zondag 19 september 2021

weekZine over stad, cultuur
en wereld

Havenruzie: ‘Veel lullen weinig poetsen’

7 juli 2014 (Hans Roodenburg)

ECT en Havenbedrijf al jaren in de clinch

Bij ECT in Rotterdam, een van de grootste containeroverslagbedrijven in Europa, is regelmatig ‘poep aan de knikker’. Sinds 1999 is ECT (een combinatie van vroegere organieke Rotterdamse havenbedrijven) in handen van de Hongkongse grootaandeelhouder Hutchinson Port Holding (HPH) die op zijn beurt weer onderdeel is van het Chinese conglomeraat Hutchinson Whampoa.

ECT (onderdeel van het Chinese conglomeraat Hutchinson Whampoa) eist een schadevergoeding van 900 miljoen euro (met rente erbij 1,3 miljard euro) van het Havenbedrijf Rotterdam. Foto's: Havenbedrijf Rotterdam

Jaren strijd
Het overslagbedrijf voert al jaren een juridische strijd tegen het Havenbedrijf Rotterdam en heeft weer de onvrede over zich afgeroepen van vele binnenschippers over de vertragingen op zijn terminals (Delta en Euromax) op de Maasvlaktes.
Over deze vertragingen roept ECT dat er weinig aan de hand is en dat oplossingen worden gevonden voor de binnenvaartklanten.
In langdurige civiele procedures stonden ECT en het Havenbedrijf Rotterdam ruim een week geleden weer eens voor de rechter over de vestiging van ECT op de Maasvlakte. Alleen juristen, die aan het conflict heel veel geld verdienen, begrijpen het nog in een havengebied waarin het Nederlandse poldermodel al sinds de Tweede Wereldoorlog zo’n beetje is uitgevonden.

Schadevergoeding
Kort door de bocht komt het conflict erop neer dat ECT een schadevergoeding van 900 miljoen euro (met rente erbij 1,3 miljard euro) eist van het Havenbedrijf Rotterdam omdat het heeft toegestaan twee concurrenten van ECT (APM Terminals en RWG van Dubai Ports World en een aantal grote rederijen) een vestiging te beginnen op Maasvlakte 2, het nieuwe grote havengebied van Rotterdam dat aansluit op de eerste Maasvlakte.

Volgens het Havenbedrijf moet de terugval bij ECT vooral worden geweten aan de economische crisis.

Volgens de advocaten van ECT denkt het Havenbedrijf alleen aan zijn eigen winsten en laat een overcapaciteit in containeroverslag in Rotterdam ontstaan. Kortom, door ‘megalomaan handelen’ van een semioverheid wordt het ECT onmogelijk gemaakt goed in Rotterdam te opereren. Volgens directeur Jan Westerhoud (een plaatselijke vazal van de Chinese multinational) dreigen grote verliezen en werkgelegenheid.

Crisis
De advocaten van het Havenbedrijf melden zich van geen kwaad bewust te zijn. De terugval bij ECT wordt vooral geweten aan de economische crisis en het containeroverslagbedrijf is zeker niet achtergesteld bij soortgelijke concurrenten.
Zoals het op de vrije Europese markt aan toe gaat is concurrentie juist een van de krachten binnen de EU. De advocaten van het Havenbedrijf noemen de collegae bij ECT dan ook ‘onruststokers’ en ‘ongeloofwaardig’.
De rechters zullen er een kluif aan hebben. Ze doen pas na de zomer uitspraak in dit slepende conflict. Waar is de tijd gebleven dat Havenbedrijf (semioverheid) en ondernemingen in de haven er zelf uitkwamen. Het zal wel met de Chinese machtsfactor te maken hebben. In Rotterdam zijn we meer gewend aan ‘niet lullen maar poetsen’.

Verlies
Als moederbedrijf HPH vindt dat zij te weinig kan verdienen aan ECT moet zij het bedrijf verkopen. Dat wil het uiteraard niet omdat de prijs die zij thans ervoor krijgt – er zijn liefhebbers en beleggers genoeg - in de huidige situatie een boekverlies zal opleveren.
Inmiddels heeft een andere niet onbelangrijke speler op de Rotterdamse containermarkt, Logistiek Intermodaal Netwerk.com (LINC) zich nogal negatief uitgesproken over de ECT-terminals.

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft toegestaan dat APM Terminals en RWG van Dubai Ports World, concurrenten van ECT, een vestiging konden beginnen op Maasvlakte 2.

,,Al sinds enkele maanden worden binnenvaartoperators geconfronteerd met een zeer onbetrouwbare afhandeling. Vertragingen van meer dan 48 uur waren tot voor kort geen uitzondering,’’ aldus het samenwerkingsverband van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart (CBRB) en de Vereniging Inland Terminal Operators (VITO).
In dit koor tégen ECT heeft zich ook gemeld de interne Rotterdamse havenorganisatie van de Vereniging van Rotterdamse Cargadoors (VRC). ,,Het werkt contraproductief om naar anderen te wijzen als er ook in eigen huis problemen zijn,’’ schrijft de VRC.

Overslag
ECT meldt dat de belangrijkste redenen van de vertragingen op de terminals voor de binnenvaart liggen in late binnenkomst van de zeeschepen. Bovendien komt het door grotere volumes aan over te slaan containers. Dat laatste is weer vreemd als men hierbij de civiele procedure tegen het Havenbedrijf betrekt. Daarmee wordt een deel van het gras voor de voeten van de advocaten van ECT weggemaaid.
ECT zegt er overigens alles aan te doen om de situatie te verbeteren. LINC vreest dat nog de hele zomer de vertragingen doorgaan en dat de binnenvaartoperators de extra kosten zullen doorbelasten aan hun opdrachtgevers. Het is daardoor duurder om bij ECT via Rotterdam te verschepen.
In hoeverre dat van invloed is op de totale overslag en eventueel uitwijken naar Rotterdams grootste concurrent Antwerpen is onbekend. Door dit alles aan de grote klok te hangen is er in ieder geval sprake van negatieve berichten over de haven. Vroeger werd eerst het probleem opgelost waarna men ronkend ‘het poldermodel’ publiceerde. Tegenwoordig vecht men liever tegen elkaar.
 

 

Deel dit bericht met je vrienden!