zondag 20 september 2020

webZine over stad, cultuur
en wereld

Haringtijd: toename benauwde patiënten Havenziekenhuis

10 juni 2009 (door de redactie)

De Haringtijd is weer aangebroken. Ieder jaar ziet de polikliniek Hartfalen van het Havenziekenhuis in die periode een toename van het aantal patiënten dat benauwd is. Haringen zijn namelijk zout en dat is niet goed voor hartpatiënten. Marga Jongenotter en Wendy van der Velde, verpleegkundigen van de Hartfalenpolikliniek, leggen deze relatie tussen de haringen en het hart uit.

Marga Jongenotter: “Bij hartfalen kan het hart het bloed niet goed meer rondpompen. Daardoor houdt het lichaam teveel vocht vast en krijgt een patiënt allerlei klachten. Bijvoorbeeld een dikke buik, benauwdheid of dikke benen en heeft een patiënt minder energie. Vaak hebben ze geen trek meer in eten, omdat dat teveel inspanning kost. Mensen zijn soms al heel lang onderweg, voordat bekend wordt dat ze lijden aan hartfalen.”

 

Wendy van der Velde vult aan: “De groep patiënten is divers. We zien ook steeds meer jonge mensen. Die hebben een aangeboren hartafwijking of een hartspierziekte. Of ze hebben hartfalen door alcohol of drugsgebruik. Ook zien we mensen met verminderde pompfunctie na chemotherapie.”

Wat betekent dit voor het dagelijks leven van patiënten? Het is even stil, dan zegt Wendy: “De impact is enorm. Je komt er nooit meer vanaf. Wanneer mensen geen klachten hebben, denken ze soms dat ze genezen zijn. Maar dat is niet zo, je hebt het voor de rest van je leven.”
Marga: “We hebben een aantal pijlers die belangrijk zijn. Patiënten gaan een dieet gebruiken, ze moeten trouw hun medicijnen innemen en hun leefstijl aanpassen. Je merkt dat sommige mensen echt overvallen zijn. We praten dan veel met hen en leggen alles goed uit.”

Patiënten met hartfalen kunnen terecht bij het Havenziekenhuis aan het Haringvliet of in Steunpunt Krimpen, in Woonzorgcentrum Tiendhove te Krimpen a/d IJssel.

De verpleegkundigen van de polikliniek Hartfalen zien patiënten in het begin regelmatig. Maar als het goed gaat, wordt dat minder. Wel bellen de verpleegkundigen de patiënten in principe eenmaal per maand op, om te horen hoe het gaat. “Dat vinden patiënten heel prettig, het geeft hun houvast en het is makkelijk voor ze. Wanneer je een vraag hebt, bel je niet snel. Maar als je wordt gebeld, kun je je zorgen kwijt en vragen stellen” zegt Marga. “Het leuke van ons werk is dat je tijdens zo’n gesprek erachter moet zien te komen wat er aan de hand is,” vertelt Wendy enthousiast. “Soms is het puzzelen om te kijken hoe je iemand weer verder kunt helpen.”
Marga schiet in de lach: “Juist in deze tijd, als de haringen er weer zijn, zien we een toename van mensen die vocht vasthouden en benauwd worden. Het heeft even geduurd, voordat we in de gaten hadden waardoor dat kwam. Maar haringen zijn heel zout, bovendien nemen mensen er vaak een biertje bij. Allemaal zaken die niet goed zijn voor patiënten met hartfalen. Nu we het eenmaal weten, laten we ons echter niet meer verrassen!”

 

Deel dit bericht met je vrienden!