. Zo leerde Casca veel over de het juiste gebruik en de betekenis van maskers. Het waren –  zegt Casca nu - zijn vormende jaren.

Invloeden Angolese maskerkunst in schilderijen van Casca. Foto Richtje  

Op de vlucht

Drie jaar geleden – hij was inmiddels naar de havenstad Benguela  in het zuiden van Angola verhuisd – raakte zijn familie in politieke moeilijkheden. Het werd levensgevaarlijk en Casca kreeg eenmaal de loop van een pistool tegen zijn slaap gedrukt. Vandaar dat hij met zijn familie noodgedwongen een toevluchtsoord zocht in Engeland, waar ze onderdak vonden in Birmingham. Daar ontstonden de werken die  Joke Bakker naar Nederland en haar galerie haalde. Casca duikelde in de lokale bibliotheek een oude tijdschriftjaargang op uit 1882 van het soort dat toen veel werd uitgegeven voor de gezeten burgerij. Die werd dan geacht zich met de inhoud zelf te ontwikkelen. Ze waren bedoeld voor het hele gezin zodat er geen onvertogen woord in stond.

Oude vooroordelen

Wel was er ruimte te over voor de verslagen van de zendelingen en de ontdekkingsreizigers die toen het binnenland van Afrika bereisden als voorlopers van het kolonialisme.  De auteurs lieten bij dit alles hun vooroordelen en vaak ook hun racisme de vrije loop. Op zijn best beschouwden zij zich als verlichte krachten die het donkere continent de beschaving kwamen brengen. Geen wonder dat Casca zulke artikelen met groeiende ergernis las. Hij haalde er tekenmateriaal bij en begon op de tijdschriftpagina’s dwars over de in twee kolommen gedrukte tekst koppen te schetsen, portretten  van mensen die hij om zich heen zag in zijn nieuwe woonomgeving. Hij maakte daarbij uitvoerig gebruik van een stijl die sterk gestuurd wordt door de stijl van de maskermakers uit Angola. Zo ontstonden indringende beelden, pagina na pagina. Een groot aantal daarvan heeft Casca uitgewerkt tot fel gekleurde schilderijen. Zo krijgen we bewoners te zien van een grote Engelse industriestad in verval, gepenseeld met de beeldtaal van Afrikaanse volkeren. Het resultaat is ontroerend en schokkend tegelijk: de condition humaine. Zo houdt Casca, ons Europese toeschouwers, een spiegel voor.

Casca zal niet in Birmingham blijven. Hij heeft al wat land gekocht in Midden-Portugal, niet zover van de universiteitsstad Coimbra. Hij is autodidact en wil ondanks de grote waardering voor zijn werk tóch een formele kunstenopleiding volgen.

Foto Richtje

Het boek van Casca ging afgelopen weekend dicht. Online blijft het echter voor een gedeelte open. Bekijk hier een aantal portretten. Ze zijn de moeite waard.

Reacties op dit artikel  naar contact@vandaagenmorgen.nl 

Zie ook:

Lees meer over:

Schiedam beeldende kunst
Deel dit bericht met je vrienden!